Toetsingsinkomen berekenen
Bereken het toetsingsinkomen voor je toeslagen — jouw verzamelinkomen plus dat van je toeslagpartner — en zie welke toeslagen ervan afhangen.
Samengesteld en gecontroleerd door de RekenmachinePro-redactie.
Het toetsingsinkomen is het inkomen waar de Belastingdienst/Toeslagen naar kijkt om te bepalen of je recht hebt op zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget of kinderopvangtoeslag, en hoe hoog die toeslagen zijn. Voor de meeste mensen is het toetsingsinkomen gelijk aan het verzamelinkomen uit de aangifte inkomstenbelasting. Heb je een toeslagpartner? Dan telt de Belastingdienst jullie inkomens bij elkaar op. Met deze gratis tool tel je het verzamelinkomen van jou en je partner op en zie je direct het gezamenlijke toetsingsinkomen — een cruciaal getal om in te schatten of je toeslag krijgt of moet terugbetalen.
Wat is het toetsingsinkomen?
Het toetsingsinkomen is het inkomensbegrip dat de Belastingdienst/Toeslagen gebruikt om je recht op toeslagen te bepalen. Het is gebaseerd op je verzamelinkomen uit de inkomstenbelasting: de optelsom van je belastbaar inkomen uit box 1, box 2 en box 3. Voor verreweg de meeste mensen is het toetsingsinkomen exact gelijk aan het verzamelinkomen.
Het cruciale verschil met het verzamelinkomen: als je een toeslagpartner hebt, telt de Belastingdienst het inkomen van jou én je partner bij elkaar op. Toeslagen worden namelijk per huishouden toegekend, niet per persoon. Daarom kan een hoog partnerinkomen ervoor zorgen dat je samen geen recht meer hebt op toeslag, ook al verdien jij zelf weinig.
De formule
Het toetsingsinkomen bereken je door het verzamelinkomen van de aanvrager en de toeslagpartner op te tellen. Zonder toeslagpartner is het simpelweg je eigen verzamelinkomen.
Voorbeeld: jij hebt een verzamelinkomen van € 32.000 en je toeslagpartner € 28.000. Jullie gezamenlijke toetsingsinkomen is dan € 60.000 — dat is het bedrag waarmee de Belastingdienst al jullie toeslagen toetst.
Wie is je toeslagpartner?
Of iemand je toeslagpartner is, bepaalt de Belastingdienst aan de hand van vaste regels — je kunt het niet zelf kiezen. Je hebt in elk geval een toeslagpartner als een van deze situaties geldt:
- Je bent getrouwd of hebt een geregistreerd partnerschap.
- Je staat samen op één adres ingeschreven én hebt samen een notarieel samenlevingscontract.
- Je staat samen ingeschreven én hebt samen een kind (of een van jullie heeft het kind van de ander erkend).
- Je staat samen ingeschreven én bent elkaars partner voor een pensioenregeling.
- Je staat samen ingeschreven én bezit samen een eigen woning.
Welke toeslagen hangen af van het toetsingsinkomen?
Alle vier de Nederlandse toeslagen zijn inkomensafhankelijk en gebruiken het toetsingsinkomen. Maar de inkomensgrenzen verschillen sterk per toeslag:
| Toeslag | Toetst op | Vermogen telt mee? |
|---|---|---|
| Zorgtoeslag | Toetsingsinkomen huishouden | Ja (vermogensgrens) |
| Huurtoeslag | Toetsingsinkomen huishouden | Ja (vermogensgrens) |
| Kindgebonden budget | Toetsingsinkomen huishouden | Nee |
| Kinderopvangtoeslag | Toetsingsinkomen huishouden (vergoedingspercentage) | Nee |
Globale inkomensgrenzen 2026 (indicatief)
Of je recht hebt op een toeslag hangt af van waar je toetsingsinkomen valt ten opzichte van de afbouwgrenzen. Onderstaande bedragen zijn indicatief en bedoeld als richtsnoer — gebruik de losse calculators of Mijn Toeslagen voor je exacte situatie.
| Toeslag | Ongeveer recht tot (alleenstaand) | Ongeveer recht tot (met partner) |
|---|---|---|
| Zorgtoeslag | ± € 39.000 | ± € 49.000 (samen) |
| Huurtoeslag | Afhankelijk van huur en huishouden | Afhankelijk van huur en huishouden |
| Kindgebonden budget | Afbouw vanaf ± € 25.000–€ 45.000 | Hogere grens afhankelijk van aantal kinderen |
| Kinderopvangtoeslag | Geen harde grens — wel lager % | Geen harde grens — wel lager % |
Schatten en doorgeven: voorkom terugbetalen
Toeslagen worden maandelijks vooruitbetaald op basis van een schatting van je toetsingsinkomen voor het lopende jaar. Pas na afloop, als je definitieve aanslag binnen is, rekent de Belastingdienst je toeslag definitief af. Schatte je te laag in? Dan moet je terugbetalen. Schatte je te hoog? Dan krijg je een nabetaling.
De grootste valkuil is een wijziging halverwege het jaar: een nieuwe baan, een salarisverhoging, of een partner die bij je intrekt. Zodra je toetsingsinkomen verandert, geef je dat zo snel mogelijk door via Mijn Toeslagen. Hoe eerder je het doorgeeft, hoe kleiner de correctie aan het eind van het jaar.
Verzamelinkomen, toetsingsinkomen en bijzondere correcties
In de meeste gevallen is het toetsingsinkomen gelijk aan het (gezamenlijke) verzamelinkomen. Er zijn echter situaties waarin de Belastingdienst het toetsingsinkomen corrigeert ten opzichte van het verzamelinkomen — vooral bij inkomen dat in Nederland niet of anders belast wordt.
Voorbeelden: een AOW- of pensioenuitkering uit het buitenland, inkomen waarvoor een belastingverdrag geldt, of bepaalde vrijgestelde uitkeringen. In die gevallen kan je toetsingsinkomen hoger uitvallen dan je Nederlandse verzamelinkomen. Twijfel je? Bekijk dan je toeslagbeschikking, waarop het gehanteerde toetsingsinkomen staat vermeld.
Rekenvoorbeeld: stel met ongelijke inkomens
Stel: jij werkt parttime met een verzamelinkomen van € 18.000 en je partner verdient € 46.000. Apart zou jij ruim onder de zorgtoeslaggrens vallen, maar omdat jullie toeslagpartners zijn, telt het gezamenlijke toetsingsinkomen van € 64.000. Daarmee valt het huishouden boven de zorgtoeslaggrens voor partners en is er geen recht op zorgtoeslag.
Dit laat zien waarom je altijd het gezamenlijke toetsingsinkomen moet berekenen, niet alleen je eigen inkomen. Een laag eigen inkomen betekent niet automatisch recht op toeslag — het huishoudinkomen is bepalend.
Formule
Met toeslagpartner: toetsingsinkomen = verzamelinkomen aanvrager + verzamelinkomen toeslagpartner Zonder toeslagpartner: toetsingsinkomen = verzamelinkomen aanvrager Voor de meeste mensen geldt: toetsingsinkomen = (gezamenlijk) verzamelinkomen.
Voorbeelden
- Alleenstaand, verzamelinkomen € 32.000Toetsingsinkomen € 32.000
- Stel: € 32.000 + € 28.000Gezamenlijk toetsingsinkomen € 60.000
- Parttimer € 18.000 + partner € 46.000Toetsingsinkomen € 64.000 — boven zorgtoeslaggrens partners
- Alleenstaande ouder, € 24.000Toetsingsinkomen € 24.000 — vaak recht op KGB met ALO-kop
- Twee modale inkomens € 40.000 + € 40.000Toetsingsinkomen € 80.000 — meestal geen zorg-/huurtoeslag
Veelgestelde vragen
Wat is het toetsingsinkomen?
Is het toetsingsinkomen hetzelfde als het verzamelinkomen?
Welk inkomen vul ik in voor mijn toetsingsinkomen?
Telt het inkomen van mijn partner mee?
Welke toeslagen hangen af van mijn toetsingsinkomen?
Wat gebeurt er als ik mijn toetsingsinkomen te laag inschat?
Moet ik wijzigingen in mijn inkomen doorgeven?
Wordt vakantiegeld meegerekend in het toetsingsinkomen?
Waar zie ik welk toetsingsinkomen de Belastingdienst gebruikt?
Gerelateerde tools
Uitgelichte artikelen
Alle artikelenSnelheidsboete 2026: wat kost te hard rijden?
Tien kilometer te hard kost je in 2026 € 95 binnen de bebouwde kom, € 89 buiten de bebouwde kom en € 84 op de autosnelweg — plus € 9 administratiekosten. Dezelfde overtreding, drie bedragen: hoe dichter je bij fietsers en voetgangers rijdt, hoe duurder het wordt. Hieronder staan de officiële tarieven van het Openbaar Ministerie per wegtype, hoe de meetcorrectie je snelheid verlaagt vóór er een boete volgt, vanaf welke overschrijding het strafrecht wordt, en wat er gebeurt als je niet op tijd betaalt.
Box 2 belasting 2026: wat betaal je als DGA over dividend?
Keer je als DGA dividend uit je BV uit, dan betaal je daarover box 2-belasting. In 2026 geldt 24,5% over de eerste € 68.843 aan box 2-inkomen en 31% over alles daarboven. Heb je een fiscaal partner, dan geldt het lage tarief samen tot € 137.686. Maar dat is niet het hele verhaal: over de winst waaruit je dat dividend uitkeert, heeft je BV al vennootschapsbelasting betaald. Van € 100.000 BV-winst houd je daardoor netto ongeveer € 60.365 over in privé. Hieronder staan de tarieven, de gecombineerde druk van vpb plus box 2, de gebruikelijkloonregeling en rekenvoorbeelden die je zo kunt narekenen.
Kinderalimentatie berekenen: zo werken behoefte, draagkracht en zorgkorting
Kinderalimentatie wordt in Nederland berekend volgens de tremanormen: eerst de behoefte van het kind, dan de draagkracht van beide ouders en ten slotte de zorgkorting. In deze gids leest u stap voor stap hoe die methode werkt, met een voorbeeld en antwoord op de meest gestelde vragen.
Laatst bijgewerkt: 17 juni 2026