Oppervlakte driehoek berekenen
Bereken de oppervlakte van een driehoek op drie manieren — uit drie zijden, basis en hoogte, of twee zijden en een hoek.
Een driehoek heeft drie zijden en drie hoeken, en de oppervlakte kun je op meerdere manieren berekenen afhankelijk van welke gegevens je kent. De bekendste is de middelbare-schoolformule ½ × basis × hoogte, maar in de praktijk weet je vaak alleen de drie zijden — dan is de formule van Heron de oplossing. En bij vectoren of bouwtekeningen ken je vaak twee zijden en de ingesloten hoek. Deze calculator dekt alle drie.
De drie formules — wanneer welke?
| Methode | Gegevens | Formule |
|---|---|---|
| Basis · hoogte | een zijde + loodrechte hoogte | ½ · b · h |
| Heron | alle drie de zijden | √(s(s−a)(s−b)(s−c)), s = (a+b+c)/2 |
| Twee zijden + hoek | zijde1, zijde2, ingesloten hoek | ½ · a · b · sin(C) |
De formule van Heron
Heron van Alexandrië (1e eeuw n.Chr.) leidde een elegante formule af voor de oppervlakte uit alleen de drie zijden: eerst de halve omtrek s = (a + b + c) / 2, dan oppervlakte = √(s(s − a)(s − b)(s − c)).
Voorbeeld — zijden 5, 6, 7: s = 9. Opp = √(9 · 4 · 3 · 2) = √216 ≈ 14,70. De driehoeksongelijkheid moet wel gelden: de som van elke twee zijden moet groter zijn dan de derde. '2, 3, 10' vormt geen driehoek (2 + 3 < 10); de calculator geeft dan een foutmelding.
Hoeken en typering
Met drie zijden kun je ook de drie hoeken terugrekenen via de cosinusregel: cos(A) = (b² + c² − a²) / (2bc), waarbij A tegenover zijde a ligt. De grootste hoek ligt altijd tegenover de langste zijde. Aan de hand hiervan typeert de calculator de driehoek: scherphoekig (alle hoeken < 90°), rechthoekig (één hoek exact 90°) of stomphoekig (één hoek > 90°). Als minstens twee zijden gelijk zijn, is hij gelijkbenig; zijn alle drie gelijk, dan gelijkzijdig.
Twee zijden + ingesloten hoek
Als je twee zijden en de hoek ertussen weet, is oppervlakte = ½ · zijde1 · zijde2 · sin(hoek). Hoek invoeren in graden (de calculator rekent intern in radialen). Bij 90° is sin = 1 en krijg je de bekende ½·b·h. Bij hoeken dichter bij 0° of 180° wordt de driehoek heel smal en de oppervlakte klein. De derde zijde volgt uit de cosinusregel: c² = a² + b² − 2ab·cos(C).
Formule
Drie zijden — Heron: s = (a + b + c) / 2 (halve omtrek) A = √(s(s − a)(s − b)(s − c)) Hoeken uit zijden (cosinusregel): cos(A) = (b² + c² − a²) / (2bc) cos(B) = (a² + c² − b²) / (2ac) C = 180° − A − B Basis en hoogte: A = ½ · basis · hoogte Twee zijden + hoek (ingesloten): A = ½ · a · b · sin(C) Derde zijde (cosinusregel): c = √(a² + b² − 2ab · cos(C)) Voorbeeld — zijden 3, 4, 5: s = 6 A = √(6·3·2·1) = √36 = 6 hoeken: 36,87° · 53,13° · 90,00° → rechthoekig
Voorbeelden
- Zijden 3, 4, 5opp 6 · omtrek 12 · rechthoekig
- Zijden 5, 6, 7opp 14,70 · omtrek 18 · scherphoekig
- Basis 10 × hoogte 6opp 30
- 5, 7 en hoek 60°opp 15,16 · derde zijde ≈ 6,24
Veelgestelde vragen
Welke formule moet ik kiezen?
Wat is de driehoeksongelijkheid?
Mijn hoogte is niet loodrecht — wat dan?
Wat als mijn driehoek niet plat is (3D)?
Hoeveel decimalen zijn nauwkeurig?
Wat is een gelijkbenige vs gelijkzijdige driehoek?
Gerelateerde tools
Laatst bijgewerkt: 14 april 2026