Netto spaarrente na belasting (box 3) berekenen
Je bank toont de brutorente, maar box 3 en inflatie vreten eraan. Deze tool laat zien wat je écht overhoudt.
Een spaarrente van 2,5% klinkt mooi, maar dat is de brutorente. Boven het heffingvrij vermogen betaal je box 3-belasting over je spaargeld, en de inflatie holt de koopkracht van je euro's uit. Deze calculator rekent het netto resultaat uit: hoeveel rente je overhoudt na de box 3-heffing (met exact dezelfde forfaitaire percentages als onze box-3-berekenen tool), wat je netto rentepercentage is, en — als je een inflatiepercentage invult — of je spaargeld daadwerkelijk in koopkracht groeit of juist stilletjes verdampt.
Hoe rekent de tool?
De berekening verloopt in drie stappen. Eerst de brutorente in euro's: spaarbedrag × brutorentepercentage. Daarna de box 3-heffing: banktegoeden vallen onder het lage forfait (1,37% in 2025), maar alleen het deel van je vermogen boven het heffingvrij vermogen (€ 57.684 alleenstaand in 2025) telt mee. Over dat forfaitaire rendement betaal je 36% belasting.
Tot slot trekken we de heffing van je brutorente af: dat is je netto rente in euro's en als percentage. Vul je ook een inflatiepercentage in, dan berekenen we het reële rendement — je netto rente gecorrigeerd voor de gestegen prijzen.
Box 3 op spaargeld: het lage forfait
Spaargeld valt onder de categorie 'banktegoeden' met het laagste forfaitaire rendement. Voor 2025 is dat 1,37% (definitief), voor 2026 voorlopig 1,28%. Dat is bewust gekoppeld aan de gemiddelde spaarrente, zodat spaarders niet onevenredig zwaar worden belast.
Toch kan de heffing pijnlijk zijn als je werkelijke rente lager is dan het forfait. Kreeg je in 2025 bijvoorbeeld 1,0% rente terwijl de Belastingdienst met 1,37% rekent? Dan is de tegenbewijsregeling mogelijk voordeliger. Onze box-3-tegenbewijs tool laat dat verschil zien.
Belangrijk: de heffing geldt alleen over het vermogen boven het heffingvrij vermogen. Heb je als alleenstaande minder dan € 57.684 (2025) aan vermogen, dan betaal je géén box 3 en is je netto rente gelijk aan je brutorente.
Verslaat je spaargeld de inflatie?
Dit is de belangrijkste vraag voor spaarders. Stel je krijgt 2,5% rente, betaalt 0,3 procentpunt aan box 3, en houdt netto 2,2% over. Bij een inflatie van 3% verlies je per saldo koopkracht: je geld groeit nominaal, maar de prijzen stijgen sneller.
De CBS-inflatie schommelde de afgelopen jaren rond de 2–4%. Als vuistregel: alleen wanneer je netto rente hoger is dan de inflatie, groeit je vermogen in koopkracht. Is je netto rente lager, dan wordt je spaargeld stilletjes minder waard — ook al staat er nominaal meer op je rekening.
Wanneer is sparen genoeg, wanneer beleggen?
Voor je noodbuffer en kortetermijndoelen (<5 jaar) is sparen de logische keuze: zekerheid boven rendement, en je geld is altijd opvraagbaar (DGS-garantie tot € 100.000 per bank). Voor lange termijn loont beleggen vaak meer, ondanks het hogere box 3-forfait (5,88% in 2025) en het koersrisico, omdat het verwachte rendement de inflatie ruimer overtreft.
Formule
Netto spaarrente na box 3: brutorente = spaarbedrag × brutorentePct% belastbaarVermogen = max(0, spaarbedrag − heffingvrij) forfaitairRendement = belastbaarVermogen × forfaitBankPct% box3Heffing = forfaitairRendement × tariefPct% nettoRente = brutorente − box3Heffing nettoRentePct = nettoRente / spaarbedrag Reëel rendement (na inflatie, Fisher): reëelPct = ((1 + nettoPct) / (1 + inflatiePct)) − 1 Percentages 2025 / 2026 (zelfde als box-3-berekenen): banktegoeden forfait : 1,37% / 1,28% tarief box 3 : 36% / 36% heffingvrij alleenstaand : € 57.684 / € 59.357 heffingvrij partners : € 115.368 / € 118.714 Voorbeeld — € 100.000 spaar, 2,5% rente, alleenstaand 2025: brutorente = € 2.500 belastbaar = 100.000 − 57.684 = € 42.316 forfait = 42.316 × 1,37% = € 579,73 box3 = 579,73 × 36% ≈ € 208,70 nettoRente ≈ € 2.291 (netto 2,29%)
Voorbeelden
- € 100.000 spaar · 2,5% rente · alleenstaand 2025≈ € 2.291 netto (2,29%) — box 3 ≈ € 209
- € 50.000 spaar · 2% rente · alleenstaand 2025€ 1.000 netto (2,00%) — onder heffingvrij vermogen, € 0 box 3
- € 200.000 spaar · 3% rente · partners 2025≈ € 5.582 netto (2,79%) — box 3 ≈ € 418
- € 100.000 spaar · 2% rente · 3% inflatie · alleenstaand 2025Netto ≈ 1,79% < 3% inflatie → koopkracht daalt
Veelgestelde vragen
Betaal ik belasting over mijn spaarrente?
Wat is het forfaitaire rendement op spaargeld in 2025 en 2026?
Hoe weet ik of mijn spaargeld de inflatie verslaat?
Wat is reëel rendement?
Kan ik box 3 op mijn spaargeld verlagen?
Geldt deze berekening ook voor een gezamenlijke rekening?
Gerelateerde tools
Uitgelichte artikelen
Alle artikelenBox 3 tegenbewijs: werkelijk rendement aantonen en belasting terugkrijgen (2026)
Sinds het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2024 hoef je je niet meer neer te leggen bij het forfaitaire box 3-rendement. Kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager was, dan betaal je box 3-belasting over dát werkelijke rendement — en krijg je het verschil terug. Deze gids gaat niet over de theorie achter het arrest, maar over de praktijk: wanneer tegenbewijs loont, wat precies meetelt, hoe je het uitrekent en hoe je het formulier 'Opgaaf Werkelijk Rendement' indient. De getoonde bedragen zijn indicatief en vormen geen fiscaal advies; controleer je situatie altijd bij de Belastingdienst.
Benzine of diesel? Het omslagpunt berekenen (2026)
Diesel rijdt per kilometer goedkoper, maar je betaalt meer bij aanschaf en een hogere wegenbelasting (MRB). Vanaf welk jaarkilometrage wint diesel het dan toch? Dat punt heet het omslagpunt. In deze gids reken je het in vier stappen uit, met een voorbeeldtabel op basis van indicatieve 2026-prijzen — zodat je niet op de literprijs alleen, maar op de totale kosten kiest.
Aanvullende beurs 2026: hoeveel krijg je van DUO?
De aanvullende beurs is een inkomensafhankelijke gift van DUO bovenop de basisbeurs, voor studenten met ouders met een lager inkomen. Hoeveel je krijgt hangt af van je opleiding, je woonsituatie en vooral het inkomen van je ouders. In deze gids zie je de DUO-maxima van 2026, de inkomensgrenzen en hoe je het exacte bedrag berekent.
Laatst bijgewerkt: 20 juni 2026