Inhoud cilinder berekenen
Vul de straal (of diameter) en de hoogte in en bereken direct de inhoud van een cilinder in cm³ en liters, plus het manteloppervlak en de totale oppervlakte.
Een cilinder is een ronde 'buis' met twee cirkelvormige eindvlakken — denk aan een glas, een conservenblik, een regenton, een waterleiding of een opslagtank. De inhoud (het volume) bereken je door de oppervlakte van het cirkelvormige grondvlak (π·r²) te vermenigvuldigen met de hoogte: V = π·r²·h. Deze calculator geeft naast het volume in kubieke centimeter ook meteen de inhoud in liters (1 liter = 1000 cm³), plus het manteloppervlak (de gebogen wand) en de totale oppervlakte. Perfect om uit te rekenen hoeveel liter er in een ton past, hoeveel water er door een buis kan, of hoeveel plaatmateriaal een tank nodig heeft.
Wat bereken je bij een cilinder?
Een cilinder wordt bepaald door de straal r (of de diameter d = 2r) van de cirkel en de hoogte h. Daaruit volgen:
| Grootheid | Formule | Betekenis |
|---|---|---|
| Inhoud / volume (V) | π · r² · h | wat er in de cilinder past (cm³, m³ of liter) |
| Grondvlak (Ag) | π · r² | oppervlakte van één cirkel (boven of onder) |
| Manteloppervlak (Am) | 2 · π · r · h | de gebogen zijwand, 'uitgerold' een rechthoek |
| Totale oppervlakte (At) | 2 · π · r² + 2 · π · r · h | twee grondvlakken plus de mantel |
Inhoud in liters berekenen
Het volume komt eerst uit in kubieke eenheden. Reken je in centimeters, dan krijg je cm³. Omdat 1 liter precies 1000 cm³ (= 1 kubieke decimeter) is, deel je het volume in cm³ door 1000 om de inhoud in liters te krijgen.
Voorbeeld — een glas met straal 3,5 cm en hoogte 12 cm: V = π × 3,5² × 12 ≈ 461,8 cm³ = 0,46 liter. Een regenton met straal 30 cm en hoogte 90 cm: V = π × 30² × 90 ≈ 254.469 cm³ ≈ 254 liter.
Reken je liever in meters? Dan komt het volume in m³, en 1 m³ = 1000 liter. Een tank van straal 1 m en hoogte 2 m bevat π × 1² × 2 ≈ 6,28 m³ = 6.283 liter.
Straal of diameter invoeren?
In de praktijk meet je vaak de diameter (de hele breedte dwars door het midden) in plaats van de straal. De calculator laat je kiezen: geef je de diameter, dan deelt hij die intern door 2 om de straal te krijgen.
Een veelgemaakte fout is de diameter invullen waar de formule om de straal vraagt — dat geeft een vier keer te groot volume, want het volume schaalt met r² (en de diameter is twee keer zo groot). Let dus goed op welke maat je hebt: bij een buis van '110 mm' wordt meestal de diameter bedoeld, dus straal = 55 mm.
Manteloppervlak en totale oppervlakte
Het manteloppervlak is de gebogen zijwand. Rol je die plat uit, dan krijg je een rechthoek met als breedte de omtrek van de cirkel (2·π·r) en als hoogte h. Dus Am = 2·π·r·h. Dit gebruik je bijvoorbeeld om te berekenen hoeveel etiket-, plaat- of isolatiemateriaal om een buis past.
Wil je de héle buitenkant (mantel plus de twee ronde deksels), dan tel je er twee grondvlakken bij op: At = 2·π·r² + 2·π·r·h. Voor een open ton (zonder deksel) tel je maar één cirkel mee.
Inhoud van veelvoorkomende cilinders
Een overzicht van bekende cilindervormige objecten met hun inhoud in liters (afgerond):
| Object | Diameter × hoogte | Inhoud |
|---|---|---|
| Drinkglas | 7 cm × 12 cm | ≈ 0,46 liter |
| Conservenblik | 7,5 cm × 11 cm | ≈ 0,49 liter |
| Emmer (10 L) | 28 cm × 30 cm | ≈ 18,5 liter (tot rand) |
| Regenton | 60 cm × 90 cm | ≈ 254 liter |
| IBC-tank | 100 cm × 116 cm | ≈ 911 liter (cilinderbenadering) |
| Olievat (drum) | 58 cm × 88 cm | ≈ 232 liter |
Buizen en leidingen
Bij waterleidingen en afvoerbuizen is de inhoud per meter handig om te weten. Reken het manteloppervlak voor isolatie en het volume voor de hoeveelheid water die in de buis staat. De tabel toont de inhoud per strekkende meter buis voor gangbare diameters:
| Buisdiameter | Straal | Inhoud per meter |
|---|---|---|
| 16 mm | 8 mm | 0,20 liter/m |
| 32 mm | 16 mm | 0,80 liter/m |
| 50 mm | 25 mm | 1,96 liter/m |
| 75 mm | 37,5 mm | 4,42 liter/m |
| 110 mm | 55 mm | 9,50 liter/m |
| 125 mm | 62,5 mm | 12,27 liter/m |
Praktijkvoorbeelden
Een paar situaties waarin je de cilinderinhoud handig kunt gebruiken:
- **Regenton kiezen**: een ton van 60 cm doorsnede en 90 cm hoog vangt ruim 250 liter — genoeg om bij een flinke bui een groot deel van je dakwater op te slaan.
- **Zwembad bijvullen**: een rond opzetzwembad van 3,6 m doorsnede en 90 cm diep bevat π × 1,8² × 0,9 ≈ 9,16 m³ = ruim 9.000 liter.
- **Verwarmingsbuis aftappen**: weet je hoeveel water er in je leidingen staat, dan weet je hoeveel je moet bijvullen na ontluchten.
- **Bloempot vullen**: een ronde pot van 25 cm diameter en 22 cm hoog vraagt π × 12,5² × 22 ≈ 10,8 liter potgrond.
- **Isolatie om een boiler**: bereken het manteloppervlak om te weten hoeveel isolatiedeken je nodig hebt.
Formule
Cilinder met straal r en hoogte h (diameter d = 2·r): inhoud / volume V = π · r² · h grondvlak Ag = π · r² manteloppervlak Am = 2 · π · r · h totale oppervlakte At = 2 · π · r² + 2 · π · r · h Liters (bij cm): liter = V(cm³) / 1000 Met π ≈ 3,14159265... Voorbeeld (r = 5 cm, h = 10 cm): V = π · 25 · 10 ≈ 785,40 cm³ = 0,785 liter Am = 2 · π · 5 · 10 ≈ 314,16 cm² At = 2 · π · 25 + 314,16 ≈ 471,24 cm²
Voorbeelden
- Straal 5 cm, hoogte 10 cmvolume 785,4 cm³ = 0,79 liter
- Glas: diameter 7 cm, hoogte 12 cminhoud ≈ 0,46 liter
- Regenton: diameter 60 cm, hoogte 90 cm≈ 254 liter
- Buis 110 mm, lengte 1 m9,50 liter per meter
- Tank: straal 1 m, hoogte 2 m6,283 m³ = 6.283 liter
Veelgestelde vragen
Hoe bereken ik de inhoud van een cilinder?
Hoeveel liter zit er in een cilinder?
Wat als ik alleen de diameter weet?
Wat is het manteloppervlak van een cilinder?
Hoe bereken ik de totale oppervlakte?
Waarom telt de straal zo zwaar mee?
Hoe bereken ik de inhoud van een halfvolle liggende tank?
Wat is het verschil tussen een cilinder en een buis?
Gerelateerde tools
Uitgelichte artikelen
Alle artikelenRomeinse cijfers uitleg: lezen, schrijven en omrekenen
Romeinse cijfers staan op klokken, gebouwen, in jaartallen en achter koningsnamen. In deze gids leer je ze lezen en schrijven: de zeven tekens, de aftrekregel en de veelgemaakte fouten. Met een tabel van veelgebruikte getallen en een omrekenhulp voor elk jaartal.
Gemiddelde berekenen: de complete gids (rekenkundig, gewogen, mediaan en modus)
Het gemiddelde is een van de meest gebruikte begrippen in de wiskunde — en ook een van de meest misverstane. Of je nu schoolcijfers wilt middelen, maandelijkse uitgaven analyseert of een wetenschappelijk rapport leest: weten hoe het gemiddelde werkt is basiskennis. In deze complete gids leggen we alle soorten gemiddelden uit, laten we zien wanneer je welk type gebruikt en geven we praktische formules en voorbeelden die je direct kunt toepassen.
Gewogen gemiddelde berekenen: cijfers, tentamens en statistieken (met voorbeelden)
Je haalde een 6 voor je schriftelijk en een 9 voor je werkstuk — maar wat is je eindcijfer? Als het schriftelijk twee keer zo zwaar weegt, is het antwoord geen 7,5. Dit is het gewogen gemiddelde in de praktijk: niet elke meting telt even zwaar, en die ongelijkheid leidt tot een ander eindresultaat dan je intuïtie verwacht. In dit artikel leer je precies hoe het gewogen gemiddelde werkt, hoe je het berekent voor schoolcijfers, enquêtes en beleggingen, en welke fouten je moet vermijden.
Laatst bijgewerkt: 17 juni 2026