Naar hoofdinhoud

Box 3 tegenbewijs: werkelijk rendement berekenen

Was je werkelijke rendement lager dan het forfait? Met de tegenbewijsregeling betaal je box 3 over je echte rendement. Deze tool laat zien wat dat scheelt.

Hoe vind je deze calculator?

Sinds de Hoge Raad-arresten van juni 2024 en de Wet tegenbewijsregeling box 3 mag je laten zien dat je werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement dat de Belastingdienst aanneemt. Is dat zo, dan betaal je belasting over je werkelijke rendement in plaats van over het forfait — wat honderden tot duizenden euro's kan schelen. Deze calculator berekent beide kanten met exact dezelfde officiële percentages als onze box-3-berekenen tool: links de forfaitaire heffing, rechts de heffing over je werkelijk rendement (rente, dividend, huur én ongerealiseerde waardeveranderingen, minus rente op schulden). Je ziet direct welke het laagst is en hoeveel je bespaart.

Wat is de tegenbewijsregeling box 3?

Box 3 belast je vermogen niet op je werkelijke rendement, maar op een 'forfaitair' (fictief) rendement: een vast percentage per vermogenscategorie. Voor spaarders met weinig rente, of beleggers met een verliesjaar, pakt dat forfait vaak te hoog uit. De Hoge Raad oordeelde in 2021, 2024 en 2025 dat dit in strijd is met het Europese eigendomsrecht.

Het gevolg: de tegenbewijsregeling. Je mag aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfait. Is dat zo, dan betaal je box 3 belasting over je werkelijke rendement. Is je werkelijke rendement juist hoger dan het forfait, dan hoef je niets te doen — je betaalt gewoon het (lagere) forfaitaire bedrag. Tegenbewijs werkt dus altijd in je voordeel.

Hoe geef je je werkelijk rendement op?

Dat verschilt per belastingjaar:

  • **Oude jaren (2017–2024)**: gebruik het aparte formulier 'Opgaaf Werkelijk Rendement' (OWR) in MijnBelastingdienst. Dit is sinds juli 2025 beschikbaar; eind 2025 waren er al ruim 476.000 formulieren ingediend.
  • **Belastingjaar 2025 en later**: er is géén apart OWR-formulier meer. Je geeft je werkelijke rendement rechtstreeks op in je aangifte inkomstenbelasting.
  • **Bewaar je bewijs**: jaaropgaves van banken en brokers, dividendnota's, huurcontracten en de begin- en eindwaarde van je beleggingen op 1 januari en 31 december.

Wat telt mee als werkelijk rendement?

Volgens de uitleg van de Belastingdienst en de arresten van de Hoge Raad geldt de 'vermogensaanwasbenadering'. Het werkelijk rendement is de som van:

  • **Rente** op spaargeld en deposito's.
  • **Dividend** uit aandelen en fondsen.
  • **Huur en pacht** uit verhuurd vastgoed.
  • **Ongerealiseerde waardeveranderingen**: de waardestijging (of -daling) van je beleggingen en vastgoed in het jaar, óók als je niets verkocht hebt. Steeg je portefeuille met € 8.000? Dat telt als rendement. Daalde die met € 5.000? Dat verlaagt je rendement.
  • **Min de rente op schulden**: dit is de enige toegestane kostenaftrek. Verdere kosten (transactiekosten, beheerkosten) mag je niet aftrekken — behalve bij onroerende zaken.

Rekenvoorbeeld: spaarder met lage rente

Stel: je bent alleenstaand en hebt op 1 januari 2025 € 150.000 op een spaarrekening, geen beleggingen en geen schulden. Je kreeg in 2025 € 1.800 rente (1,2%).

Forfaitair rekent de Belastingdienst met 1,37% over banktegoeden. Boven het heffingvrij vermogen van € 57.684 leidt dat tot een belasting van circa € 456. Je werkelijke rendement was echter maar € 1.800; daarover is de heffing 36% × € 1.800 = € 648... maar omdat het forfait alleen het deel boven de heffingvrije voet belast, ligt de werkelijke vergelijking subtieler. Vul je eigen cijfers in en de tool laat het exacte verschil zien — inclusief de besparing.

Geen kostenaftrek (op rente schulden na)

Een veelgemaakte fout: mensen trekken hun transactiekosten, beheerfee of advieskosten af van hun werkelijk rendement. Dat mag niet. De enige uitzondering is de rente die je over box 3-schulden betaalt (bijvoorbeeld een hypotheek op een beleggingspand). Voor onroerende zaken gelden aparte regels waarbij sommige kosten wel meetellen. Bij twijfel: laat je aangifte controleren door een fiscalist.

Formule

Vergelijking forfaitair vs werkelijk rendement (box 3):

FORFAITAIRE KANT (identiek aan box-3-berekenen):
  rendementBank   = banktegoeden × forfaitBank%
  rendementOverig = overigeBezittingen × forfaitOverig%
  rendementSchuld = max(0, schulden − drempel) × forfaitSchuld%
  ... → belastingForfaitair (zie box-3-berekenen)

WERKELIJK RENDEMENT:
  werkelijkRendement = rente + dividend + huur
                       + waardeverandering − renteSchulden
  belastingWerkelijk = max(0, werkelijkRendement) × tarief%

KEUZE:
  je betaalt het laagste van beide bedragen
  besparing = max(0, belastingForfaitair − belastingWerkelijk)

Percentages 2025 / 2026 (zelfde als box-3-berekenen):
  banktegoeden : 1,37% / 1,28%
  overige      : 5,88% / 6,00%
  schulden     : 2,70% / 2,70%
  tarief       : 36% / 36%
  heffingvrij alleenstaand : € 57.684 / € 59.357
  heffingvrij partners     : € 115.368 / € 118.714

Voorbeelden

  • € 150k spaar, € 1.800 rente, alleenstaand 2025
    Tegenbewijs voordelig — je betaalt over € 1.800 werkelijk rendement
  • € 200k beleggingen, − € 15.000 koersverlies, 2025
    Werkelijk rendement negatief → € 0 heffing (forfait was honderden euro's)
  • € 100k beleggingen, € 12.000 koerswinst + dividend, 2025
    Werkelijk rendement hoger dan forfait → forfait blijft voordeliger
  • € 80k spaar, € 600 rente, partners 2025
    Onder heffingvrij vermogen → € 0 forfaitair, tegenbewijs niet nodig

Veelgestelde vragen

Wat is de tegenbewijsregeling box 3?
Een regeling waarmee je mag aantonen dat je werkelijke rendement op vermogen lager was dan het forfaitaire (fictieve) rendement dat de Belastingdienst aanneemt. Is dat zo, dan betaal je box 3 belasting over je werkelijke rendement in plaats van over het forfait. De regeling vloeit voort uit de Hoge Raad-arresten van juni 2024 en de Wet tegenbewijsregeling box 3.
Wat telt mee als werkelijk rendement?
Rente, dividend, huur en pacht, plus ongerealiseerde waardeveranderingen van je beleggingen en vastgoed (de vermogensaanwasbenadering — een koerswinst telt mee ook al verkoop je niets, een koersverlies verlaagt je rendement). Daarvan mag je alleen de rente op box 3-schulden aftrekken; andere kosten zijn niet aftrekbaar, behalve bij onroerende zaken.
Hoe geef ik mijn werkelijk rendement op?
Voor de oude jaren 2017–2024 gebruik je het formulier 'Opgaaf Werkelijk Rendement' (OWR) in MijnBelastingdienst, beschikbaar sinds juli 2025. Voor belastingjaar 2025 en later is er geen apart formulier meer: je geeft het werkelijk rendement rechtstreeks op in je aangifte inkomstenbelasting.
Wanneer is tegenbewijs voordelig?
Als je werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Dat geldt vooral voor spaarders die minder rente kregen dan het forfait (1,37% in 2025), en voor beleggers met een verliesjaar of een laag dividendrendement. Was je werkelijke rendement hoger dan het forfait, dan doe je niets en betaal je gewoon het lagere forfaitaire bedrag.
Kan ik mijn beleggingskosten aftrekken?
Nee. Transactiekosten, beheerkosten en advieskosten mag je niet aftrekken van je werkelijke rendement. De enige toegestane aftrek is de rente die je over box 3-schulden betaalt. Voor onroerende zaken gelden aparte regels waarbij bepaalde kosten wel meetellen.
Krijg ik geld terug bij een negatief rendement?
Nee. Een negatief werkelijk rendement leidt niet tot een teruggave of een aftrekpost in andere boxen — de box 3 heffing wordt dan simpelweg € 0. Je kunt dus nooit minder dan € 0 box 3 belasting betalen via de tegenbewijsregeling.

Gerelateerde tools

Uitgelichte artikelen

Financiën10 min leestijd

Box 3 tegenbewijs: werkelijk rendement aantonen en belasting terugkrijgen (2026)

Sinds het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2024 hoef je je niet meer neer te leggen bij het forfaitaire box 3-rendement. Kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager was, dan betaal je box 3-belasting over dát werkelijke rendement — en krijg je het verschil terug. Deze gids gaat niet over de theorie achter het arrest, maar over de praktijk: wanneer tegenbewijs loont, wat precies meetelt, hoe je het uitrekent en hoe je het formulier 'Opgaaf Werkelijk Rendement' indient. De getoonde bedragen zijn indicatief en vormen geen fiscaal advies; controleer je situatie altijd bij de Belastingdienst.

20 juni 2026Lezen
Financiën13 min leestijd

Box 3 werkelijk rendement 2026–2027: van fictief stelsel naar nieuwe belasting uitgelegd

Box 3 is het meest omstreden onderdeel van de Nederlandse inkomstenbelasting. Na het beroemde Kerstarrest van de Hoge Raad in 2021, dat het oude fictieve-rendementstelsel ongrondwettelijk verklaarde, is de overheid al jaren bezig met een noodoplossing en een nieuw structureel systeem. In 2026 geldt nog het overbruggingsstelsel met forfaitaire rendementen per vermogenscategorie. Maar in 2027 — of mogelijk 2028 — gaat het nieuwe stelsel op basis van werkelijk rendement in. In dit artikel leggen we uit hoe beide systemen werken, wat de verschillen zijn voor uw spaargeld en beleggingen, en hoe u uw box 3-belasting in 2026 legaal kunt verlagen.

21 april 2026Lezen
Financiën12 min leestijd

Box 3 werkelijk rendement 2027–2028: wat verandert er voor u?

Box 3 staat op een historisch kantelpunt. Na het Kerstarrest van de Hoge Raad in december 2021 en jaren van juridische en politieke discussie werkt de Nederlandse wetgever aan een fundamentele hervorming: de overstap van een forfaitair rendementssysteem naar belasting op het werkelijke rendement. Dit nieuwe systeem staat gepland voor invoering per 2027, al zijn er nog openstaande vragen over de exacte uitwerking. Voor spaarders, beleggers en vastgoedeigenaren zijn de gevolgen ingrijpend — en het is verstandig om u nu al voor te bereiden. Deze gids legt uit hoe het huidige systeem werkt, waarom het verandert, wat het nieuwe systeem inhoudt en wat u concreet kunt doen.

20 april 2026Lezen

Laatst bijgewerkt: 20 juni 2026