Kinderalimentatie berekenen: zo werken behoefte, draagkracht en zorgkorting
Kinderalimentatie wordt in Nederland berekend volgens de tremanormen: eerst de behoefte van het kind, dan de draagkracht van beide ouders en ten slotte de zorgkorting. In deze gids leest u stap voor stap hoe die methode werkt, met een voorbeeld en antwoord op de meest gestelde vragen.
Wat is kinderalimentatie en waarop is de berekening gebaseerd?
Kinderalimentatie is de bijdrage die ouders na een scheiding of het verbreken van de relatie betalen in de kosten van hun kinderen. Het uitgangspunt is dat kinderen door de scheiding financieel niet slechter af mogen zijn: de behoefte van het kind wordt daarom bepaald aan de hand van de situatie van vóór de scheiding.
Voor de berekening gebruiken rechters en professionals de tremanormen. Dit zijn richtlijnen uit het Rapport Alimentatienormen, opgesteld door de Expertgroep Alimentatienormen — een onafhankelijke groep rechters en deskundigen. De richtlijnen hebben geen wettelijke status: de rechter en partijen mogen in een concreet geval gemotiveerd afwijken. Het rapport wordt jaarlijks geactualiseerd; de versie die per 1 januari 2026 geldt, is eind 2025 gepubliceerd.
De methode kent grofweg drie stappen: eerst wordt de behoefte van het kind vastgesteld, daarna de draagkracht van beide ouders, en ten slotte wordt rekening gehouden met de zorgkorting. Hieronder lopen we die stappen langs. Wilt u eerst een indicatie van het bedrag in uw situatie? Gebruik dan de alimentatie-calculator.
Stap 1: de behoefte van het kind (kosten van kinderen)
De eerste stap is bepalen wat een kind kost: de behoefte. Deze wordt afgeleid uit het netto besteedbaar gezinsinkomen van vóór de scheiding en het aantal kinderen. Hoe hoger het inkomen waarin het gezin leefde en hoe meer kinderen, hoe hoger de behoefte. Deze bedragen staan in de behoeftetabel, die is gebaseerd op onderzoek van het NIBUD naar de gemiddelde kosten van kinderen.
In die tabel zoekt u het netto gezinsinkomen op en leest u af welk bedrag per maand aan de kinderen wordt toegerekend. De kinderbijslag die de overheid uitkeert, wordt op deze kosten in mindering gebracht, omdat die al een deel van de kosten dekt. Zo houdt u de netto behoefte over: het bedrag dat de ouders samen moeten opbrengen.
Het kindgebonden budget dat een ouder ontvangt, wordt op grond van rechtspraak van de Hoge Raad (2015) niet van de behoefte afgetrokken, maar telt mee als inkomen van de ontvangende ouder in de draagkrachtberekening. De concrete tabelbedragen wijzigen jaarlijks; controleer daarom altijd de actuele behoeftetabel of laat de berekening uitvoeren met een alimentatie-calculator die met de laatste cijfers rekent.
Stap 2: de draagkracht van beide ouders
Sinds enkele jaren telt de draagkracht van beide ouders mee — niet alleen die van de betalende ouder. Draagkracht is het bedrag dat een ouder maandelijks beschikbaar heeft om aan de kinderen bij te dragen, na aftrek van een forfaitair bedrag voor het eigen levensonderhoud en woonlasten.
De tremanormen gebruiken hiervoor een draagkrachtformule. Vereenvoudigd komt die erop neer dat van het netto besteedbaar inkomen eerst een vast draagkrachtloos deel (voor onder meer wonen en basale kosten) wordt afgetrokken; van wat overblijft wordt een percentage — in de formule doorgaans rond 70% — als draagkracht aangemerkt. Bij lagere inkomens gelden aparte minimumtabellen.
Zijn de draagkracht van beide ouders samen voldoende om de behoefte te dekken, dan verdelen zij de kosten naar rato van ieders draagkracht. De ouder met de grootste draagkracht draagt dus het grootste deel bij. Is de gezamenlijke draagkracht kleiner dan de behoefte, dan is er een tekort en wordt de beschikbare draagkracht verdeeld.
Verdeling naar rato van draagkracht
Nadat de draagkracht van beide ouders is bepaald, wordt de behoefte van het kind over hen verdeeld in verhouding tot die draagkracht. Een ouder die twee derde van de gezamenlijke draagkracht heeft, draagt in beginsel ook twee derde van de kosten van de kinderen.
Deze verhoudingsgewijze verdeling zorgt ervoor dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Het is een tussenresultaat: op het aandeel van de ouder bij wie het kind (deels) woont, wordt in stap 3 nog de zorgkorting toegepast.
| Onderdeel | Ouder A | Ouder B |
|---|---|---|
| Draagkracht per maand | € 400 | € 200 |
| Aandeel in draagkracht | 67% | 33% |
| Aandeel in kosten kind (behoefte € 500) | € 335 | € 165 |
Stap 3: de zorgkorting
De ouder die de kinderen zelf verzorgt, maakt tijdens die zorgdagen ook kosten. Daarom wordt op het aandeel in de behoefte een zorgkorting toegepast, afhankelijk van het gemiddelde aantal dagen per week dat het kind bij die ouder is. Hoe meer zorgdagen, hoe hoger de korting.
De tremanormen hanteren als richtlijn ongeveer 15% zorgkorting bij gemiddeld één dag per week, 25% bij twee dagen en 35% bij drie dagen of co-ouderschap. Bij minder dan één dag per week geldt een lager percentage. De zorgkorting wordt berekend over de behoefte van het kind en verlaagt het bedrag dat de betalende ouder daadwerkelijk overmaakt.
De uiteindelijke kinderalimentatie is dus het aandeel van de betalende ouder in de kosten, verminderd met zijn of haar zorgkorting. Bij een tekort in de gezamenlijke draagkracht gelden aanvullende regels voor het verrekenen van de zorgkorting.
- Minder dan 1 dag per week: circa 5% zorgkorting
- Gemiddeld 1 dag per week: circa 15% zorgkorting
- Gemiddeld 2 dagen per week: circa 25% zorgkorting
- Gemiddeld 3 dagen per week of co-ouderschap: circa 35% zorgkorting
Zo bereken je kinderalimentatie: het stappenplan
Wilt u zelf een indruk krijgen van het bedrag, volg dan deze stappen. Voor een juridisch bruikbare berekening is maatwerk nodig; gebruik daarom een calculator of schakel een professional in.
Doorloop de stappen achter elkaar. Elke stap bouwt voort op de vorige: zonder de behoefte kunt u het aandeel niet verdelen, en zonder de draagkracht kunt u de zorgkorting niet correct toepassen.
- Stap 1 — Bepaal het netto gezinsinkomen van vóór de scheiding en het aantal kinderen, en lees de behoefte af in de behoeftetabel (kinderbijslag gaat eraf).
- Stap 2 — Bereken de draagkracht van beide ouders met de draagkrachtformule; tel het kindgebonden budget mee bij het inkomen van de ontvangende ouder.
- Stap 3 — Verdeel de behoefte naar rato van ieders draagkracht om het aandeel van elke ouder te bepalen.
- Stap 4 — Trek de zorgkorting (op basis van de zorgdagen) af van het aandeel van de betalende ouder.
- Stap 5 — Het resultaat is de maandelijkse kinderalimentatie. Indexeer dit bedrag jaarlijks met het wettelijke percentage.
Voorbeeldberekening (illustratief)
Let op: onderstaande bedragen zijn een vereenvoudigd voorbeeld ter illustratie van de methode. Het zijn geen officiële tabelbedragen en ze gelden niet voor uw situatie. Gebruik voor uw eigen berekening de actuele tabellen of de alimentatie-calculator.
Voorbeeld: het gezin had vóór de scheiding een netto besteedbaar inkomen waarbij de behoefte van één kind volgens de tabel op € 500 per maand uitkomt (na aftrek van kinderbijslag). Ouder A heeft een draagkracht van € 400, ouder B van € 200. Samen € 600, ruim voldoende om de behoefte van € 500 te dekken.
De kosten worden naar rato verdeeld: ouder A draagt 67% (€ 335) en ouder B 33% (€ 165). Het kind is gemiddeld één dag per week bij ouder A, die daarom 15% zorgkorting krijgt: 15% van € 500 is € 75. De kinderalimentatie die ouder A betaalt, komt in dit voorbeeld uit op € 335 − € 75 = € 260 per maand. Dit bedrag wordt vervolgens jaarlijks geïndexeerd.
| Stap | Berekening | Bedrag |
|---|---|---|
| Behoefte kind (na kinderbijslag) | uit behoeftetabel | € 500 |
| Aandeel ouder A (67% draagkracht) | 67% × € 500 | € 335 |
| Zorgkorting ouder A (1 dag/week) | 15% × € 500 | − € 75 |
| Kinderalimentatie ouder A | € 335 − € 75 | € 260 |
Duur, indexering en het maken van afspraken
De onderhoudsplicht loopt in beginsel door tot het kind 21 jaar wordt. Tot 18 jaar wordt het bedrag als kinderalimentatie aan de verzorgende ouder betaald. Vanaf 18 jaar wordt dit automatisch een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van de jongmeerderjarige, die tot 21 jaar (en soms rechtstreeks aan het kind) verschuldigd is. De wet gaat ervan uit dat jongvolwassenen tussen 18 en 21 jaar vaak nog niet volledig financieel zelfstandig zijn.
Kinderalimentatie wordt elk jaar van rechtswege geïndexeerd met een door de overheid vastgesteld percentage, gekoppeld aan de loonontwikkeling. Voor 2026 is dat 4,6%. Deze verhoging geldt automatisch, ook als er niets over is vastgelegd. Hoe u het geïndexeerde bedrag berekent, leest u in de gids Indexering alimentatie 2026.
Ouders kunnen de bedragen in onderling overleg vastleggen in een ouderschapsplan of echtscheidingsconvenant, vaak met hulp van een mediator. Komen zij er niet uit, dan stelt de rechter de kinderalimentatie vast aan de hand van dezelfde tremanormen. Wijzigt het inkomen of de zorgverdeling ingrijpend, dan kan de alimentatie opnieuw worden vastgesteld. Dit artikel geeft uitleg over de methode en is geen juridisch advies; raadpleeg voor uw situatie een advocaat of mediator.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de tremanormen? De tremanormen zijn de landelijke richtlijnen uit het Rapport Alimentatienormen, opgesteld door de Expertgroep Alimentatienormen. Rechters en professionals gebruiken ze om behoefte, draagkracht en zorgkorting te bepalen. Ze zijn richtinggevend, maar niet wettelijk bindend; afwijken is gemotiveerd mogelijk.
Hoeveel alimentatie moet ik betalen? Dat hangt af van drie factoren: de behoefte van het kind (op basis van het gezinsinkomen van vóór de scheiding), de draagkracht van beide ouders en de zorgverdeling. Er is geen vast bedrag; een berekening met de tremanormen of de alimentatie-calculator geeft een indicatie.
Wordt de kinderbijslag van de behoefte afgetrokken? Ja. De kinderbijslag wordt in mindering gebracht op de kosten van het kind, zodat de netto behoefte overblijft die de ouders samen opbrengen. Het kindgebonden budget wordt daarentegen niet van de behoefte afgetrokken, maar telt mee als inkomen van de ontvangende ouder.
Wat is zorgkorting? De zorgkorting is een verlaging van de bijdrage voor de ouder die het kind zelf verzorgt, omdat die tijdens de zorgdagen ook kosten maakt. Als richtlijn geldt ongeveer 15% bij één zorgdag per week, 25% bij twee dagen en 35% bij drie dagen of co-ouderschap.
Tot welke leeftijd geldt kinderalimentatie? Tot 21 jaar. Tot 18 jaar is het kinderalimentatie voor de verzorgende ouder; vanaf 18 jaar wordt het een bijdrage in levensonderhoud en studie tot het kind 21 wordt.
Moet ik de alimentatie jaarlijks aanpassen? Ja. Kinderalimentatie wordt van rechtswege geïndexeerd met het wettelijke percentage (4,6% in 2026), ook zonder vermelding in de beschikking of het convenant. Zie de gids Indexering alimentatie 2026 voor de rekenmethode.
Tot slot
Kinderalimentatie berekent u volgens de tremanormen in drie stappen: eerst de behoefte van het kind op basis van het gezinsinkomen van vóór de scheiding, dan de draagkracht van beide ouders en ten slotte de zorgkorting voor de eigen zorgtijd. De kosten worden naar rato van de draagkracht verdeeld, en het bedrag loopt door tot het kind 21 jaar is. Omdat de tabellen jaarlijks wijzigen en elk geval anders ligt, gebruikt u voor een indicatie de [alimentatie-calculator](/financien/alimentatie-berekenen/).
De uitkomst is en blijft maatwerk: kleine verschillen in inkomen, woonlasten of zorgverdeling kunnen het bedrag flink veranderen, en de rechter mag gemotiveerd van de richtlijnen afwijken. Dit artikel legt de methode uit en is geen juridisch advies. Wilt u zekerheid over uw eigen situatie of het vastleggen van afspraken, raadpleeg dan een gespecialiseerd advocaat of mediator.
Bronnen
Bijbehorende calculators
Lees ook
Laatst bijgewerkt: 1 juli 2026