Eindkapitaal berekenen bij beleggen met maandinleg
Projecteer je eindkapitaal uit een eenmalige inleg en maandelijkse inleg bij een verwacht rendement, en zie hoeveel daarvan rendement is.
Wie maandelijks belegt, profiteert van het rente-op-rente-effect: rendement over je inleg én over eerder behaald rendement. Over een lange looptijd kan dat een klein maandbedrag laten uitgroeien tot een fors vermogen. Met deze calculator projecteer je je verwachte eindkapitaal op basis van een eenmalige startinleg, een vaste maandelijkse inleg, een verwacht gemiddeld rendement per jaar en de looptijd. Je ziet direct hoeveel je in totaal hebt ingelegd en welk deel van je eindkapitaal uit rendement bestaat. Zo krijg je gevoel voor wat sparen of beleggen op de lange termijn kan opleveren — let wel: het is een bruto-projectie en rendement is nooit gegarandeerd.
De kracht van rente-op-rente
Bij beleggen met maandinleg ontstaat het rendement niet alleen over je inleg, maar ook over het rendement dat je eerder behaalde. Dit sneeuwbaleffect (compounding) zorgt ervoor dat je vermogen in de latere jaren veel sneller groeit dan in het begin.
Een voorbeeld: leg je 20 jaar lang € 250 per maand in tegen 6% gemiddeld rendement, dan heb je € 60.000 ingelegd maar groeit je vermogen naar ruim € 110.000. Het verschil — meer dan € 50.000 — is volledig rendement.
Hoe wordt het eindkapitaal berekend?
De tool rekent met maandelijkse samengestelde groei. Het jaarrendement wordt omgerekend naar een equivalente maandrente. De startinleg groeit als eenmalig bedrag mee over de hele looptijd, en de maandelijkse inleg wordt opgeteld via de 'toekomstige waarde van een annuïteit'.
Daarbij gaan we uit van een storting aan het begin van elke maand, zodat ook je nieuwste inleg dat hele jaar nog meegroeit. Het totaal van beide is je verwachte eindkapitaal.
Eindkapitaal per looptijd
Zie hoe dezelfde inleg (€ 5.000 start + € 250 per maand) bij 6% rendement uitgroeit naarmate je langer doorbelegt:
| Looptijd | Totaal ingelegd | Eindkapitaal | Rendement |
|---|---|---|---|
| 10 jaar | € 35.000 | ± € 50.000 | ± € 15.000 |
| 15 jaar | € 50.000 | ± € 85.000 | ± € 35.000 |
| 20 jaar | € 65.000 | ± € 132.000 | ± € 67.000 |
| 30 jaar | € 95.000 | ± € 285.000 | ± € 190.000 |
| 40 jaar | € 125.000 | ± € 545.000 | ± € 420.000 |
Eindkapitaal per rendement
Het verwachte rendement maakt een groot verschil. Bij € 250 per maand gedurende 20 jaar (zonder startinleg):
| Rendement/jaar | Totaal ingelegd | Eindkapitaal |
|---|---|---|
| 2 % | € 60.000 | ± € 74.000 |
| 4 % | € 60.000 | ± € 92.000 |
| 6 % | € 60.000 | ± € 116.000 |
| 8 % | € 60.000 | ± € 148.000 |
Welk rendement moet ik invullen?
Niemand kent het toekomstige rendement. Historisch leverde een wereldwijd gespreide aandelenportefeuille op de lange termijn grofweg 6% tot 8% bruto per jaar op, maar met flinke schommelingen tussen de jaren. Voor een voorzichtige inschatting reken je met een lager percentage.
Houd er rekening mee dat dit brutorendementen zijn: fondskosten, transactiekosten en belasting (box 3) drukken het netto-resultaat. Vul een realistisch, eerder conservatief percentage in om niet te optimistisch te rekenen.
Tips voor lange-termijn beleggen
- Begin vroeg: tijd is de belangrijkste factor door het rente-op-rente-effect.
- Beleg gespreid (bijvoorbeeld via indexfondsen) om risico te verlagen.
- Leg automatisch maandelijks in — dit voorkomt timing-stress en spreidt je instapmomenten.
- Let op de kosten: een lager kostenpercentage scheelt over decennia duizenden euro's.
- Beleg alleen geld dat je voorlopig niet nodig hebt en houd een aparte spaarbuffer aan.
Formule
i = (1 + rendement/100)^(1/12) − 1 (equivalente maandrente) n = looptijd × 12 Eindkapitaal = startinleg × (1+i)^n + maandinleg × [((1+i)^n − 1) / i] × (1+i) Rendement = eindkapitaal − totaal ingelegd
Voorbeelden
- € 5.000 start + € 250/maand, 6%, 20 jaar± € 132.000 (waarvan ± € 67.000 rendement)
- € 0 start + € 100/maand, 7%, 30 jaar± € 122.000 op € 36.000 inleg
- € 25.000 eenmalig, 5%, 15 jaar (geen maandinleg)± € 52.000
- € 500/maand, 6%, 25 jaar± € 347.000 op € 150.000 inleg
- € 10.000 start + € 200/maand, 4%, 10 jaar± € 44.000
Veelgestelde vragen
Hoe bereken ik mijn eindkapitaal bij beleggen?
Wat is rente-op-rente?
Welk rendement moet ik aanhouden?
Is mijn rendement gegarandeerd?
Houdt de berekening rekening met kosten en belasting?
Wat is het verschil met sparen?
Kan ik zonder startinleg rekenen?
Maakt het uit wanneer ik in de maand inleg?
Hoe belangrijk is de looptijd?
Kan ik een negatief rendement invullen?
Gerelateerde tools
Uitgelichte artikelen
Alle artikelenBox 3 tegenbewijs: werkelijk rendement aantonen en belasting terugkrijgen (2026)
Sinds het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2024 hoef je je niet meer neer te leggen bij het forfaitaire box 3-rendement. Kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager was, dan betaal je box 3-belasting over dát werkelijke rendement — en krijg je het verschil terug. Deze gids gaat niet over de theorie achter het arrest, maar over de praktijk: wanneer tegenbewijs loont, wat precies meetelt, hoe je het uitrekent en hoe je het formulier 'Opgaaf Werkelijk Rendement' indient. De getoonde bedragen zijn indicatief en vormen geen fiscaal advies; controleer je situatie altijd bij de Belastingdienst.
Benzine of diesel? Het omslagpunt berekenen (2026)
Diesel rijdt per kilometer goedkoper, maar je betaalt meer bij aanschaf en een hogere wegenbelasting (MRB). Vanaf welk jaarkilometrage wint diesel het dan toch? Dat punt heet het omslagpunt. In deze gids reken je het in vier stappen uit, met een voorbeeldtabel op basis van indicatieve 2026-prijzen — zodat je niet op de literprijs alleen, maar op de totale kosten kiest.
Aanvullende beurs 2026: hoeveel krijg je van DUO?
De aanvullende beurs is een inkomensafhankelijke gift van DUO bovenop de basisbeurs, voor studenten met ouders met een lager inkomen. Hoeveel je krijgt hangt af van je opleiding, je woonsituatie en vooral het inkomen van je ouders. In deze gids zie je de DUO-maxima van 2026, de inkomensgrenzen en hoe je het exacte bedrag berekent.
Laatst bijgewerkt: 19 juni 2026