Naar hoofdinhoud

Inflatie en koopkracht berekenen

Wat is je geld over 10 jaar nog waard? En hoeveel was een tientje van vroeger? Deze tool rekent het uit met het inflatiepercentage dat jij kiest.

Samengesteld en gecontroleerd door de RekenmachinePro-redactie.

Hoe vind je deze calculator?

Inflatie holt de koopkracht van je geld langzaam uit: voor dezelfde euro koop je elk jaar iets minder. Deze calculator werkt twee kanten op. Vooruit: wat is een bedrag van vandaag over een aantal jaren nog waard in koopkracht van nu? Achteruit: hoeveel is een bedrag van een aantal jaar geleden vandaag waard? Daarnaast laten we zien hoeveel geld je over een aantal jaren nominaal nodig hebt om je huidige koopkracht te behouden. Als richtlijn vullen we het CBS-langjarig gemiddelde van rond de 2,5% in, maar je past het percentage vrij aan naar wat jij realistisch vindt.

Advertentie

Vooruit of achteruit rekenen

De tool kent twee richtingen. In de modus 'toekomst' beantwoorden we: wat is € 10.000 van nu over 15 jaar nog waard in koopkracht van vandaag? Bij 2,5% inflatie deel je door (1 + 0,025)^15, en kom je uit op ongeveer € 6.900 — je euro's kopen dan een derde minder.

In de modus 'verleden' draaien we het om: hoeveel is € 10.000 van 15 jaar geleden nu waard? Dan vermenigvuldig je met (1 + 0,025)^15 en kom je op circa € 14.480 — zoveel zou je nu nodig hebben voor dezelfde koopkracht.

De rekenregel achter inflatie

Inflatie werkt met samengestelde groei, net als rente-op-rente — alleen werkt het tegen je. Elk jaar stijgen de prijzen met het inflatiepercentage bovenop het al verhoogde niveau van het jaar ervoor. Daarom gebruik je een macht (^jaren), geen simpele vermenigvuldiging.

Voor het behoud van koopkracht geldt: het bedrag dat je over n jaar nodig hebt = huidig bedrag × (1 + inflatie)^n. Spaar je dit bedrag niet bij elkaar, dan lever je koopkracht in — ook al staat er nominaal evenveel of meer op je rekening.

Welk inflatiepercentage is realistisch?

De Nederlandse inflatie (CBS, consumentenprijsindex) schommelde de afgelopen decennia langjarig rond de 2%. In 2022 piekte de inflatie door de energiecrisis naar boven de 10%, om daarna terug te zakken richting 3%. De Europese Centrale Bank streeft naar 2% inflatie op middellange termijn.

Voor lange-termijnberekeningen is 2 tot 2,5% een redelijke aanname. Wil je een voorzichtig scenario, gebruik dan 3%. Voor een korte horizon kun je de actuele inflatie aanhouden. Het percentage is volledig instelbaar, zodat je verschillende scenario's kunt vergelijken.

Waarom dit belangrijk is voor sparen en pensioen

Inflatie is de stille vijand van spaarders. Spaargeld dat minder oplevert dan de inflatie verliest reële waarde, ook al groeit het nominaal. Voor pensioen is het effect over 30+ jaar enorm: een pensioen van € 2.000 per maand voelt nu comfortabel, maar bij 2,5% inflatie heb je over 30 jaar ruim € 4.190 nodig voor dezelfde koopkracht. Wie nu plant, doet er goed aan met inflatie te rekenen in plaats van met nominale bedragen.

Formule

Inflatie en koopkracht (samengestelde groei):

Modus 'toekomst' — waarde van NU over n jaar in koopkracht van vandaag:
  waarde = bedrag / (1 + i)^n

Modus 'verleden' — waarde van n jaar geleden, nu:
  waarde = bedrag × (1 + i)^n

Benodigd bedrag om koopkracht te behouden over n jaar:
  benodigd = bedrag × (1 + i)^n

met:
  bedrag = startbedrag
  i      = inflatie als fractie (2,5% → 0,025)
  n      = aantal jaren

Voorbeeld — € 10.000, 2,5% inflatie, 15 jaar:
  toekomst: 10.000 / 1,025^15 ≈ € 6.905
  verleden: 10.000 × 1,025^15 ≈ € 14.483
  benodigd om koopkracht te behouden ≈ € 14.483
Advertentie

Voorbeelden

  • € 10.000 over 15 jaar · 2,5% inflatie (toekomst)
    ≈ € 6.905 koopkracht — ruim € 3.000 minder waard
  • € 100 van 20 jaar geleden · 2% inflatie (verleden)
    ≈ € 149 nu nodig voor dezelfde koopkracht
  • € 2.000 pensioen behouden over 30 jaar · 2,5%
    ≈ € 4.195 per maand nodig over 30 jaar
  • € 50.000 over 10 jaar · 3% inflatie (toekomst)
    ≈ € 37.205 koopkracht — bijna € 13.000 verlies
Advertentie

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je de toekomstige koopkracht van geld?
Deel het bedrag door (1 + inflatie)^aantal jaren. Bij € 10.000, 2,5% inflatie en 15 jaar: 10.000 / 1,025^15 ≈ € 6.905. Dat is wat je euro's over 15 jaar nog waard zijn in koopkracht van vandaag. Inflatie werkt samengesteld, daarom gebruik je een macht en geen simpele aftrek.
Hoeveel is een bedrag van vroeger nu waard?
Vermenigvuldig het oude bedrag met (1 + inflatie)^aantal jaren. € 100 van 20 jaar geleden is bij 2% inflatie nu ongeveer € 149 waard — zoveel heb je nu nodig voor dezelfde koopkracht. Het CBS heeft hiervoor ook officiële prijsindexcijfers; deze tool gebruikt één gemiddeld percentage dat je zelf kiest.
Welk inflatiepercentage moet ik invullen?
Voor lange termijn is 2 tot 2,5% een redelijke aanname — dat is ongeveer het Nederlandse langjarige gemiddelde en het doel van de Europese Centrale Bank. Wil je voorzichtig rekenen, gebruik dan 3%. Voor een korte horizon kun je de actuele CBS-inflatie aanhouden. Het percentage is volledig instelbaar.
Wat is het verschil tussen nominaal en reëel?
Nominaal is het bedrag in euro's zonder correctie. Reëel is het bedrag gecorrigeerd voor inflatie — wat je er echt mee kunt kopen. Je spaargeld kan nominaal groeien maar reëel krimpen als de inflatie hoger is dan je rente. Voor langetermijnplanning reken je het beste in reële (koopkracht-)bedragen.
Houdt deze tool rekening met de werkelijke prijsindex?
Nee, de tool rekent met één constant inflatiepercentage dat jij kiest. In werkelijkheid verschilt de inflatie per jaar en per productgroep (het CBS publiceert de officiële consumentenprijsindex). Voor een schatting of scenario-vergelijking is een vast gemiddelde percentage prima; voor exacte historische omrekening gebruik je de CBS-prijsindexcijfers.
Waarom is inflatie belangrijk voor mijn pensioen?
Over 30+ jaar tikt inflatie hard aan. Een pensioen van € 2.000 per maand voelt nu prima, maar bij 2,5% inflatie heb je over 30 jaar ruim € 4.190 nodig voor dezelfde koopkracht. Wie pensioenbedragen plant zonder inflatie mee te nemen, overschat fors hoeveel die in de toekomst waard zijn.
Advertentie

Gerelateerde tools

Uitgelichte artikelen

Financiën10 min leestijd

Box 3 tegenbewijs: werkelijk rendement aantonen en belasting terugkrijgen (2026)

Sinds het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2024 hoef je je niet meer neer te leggen bij het forfaitaire box 3-rendement. Kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager was, dan betaal je box 3-belasting over dát werkelijke rendement — en krijg je het verschil terug. Deze gids gaat niet over de theorie achter het arrest, maar over de praktijk: wanneer tegenbewijs loont, wat precies meetelt, hoe je het uitrekent en hoe je het formulier 'Opgaaf Werkelijk Rendement' indient. De getoonde bedragen zijn indicatief en vormen geen fiscaal advies; controleer je situatie altijd bij de Belastingdienst.

20 juni 2026Lezen
Financiën11 min leestijd

Snelheidsboete 2026: wat kost te hard rijden?

Tien kilometer te hard kost je in 2026 € 95 binnen de bebouwde kom, € 89 buiten de bebouwde kom en € 84 op de autosnelweg — plus € 9 administratiekosten. Dezelfde overtreding, drie bedragen: hoe dichter je bij fietsers en voetgangers rijdt, hoe duurder het wordt. Hieronder staan de officiële tarieven van het Openbaar Ministerie per wegtype, hoe de meetcorrectie je snelheid verlaagt vóór er een boete volgt, vanaf welke overschrijding het strafrecht wordt, en wat er gebeurt als je niet op tijd betaalt.

14 juli 2026Lezen
Financiën11 min leestijd

Box 2 belasting 2026: wat betaal je als DGA over dividend?

Keer je als DGA dividend uit je BV uit, dan betaal je daarover box 2-belasting. In 2026 geldt 24,5% over de eerste € 68.843 aan box 2-inkomen en 31% over alles daarboven. Heb je een fiscaal partner, dan geldt het lage tarief samen tot € 137.686. Maar dat is niet het hele verhaal: over de winst waaruit je dat dividend uitkeert, heeft je BV al vennootschapsbelasting betaald. Van € 100.000 BV-winst houd je daardoor netto ongeveer € 60.365 over in privé. Hieronder staan de tarieven, de gecombineerde druk van vpb plus box 2, de gebruikelijkloonregeling en rekenvoorbeelden die je zo kunt narekenen.

14 juli 2026Lezen
Advertentie

Laatst bijgewerkt: 20 juni 2026