Rechthoek berekenen
Vul de lengte en breedte in en bereken direct de oppervlakte, omtrek en diagonaal van een rechthoek.
De rechthoek is veruit de meest voorkomende vorm in het dagelijks leven: kamers, tafels, telefoonschermen, voetbalvelden, A4-papier — bijna alles is rechthoekig. Met deze calculator reken je in één keer de drie belangrijkste grootheden uit: de oppervlakte (lengte × breedte), de omtrek (twee keer lengte plus breedte) en de diagonaal (via de stelling van Pythagoras). Handig voor het bepalen van hoeveel verf of tegels je nodig hebt, of een tv in een meubel past, of voor schoolwiskunde. Een vierkant is een speciaal geval waarbij lengte en breedte gelijk zijn.
Wat bereken je bij een rechthoek?
Een rechthoek wordt volledig bepaald door twee waarden: de lengte (l) en de breedte (b). Daaruit volgen drie standaardgrootheden:
| Grootheid | Formule | Betekenis |
|---|---|---|
| Oppervlakte (A) | l × b | het ingesloten vlak — in m², cm², … |
| Omtrek (O) | 2 × (l + b) | de afstand rondom de rechthoek |
| Diagonaal (d) | √(l² + b²) | lijn van hoek tot tegenoverliggende hoek |
Oppervlakte van een rechthoek
De oppervlakte is simpelweg lengte maal breedte: A = l × b. Let op dat beide in dezelfde eenheid staan. Reken je met meters, dan komt de oppervlakte in vierkante meters (m²); reken je met centimeters, dan in cm².
Voorbeeld: een kamer van 5 m lang en 4 m breed heeft een oppervlakte van 5 × 4 = 20 m². Wil je deze laten betegelen met tegels van 0,5 × 0,5 m (= 0,25 m² per tegel), dan heb je 20 ÷ 0,25 = 80 tegels nodig (exclusief snijverlies).
Voor een vierkant — een rechthoek met gelijke zijden — wordt de formule A = z², waarbij z de zijde is. Een vierkant van 3 m heeft dus 9 m².
Omtrek van een rechthoek
De omtrek is de totale lengte van de rand: twee keer de lengte plus twee keer de breedte, oftewel O = 2 × (l + b). Dit gebruik je bijvoorbeeld om te berekenen hoeveel plint, randafwerking of hekwerk je nodig hebt.
Voorbeeld: een tuin van 12 m bij 8 m heeft een omtrek van 2 × (12 + 8) = 40 m. Voor een hek rondom heb je dus 40 meter materiaal nodig (minus de poort).
Veelgemaakte fout: omtrek en oppervlakte verwarren. De omtrek is een lengte (meter), de oppervlakte een vlak (vierkante meter). Twee rechthoeken met dezelfde omtrek kunnen sterk verschillende oppervlaktes hebben — een lange dunne strook van 19×1 m heeft omtrek 40 m maar slechts 19 m², terwijl een vierkant van 10×10 m diezelfde omtrek heeft maar 100 m².
Diagonaal berekenen (Pythagoras)
De diagonaal verbindt twee tegenoverliggende hoeken. Omdat lengte, breedte en diagonaal een rechthoekige driehoek vormen, geldt de stelling van Pythagoras: d = √(l² + b²).
Voorbeeld: een tv-scherm van 121,8 cm breed en 68,5 cm hoog heeft een diagonaal van √(121,8² + 68,5²) ≈ 139,7 cm — dat is precies 55 inch, want schermformaten worden in de diagonaal gemeten.
De diagonaal is ook handig bij het 'haaks uitzetten' van een fundering of vloer: meet je beide diagonalen van een rechthoek en zijn die exact gelijk, dan staan alle hoeken op 90 graden.
Veelgebruikte rechthoekmaten
Een handige tabel met veelvoorkomende afmetingen en hun oppervlakte, omtrek en diagonaal (alles in dezelfde eenheid, bijvoorbeeld meters):
| Lengte × breedte | Oppervlakte | Omtrek | Diagonaal |
|---|---|---|---|
| 2 × 1 | 2 | 6 | 2,24 |
| 3 × 2 | 6 | 10 | 3,61 |
| 4 × 3 | 12 | 14 | 5,00 |
| 5 × 4 | 20 | 18 | 6,40 |
| 6 × 4 | 24 | 20 | 7,21 |
| 10 × 5 | 50 | 30 | 11,18 |
| 12 × 8 | 96 | 40 | 14,42 |
| 20 × 10 | 200 | 60 | 22,36 |
Praktijkvoorbeelden
Waarvoor gebruik je de rechthoekberekening in de praktijk?
- **Verf kopen**: een muur van 5 × 2,6 m is 13 m². Met een dekking van 10 m² per liter en twee lagen heb je (13 × 2) ÷ 10 ≈ 2,6 liter verf nodig.
- **Vloer leggen**: een kamer van 4 × 3,5 m is 14 m². Reken altijd 5–10% snijverlies bij, dus bestel zo'n 15 m² laminaat.
- **Tv past in meubel?**: een 65-inch tv (diagonaal 165 cm) is bij 16:9 ongeveer 144 cm breed. Meet je tv-meubel even na vóór je bestelt.
- **Behang berekenen**: deel de omtrek van de kamer door de baanbreedte (meestal 0,53 m) om te weten hoeveel banen je nodig hebt.
- **Gordijnstof**: voor de omzoming en plooien reken je vaak 1,5 tot 2× de raambreedte aan stof.
De A-papierformaten als rechthoek
De bekende A-reeks (A4, A3, …) bestaat uit rechthoeken met een vaste verhouding van √2 : 1 (ongeveer 1,414 : 1). Het bijzondere: vouw je een vel doormidden, dan houd je dezelfde verhouding. Daardoor past A4 precies twee keer in A3.
Een A0-vel heeft een oppervlakte van exact 1 m². Elk volgend formaat is de helft: A1 is 0,5 m², A2 is 0,25 m², A4 is 1/16 m² ≈ 625 cm² (210 × 297 mm).
| Formaat | Breedte × hoogte (mm) | Oppervlakte |
|---|---|---|
| A0 | 841 × 1189 | 1,00 m² |
| A1 | 594 × 841 | 0,50 m² |
| A2 | 420 × 594 | 0,25 m² |
| A3 | 297 × 420 | 0,125 m² |
| A4 | 210 × 297 | 0,0625 m² |
| A5 | 148 × 210 | 0,031 m² |
Formule
Rechthoek met lengte l en breedte b: oppervlakte A = l · b omtrek O = 2 · (l + b) diagonaal d = √(l² + b²) Vierkant (l = b = z): A = z², O = 4z, d = z·√2 Voorbeeld (l = 8, b = 5): A = 8 · 5 = 40 O = 2 · (8 + 5) = 26 d = √(64 + 25) = √89 ≈ 9,43
Voorbeelden
- 8 × 5opp 40, omtrek 26, diagonaal 9,43
- Kamer 5 × 4 moppervlakte 20 m², omtrek 18 m
- Tuin 12 × 8 moppervlakte 96 m², omtrek 40 m (hek)
- Vierkant 3 × 3 mopp 9 m², omtrek 12 m, diagonaal 4,24 m
- A4 (21 × 29,7 cm)oppervlakte 623,7 cm²
Veelgestelde vragen
Hoe bereken ik de oppervlakte van een rechthoek?
Hoe bereken ik de omtrek van een rechthoek?
Hoe bereken ik de diagonaal van een rechthoek?
Wat is het verschil tussen omtrek en oppervlakte?
Is een vierkant ook een rechthoek?
Hoe weet ik of mijn hoeken echt 90 graden zijn?
Hoeveel tegels heb ik nodig voor een rechthoekige vloer?
Hoe reken ik de oppervlakte van een L-vormige ruimte?
Gerelateerde tools
Uitgelichte artikelen
Alle artikelenRomeinse cijfers uitleg: lezen, schrijven en omrekenen
Romeinse cijfers staan op klokken, gebouwen, in jaartallen en achter koningsnamen. In deze gids leer je ze lezen en schrijven: de zeven tekens, de aftrekregel en de veelgemaakte fouten. Met een tabel van veelgebruikte getallen en een omrekenhulp voor elk jaartal.
Gemiddelde berekenen: de complete gids (rekenkundig, gewogen, mediaan en modus)
Het gemiddelde is een van de meest gebruikte begrippen in de wiskunde — en ook een van de meest misverstane. Of je nu schoolcijfers wilt middelen, maandelijkse uitgaven analyseert of een wetenschappelijk rapport leest: weten hoe het gemiddelde werkt is basiskennis. In deze complete gids leggen we alle soorten gemiddelden uit, laten we zien wanneer je welk type gebruikt en geven we praktische formules en voorbeelden die je direct kunt toepassen.
Gewogen gemiddelde berekenen: cijfers, tentamens en statistieken (met voorbeelden)
Je haalde een 6 voor je schriftelijk en een 9 voor je werkstuk — maar wat is je eindcijfer? Als het schriftelijk twee keer zo zwaar weegt, is het antwoord geen 7,5. Dit is het gewogen gemiddelde in de praktijk: niet elke meting telt even zwaar, en die ongelijkheid leidt tot een ander eindresultaat dan je intuïtie verwacht. In dit artikel leer je precies hoe het gewogen gemiddelde werkt, hoe je het berekent voor schoolcijfers, enquêtes en beleggingen, en welke fouten je moet vermijden.
Laatst bijgewerkt: 17 juni 2026