Box 2 belasting 2026: wat betaal je als DGA over dividend?
Keer je als DGA dividend uit je BV uit, dan betaal je daarover box 2-belasting. In 2026 geldt 24,5% over de eerste € 68.843 aan box 2-inkomen en 31% over alles daarboven. Heb je een fiscaal partner, dan geldt het lage tarief samen tot € 137.686. Maar dat is niet het hele verhaal: over de winst waaruit je dat dividend uitkeert, heeft je BV al vennootschapsbelasting betaald. Van € 100.000 BV-winst houd je daardoor netto ongeveer € 60.365 over in privé. Hieronder staan de tarieven, de gecombineerde druk van vpb plus box 2, de gebruikelijkloonregeling en rekenvoorbeelden die je zo kunt narekenen.
Box 2 in 2026: dit betaal je over je dividend
Box 2 van de inkomstenbelasting heet officieel 'inkomen uit aanmerkelijk belang'. Het is de box waarin je terechtkomt zodra je een flink aandelenbelang in een BV of NV hebt — in de praktijk vrijwel elke DGA met een eigen BV. Alles wat je uit dat belang haalt, valt in box 2: het dividend dat je uitkeert, maar ook de winst die je maakt als je je aandelen verkoopt.
In 2026 kent box 2 twee schijven. Over de eerste € 68.843 aan box 2-inkomen betaal je 24,5%. Over alles daarboven betaal je 31%. Keer je dus € 50.000 dividend uit, dan blijf je volledig in de eerste schijf en betaal je € 12.250 aan belasting — je houdt € 37.750 over. Keer je € 100.000 uit, dan betaal je € 26.525 en houd je € 73.475 over.
Omdat het lage tarief alleen over de eerste schijf geldt, ligt je effectieve tarief altijd tussen 24,5% en 31% in. Bij € 100.000 dividend kom je uit op 26,5%; pas bij zeer hoge uitkeringen kruip je richting de 31%. Wil je het meteen voor je eigen bedrag weten? Vul je dividend in bij de box 2 calculator en je ziet direct de belasting, het nettobedrag en je effectieve tarief.
Let op: dit artikel is informatief en bevat geen belastingadvies. De regels rond dividend, gebruikelijk loon en de eigen BV zitten vol uitzonderingen. Overleg over je eigen situatie altijd met een belastingadviseur of accountant.
Wie zit er in box 2? Aanmerkelijk belang vanaf 5%
Je hebt een aanmerkelijk belang zodra je — alleen of samen met je fiscaal partner — direct of indirect minimaal 5% van de aandelen in een vennootschap bezit. Die 5% is een harde grens en telt per soort aandelen. Ook winstbewijzen en bepaalde stemrechten in een coöperatie kunnen een aanmerkelijk belang opleveren.
Belangrijk detail: de 5% wordt gemeten inclusief het belang van je fiscaal partner. Heb jij 3% en je partner 3%, dan hebben jullie samen 6% en zitten jullie allebei in box 2 — ook al haalt geen van beiden individueel de grens. Ook aandelen die je via een holding houdt tellen mee; dat is de klassieke DGA-structuur waarbij je holding de aandelen in de werk-BV houdt.
Kom je niet aan die 5%, dan vallen je aandelen niet in box 2 maar in box 3, de box voor sparen en beleggen. Dat is een compleet ander regime: daar betaal je over een rendement op je vermogen in plaats van over wat je daadwerkelijk aan dividend ontvangt. Hoe dat werkt lees je in onze gids over box 3 in 2026, of reken het door met de box 3 calculator.
Voor de meeste DGA's is de vraag academisch: heb je je eigen BV, dan houd je doorgaans 100% van de aandelen en zit je dus vol in box 2. De regeling wordt pas interessant bij mede-aandeelhouders, participatieregelingen voor personeel of een BV met meerdere oprichters — precies daar loont het om te controleren wie de 5% haalt.
De twee schijven van box 2 met rekenvoorbeelden
De box 2-berekening is recht toe recht aan. Je neemt je totale box 2-inkomen over het jaar, rekent over het deel tot € 68.843 het tarief van 24,5% en over het meerdere 31%. De twee uitkomsten tel je op. Wat je netto overhoudt is simpelweg je dividend min die belasting.
In de tabel hieronder zie je zes uitkeringen doorgerekend, voor een DGA zonder fiscaal partner. Let vooral op de laatste kolom: het effectieve tarief loopt langzaam op van 24,5% naar 31%, maar bereikt die 31% nooit helemaal — de eerste € 68.843 blijft immers altijd tegen 24,5% belast.
Zoals je ziet, kost de sprong van € 68.843 naar € 100.000 dividend je € 9.659 extra belasting over die € 31.157 — precies 31%. Dat verschil van 6,5 procentpunt tussen de schijven is de reden dat veel DGA's kijken naar spreiding over meerdere jaren; daarover verderop meer. Wil je je eigen bedrag doorrekenen, inclusief de partnerregeling? Gebruik de box 2 calculator.
| Dividend | Schijf 1 (24,5%) | Schijf 2 (31%) | Totale box 2-belasting | Netto | Effectief tarief |
|---|---|---|---|---|---|
| € 25.000 | € 6.125 | € 0 | € 6.125 | € 18.875 | 24,50% |
| € 50.000 | € 12.250 | € 0 | € 12.250 | € 37.750 | 24,50% |
| € 68.843 | € 16.867 | € 0 | € 16.867 | € 51.976 | 24,50% |
| € 100.000 | € 16.867 | € 9.659 | € 26.525 | € 73.475 | 26,53% |
| € 150.000 | € 16.867 | € 25.159 | € 42.025 | € 107.975 | 28,02% |
| € 250.000 | € 16.867 | € 56.159 | € 73.025 | € 176.975 | 29,21% |
De gecombineerde druk: vpb én box 2 over dezelfde winst
Hier zit de kern van het DGA-verhaal, en het punt waar de meeste rekensommen misgaan. Box 2 is namelijk niet de eerste belasting over je BV-winst — het is de tweede. Voordat er ook maar één euro dividend naar privé kan, heeft je BV al vennootschapsbelasting betaald over die winst. Wat je uitkeert, is de winst ná vpb.
De vennootschapsbelasting kent in 2026 twee tarieven: 19% over de eerste € 200.000 winst en 25,8% over alles daarboven. Die grens van € 200.000 is ruim, dus veel kleinere BV's betalen volledig 19%. Reken je eigen winst door met de vpb calculator.
Neem een BV met € 100.000 winst. Eerst de vpb: 19% × € 100.000 = € 19.000. Er blijft € 81.000 winst na belasting over, die je volledig als dividend uitkeert. Daarover reken je box 2: over de eerste € 68.843 betaal je 24,5% = € 16.867, en over de resterende € 12.157 betaal je 31% = € 3.769. Samen € 20.635 aan box 2-belasting. Netto in privé: € 81.000 − € 20.635 = € 60.365.
Tel je beide belastingen op, dan kom je op € 19.000 + € 20.635 = € 39.635. Dat is 39,6% van de oorspronkelijke € 100.000 winst. Dát is de gecombineerde druk waar je als DGA mee te maken hebt — niet de 24,5% of 31% die je in box 2 op je aanslag ziet staan. Wie zijn dividendbeslissing baseert op alleen het box 2-tarief, rekent zichzelf structureel rijk.
Deze gecombineerde druk is ook de reden dat het kabinet de box 2-tarieven bewust ergens in de buurt van het toptarief van box 1 heeft gelegd. Het idee erachter heet globaal evenwicht: een DGA die via een BV werkt zou onder de streep niet veel gunstiger — maar ook niet veel ongunstiger — moeten uitkomen dan een werknemer of een IB-ondernemer met hetzelfde inkomen.
Dividend of salaris? De gebruikelijkloonregeling
Als je de tarieven naast elkaar legt, lijkt de conclusie snel getrokken: box 2 begint bij 24,5%, terwijl het toptarief in box 1 daar ruim boven ligt. Waarom zou je jezelf dan nog salaris uitbetalen? Precies om die reden bestaat de gebruikelijkloonregeling. Die verplicht je als DGA om jezelf een loon toe te kennen dat past bij het werk dat je doet — je mag jezelf dus niet op nul zetten en alles als dividend uitkeren.
Je gebruikelijk loon is het hoogste van deze drie bedragen: het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het loon van de best betaalde werknemer in je BV of een verbonden vennootschap, of het wettelijke normbedrag. Dat normbedrag is in 2026 € 58.000 (in 2024 en 2025 was het € 56.000). Verdient een vergelijkbare functie in loondienst € 90.000, dan is dát je uitgangspunt — niet de € 58.000.
Dat normbedrag is dus een ondergrens, geen streefwaarde. In specifieke situaties mag je er onderbouwd van afwijken, bijvoorbeeld bij een deeltijd-BV, een structureel verlieslatende BV of een startende innovatieve onderneming. Dat vraagt om een goede onderbouwing richting de Belastingdienst en is bij uitstek een gesprek voor je accountant.
Over je DGA-salaris betaal je gewoon loonheffing in box 1, net als elke werknemer. Wat je daar netto van overhoudt reken je uit met de bruto naar netto calculator. Voor de BV is dat salaris wél een aftrekbare kostenpost: het verlaagt de winst en daarmee de vennootschapsbelasting. Bij dividend is dat níét zo — dividend keer je uit ná vpb en is niet aftrekbaar.
Dat verschil maakt de afweging tussen salaris en dividend een rekensom, geen kwestie van 'het laagste tarief wint'. Salaris drukt de winst en dus de vpb, maar wordt progressief belast in box 1. Dividend ontsnapt aan box 1, maar heeft de vpb-heffing al achter de rug. Waar het omslagpunt ligt hangt af van je winst, je overige inkomen, je heffingskortingen en je pensioenopbouw. Twijfel je of een BV überhaupt bij je past, vergelijk dan eerst met de eenmanszaak-route via onze gids over ondernemersaftrek in 2026 en het zzp-tarief in 2026; je uurtarief bepaal je met de zzp-uurtarief calculator.
Dividendbelasting van 15%: een voorheffing, geen extra belasting
Dit is misschien wel de hardnekkigste misvatting rond dividend uit de eigen BV. Keer je dividend uit, dan moet je BV daarop 15% dividendbelasting inhouden en binnen een maand afdragen aan de Belastingdienst. Veel DGA's schrikken daarvan: betaal ik nu 15% dividendbelasting én 24,5% box 2? Nee. Die 15% is een voorheffing.
Een voorheffing is een voorschot op een belasting die je later toch al moest betalen. De ingehouden dividendbelasting verrekent je in je aangifte inkomstenbelasting met wat je in box 2 verschuldigd bent. Je betaalt dus niet 15% + 24,5% = 39,5%, maar gewoon 24,5% — waarvan 15 procentpunt alleen eerder is geïnd.
Een voorbeeld maakt het concreet. Je keert € 50.000 dividend uit. De BV houdt 15% = € 7.500 in en maakt € 42.500 aan je over. In je aangifte staat vervolgens € 12.250 aan box 2-belasting (24,5% × € 50.000). Daarvan trek je de al ingehouden € 7.500 af, zodat er nog € 4.750 bij te betalen valt. Totaal betaald: € 12.250 — precies het bedrag dat je in box 2 verschuldigd bent, niet meer.
Is de ingehouden dividendbelasting hoger dan je box 2-aanslag, dan krijg je het verschil terug. Vergeet die verrekening dus niet in je aangifte: geef het ingehouden bedrag op onder de te verrekenen dividendbelasting. Doe je dat niet, dan betaal je die 15% feitelijk dubbel.
Timing en spreiding: uitkeren rond de grens van € 68.843
Omdat de schijfgrens per kalenderjaar geldt en niet meeverhuist naar volgend jaar, maakt het moment van uitkeren verschil. Wie zijn dividend in één jaar propt, duwt een deel ervan tegen 31% de tweede schijf in. Wie hetzelfde bedrag over twee jaren uitsmeert, kan twee keer de eerste schijf benutten.
Reken maar mee. Je wilt € 137.686 aan dividend uitkeren en hebt geen fiscaal partner. Doe je dat in één jaar, dan betaal je 24,5% over € 68.843 (= € 16.867) plus 31% over de andere € 68.843 (= € 21.341). Totaal: € 38.208, een effectief tarief van 27,75%.
Splits je dezelfde uitkering in twee jaren van € 68.843, dan blijf je beide keren precies binnen de eerste schijf: 2 × € 16.867 = € 33.733. Je effectieve tarief zakt naar 24,5% en je bespaart € 4.475 — zonder één euro minder uit te keren. Dat is puur een kwestie van timing.
Heb je een fiscaal partner, dan hoef je die spreiding niet eens te doen. Fiscaal partners hebben samen recht op een dubbele eerste schijf: € 137.686 tegen 24,5%. Door het box 2-inkomen in de aangifte tussen jullie te verdelen, kun je diezelfde € 137.686 in één jaar uitkeren en toch op € 33.733 uitkomen — hetzelfde bedrag als bij spreiden over twee jaar.
Schommelt je inkomen sterk over de jaren — een vet dividendjaar gevolgd door magere jaren — kijk dan ook naar de middelingsregeling, al geldt die voor box 1-inkomen en niet voor box 2. En let op de keerzijde van uitstel: dividend uitstellen betekent dat het geld in de BV blijft, waar het aan andere regels vastzit. Denk aan de uitkeringstoets die je bestuur moet doen, en aan de leenregeling uit de volgende sectie.
Excessief lenen uit je BV: de grens van € 500.000
Er bestond jarenlang een populaire route om box 2 te ontlopen: geen dividend uitkeren, maar geld lénen van je eigen BV. Je haalt het geld naar privé, boekt het als rekening-courantschuld en betaalt geen cent belasting — want lenen is geen inkomen. Sinds 2023 zit die deur grotendeels dicht dankzij de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap.
De regel is simpel. Staat er op 31 december meer dan € 500.000 aan schulden open bij je eigen BV, dan wordt het meerdere belast als inkomen uit aanmerkelijk belang — gewoon in box 2, tegen 24,5% en 31%. Je hebt dan geen euro dividend uitgekeerd en toch een box 2-aanslag. Het gaat om het totaal van jou en je fiscaal partner samen; ook schulden van verbonden personen, zoals je kinderen, kunnen meetellen.
Een voorbeeld: je hebt op 31 december € 600.000 openstaan bij je BV. Het bovenmatige deel is € 600.000 − € 500.000 = € 100.000. Dat bedrag wordt belast als box 2-inkomen, wat neerkomt op € 26.525 aan belasting — precies zoals bij een dividenduitkering van € 100.000, alleen zonder dat er geld naar je toe is gekomen.
Er is één belangrijke uitzondering: een kwalificerende eigenwoningschuld telt niet mee voor die € 500.000. Wel geldt daarvoor de voorwaarde dat er een recht van hypotheek ten gunste van de BV is gevestigd — behalve bij eigenwoningschulden die al vóór 31 december 2022 bestonden. De precieze voorwaarden zijn nauw; laat dit toetsen door je adviseur.
Let op dat de lening zélf niet verdwijnt door de heffing. De schuld blijft gewoon bestaan, je BV moet er rente over blijven rekenen en die rente blijft belast met vennootschapsbelasting. Je betaalt dus box 2 over een bedrag dat je nog steeds moet terugbetalen. Sta je boven de grens, kijk dan tijdig — ruim vóór 31 december — naar aflossen of naar een reguliere dividenduitkering.
Veelgestelde vragen
Wat is het box 2-tarief in 2026? Over de eerste € 68.843 aan box 2-inkomen betaal je 24,5% en over alles daarboven 31%. Keer je € 50.000 dividend uit, dan betaal je € 12.250 en houd je € 37.750 over. Bij € 100.000 dividend is dat € 26.525 belasting en € 73.475 netto.
Wanneer heb ik een aanmerkelijk belang? Zodra je alleen of samen met je fiscaal partner minimaal 5% van de aandelen in een BV of NV bezit, direct of via een holding. Ook winstbewijzen en bepaalde stemrechten in een coöperatie kunnen een aanmerkelijk belang opleveren. Onder de 5% vallen je aandelen in box 3.
Betaal ik 15% dividendbelasting bovenop box 2? Nee. De 15% dividendbelasting die je BV inhoudt is een voorheffing: je verrekent dat bedrag in je aangifte met de box 2-belasting. Bij € 50.000 dividend houdt de BV € 7.500 in en betaal je via de aangifte nog € 4.750 bij — samen de € 12.250 die je in box 2 verschuldigd bent.
Hoeveel houd ik netto over van € 100.000 BV-winst? Ongeveer € 60.365. Eerst betaalt de BV 19% vennootschapsbelasting (€ 19.000), waarna € 81.000 als dividend overblijft. Daarover betaal je € 20.635 box 2-belasting. De gecombineerde druk komt daarmee op € 39.635, oftewel 39,6% van de winst.
Kan ik mezelf alleen dividend uitkeren en geen salaris? Nee, de gebruikelijkloonregeling verplicht je tot een DGA-salaris. Dat is het hoogste van: het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het loon van je best betaalde werknemer, of het normbedrag van € 58.000 in 2026. Afwijken naar beneden kan alleen onderbouwd.
Waarom is dividend spreiden over twee jaar voordeliger? Omdat de grens van € 68.843 per kalenderjaar geldt en niet doorschuift. Keer je € 137.686 in één jaar uit, dan betaal je € 38.208 (27,75%). Verdeel je het over twee jaren, dan betaal je 2 × € 16.867 = € 33.733 (24,5%) en bespaar je € 4.475.
Wat gebeurt er als ik meer dan € 500.000 leen bij mijn BV? Het bedrag boven de € 500.000 wordt op 31 december belast als box 2-inkomen, ook zonder dividenduitkering. Bij € 600.000 schuld is dat € 100.000 belast, oftewel € 26.525. Een kwalificerende eigenwoningschuld telt onder voorwaarden niet mee.
Geldt de grens van € 68.843 ook met een fiscaal partner? Nee, dan geldt een dubbele eerste schijf. Fiscaal partners betalen samen 24,5% over de eerste € 137.686 aan box 2-inkomen en 31% over het meerdere. Door het box 2-inkomen in de aangifte te verdelen benut je beide schijven optimaal.
Tot slot
Box 2 is in 2026 goed te overzien: 24,5% over de eerste € 68.843 aan dividend of vervreemdingswinst en 31% over alles daarboven, met een dubbele eerste schijf van € 137.686 voor fiscaal partners. De 15% dividendbelasting die je BV inhoudt komt daar niet bovenop — dat is een voorheffing die je in je aangifte verrekent.
Belangrijker dan het tarief zelf is de gecombineerde druk. Van € 100.000 BV-winst gaat eerst € 19.000 naar de vennootschapsbelasting en daarna € 20.635 naar box 2, waardoor er € 60.365 netto in privé overblijft: een totale druk van 39,6%. Wie alleen naar de 24,5% kijkt, onderschat structureel wat een euro BV-winst in privé waard is. Reken je eigen uitkering daarom door met de box 2 calculator en je BV-winst met de vpb calculator.
Dit artikel is informatief bedoeld en is nadrukkelijk geen belastingadvies. De keuze tussen salaris en dividend, de onderbouwing van je gebruikelijk loon, de uitkeringstoets en de leenregeling hangen allemaal af van je persoonlijke situatie en kennen uitzonderingen die een rekenmachine niet ziet. Controleer actuele bedragen altijd bij de Belastingdienst en leg je plannen voor aan een belastingadviseur of accountant voordat je een uitkering doet.
Bronnen
Bijbehorende calculators
Lees ook
Box 3 belasting 2026: vermogensrendementsheffing berekenen en minimaliseren
Box 3 is al jaren het meest besproken onderdeel van de Nederlandse inkomstenbelasting — en dat is niet voor niets. Na het baanbrekende Kerstarrest van de Hoge Raad in 2021 en de daaropvolgende overgangsrechtspraak staat het stelsel opnieuw onder druk, terwijl de wetgever werkt aan een definitief 'werkelijk rendement'-systeem dat pas op zijn vroegst in 2028 van kracht wordt. In 2026 geldt een aangepast fictief-rendementsstelsel met drie vermogenscategorieën. Deze gids legt stap voor stap uit hoe de berekening werkt, wat de tarieven zijn en hoe u uw box 3-last legaal kunt beperken.
Ondernemersaftrek 2026: zelfstandigenaftrek, startersaftrek & mkb-vrijstelling
Als ondernemer voor de inkomstenbelasting verlaag je je belastbare winst met de ondernemersaftrek: de zelfstandigenaftrek, eventueel de startersaftrek en de mkb-winstvrijstelling. In deze gids zie je de bedragen van 2026, het urencriterium en precies hoe je belastbare winst wordt berekend — met voorbeelden.
ZZP-tarief berekenen 2026: wat moet je minimaal vragen als zelfstandige?
Als ZZP'er bepaalt u zelf uw uurtarief — maar wat is het minimum dat u moet vragen om netto op hetzelfde niveau uit te komen als een werknemer in loondienst? Veel zelfstandigen onderprijzen zichzelf omdat ze de verborgen kosten van het ondernemerschap onderschatten: belasting, pensioen, arbeidsongeschiktheidsverzekering, vakantie en zakelijke kosten. In deze gids rekenen we stap voor stap door welk uurtarief u nodig heeft in 2026, welke belastingvoordelen voor ZZP'ers gelden en hoe u uw tarief marktconform positioneert.
Box 3 werkelijk rendement 2026–2027: van fictief stelsel naar nieuwe belasting uitgelegd
Box 3 is het meest omstreden onderdeel van de Nederlandse inkomstenbelasting. Na het beroemde Kerstarrest van de Hoge Raad in 2021, dat het oude fictieve-rendementstelsel ongrondwettelijk verklaarde, is de overheid al jaren bezig met een noodoplossing en een nieuw structureel systeem. In 2026 geldt nog het overbruggingsstelsel met forfaitaire rendementen per vermogenscategorie. Maar in 2027 — of mogelijk 2028 — gaat het nieuwe stelsel op basis van werkelijk rendement in. In dit artikel leggen we uit hoe beide systemen werken, wat de verschillen zijn voor uw spaargeld en beleggingen, en hoe u uw box 3-belasting in 2026 legaal kunt verlagen.
Laatst bijgewerkt: 14 juli 2026