Deling berekenen
Deel snel twee getallen en zie het exacte resultaat, het quotiënt met rest én de uitkomst als breuk. Geschikt voor schoolwerk, dagelijks rekenen en zakelijk gebruik.
Delen is één van de vier basisbewerkingen in de wiskunde, samen met optellen, aftrekken en vermenigvuldigen. Je gebruikt het bij vrijwel elke berekening: van rekeningen splitsen in een restaurant tot het uitrekenen van een gemiddelde, een eenheidsprijs of een schaal in een tekening. In Nederland leer je delen vanaf groep 4 met de tafels (10:2, 12:3) en in groep 6–7 komt de staartdeling erbij voor grotere getallen. Onze deling-rekenmachine geeft je drie antwoorden tegelijk: het exacte decimale resultaat (21 ÷ 2 = 10,5), het quotiënt met rest (21 ÷ 2 = 10 rest 1) én de breuk in vereenvoudigde vorm (21/2). Zo zie je in één oogopslag welk antwoord het beste past bij jouw vraag.
Wat is delen precies?
Delen is het tegenovergestelde van vermenigvuldigen. Als 4 × 3 = 12, dan is 12 ÷ 3 = 4 én 12 ÷ 4 = 3. In een deling zoals X ÷ Y noemen we X het deeltal en Y de deler. De uitkomst heet het quotiënt.
In het Nederlands schrijven we delingen op verschillende manieren: 21 ÷ 2, 21 / 2, 21 : 2 en 21/2 (als breuk). Allemaal hetzelfde. Op rekenmachines vind je meestal het ÷-symbool of de slash /. Op Nederlandstalige toetsen en in het basisonderwijs is de dubbele punt : nog steeds gebruikelijk.
De drie soorten uitkomst — decimaal, quotiënt+rest, breuk
Een belangrijke eigenschap van delen: er bestaan vaak meerdere correcte manieren om dezelfde uitkomst te tonen. Welke je gebruikt hangt af van wat je ermee wilt doen.
Voorbeeld: 21 gedeeld door 2. (1) Decimaal: 10,5. (2) Quotiënt met rest: 10 rest 1. (3) Als breuk: 21/2 of gemengd 10½. Alle drie zijn wiskundig juist, maar de context bepaalt de keuze. Bij geld en metingen wil je decimalen (€21 verdelen onder 2 personen → €10,50). Bij hele dingen wil je een rest (21 koeken voor 2 kinderen → ieder 10, 1 koek over). Bij wiskundeopdrachten wil je vaak een breuk.
| Som | Decimaal | Quotiënt + rest | Als breuk |
|---|---|---|---|
| 7 ÷ 2 | 3,5 | 3 rest 1 | 7/2 |
| 21 ÷ 2 | 10,5 | 10 rest 1 | 21/2 |
| 50 ÷ 4 | 12,5 | 12 rest 2 | 25/2 |
| 100 ÷ 3 | 33,333… | 33 rest 1 | 100/3 |
| 1 ÷ 8 | 0,125 | 0 rest 1 | 1/8 |
Waarom kun je niet door nul delen?
Delen door 0 is in de wiskunde niet gedefinieerd. Probeer maar: 10 ÷ 0 zou een getal moeten zijn dat, vermenigvuldigd met 0, weer 10 oplevert. Maar elk getal × 0 = 0. Er bestaat dus geen oplossing.
Onze rekenmachine geeft daarom een nette foutmelding wanneer je 0 als deler invult. Pas op: dit komt vaker voor dan je denkt — bijvoorbeeld bij het berekenen van een gemiddelde over een lege lijst, of een eenheidsprijs als de hoeveelheid 0 is.
Staartdeling — delen op papier
Voor grote delingen (zoals 1.234 ÷ 7) is een rekenmachine handig, maar in Nederland leer je op de basisschool nog steeds de staartdeling. Het is een algoritme waarmee je stap voor stap een grote deling oplost zonder rekenmachine.
Stappenplan staartdeling 1.234 ÷ 7: (1) Hoe vaak past 7 in 12? Antwoord: 1 keer (1 × 7 = 7). Schrijf 1 boven de 2. Trek 7 af van 12 → blijft 5. (2) Haal de volgende cijfer (3) erbij → 53. Hoe vaak past 7 in 53? 7 keer (7 × 7 = 49). Schrijf 7 erbij. 53 − 49 = 4. (3) Haal 4 erbij → 44. Hoe vaak past 7 in 44? 6 keer (6 × 7 = 42). Schrijf 6. 44 − 42 = 2. (4) Resultaat: 176 rest 2. Of decimaal: 176,2857…
De rekenmachine doet dit hele proces in milliseconden, maar voor leerlingen is staartdeling nuttig om écht te begrijpen wat delen is.
Delen met decimale getallen
Delingen met komma's lijken lastig, maar volgen dezelfde regels. Truc: vermenigvuldig deeltal én deler met 10, 100 of 1.000 om de komma weg te werken.
Voorbeeld: 4,5 ÷ 0,3. Vermenigvuldig beide met 10 → 45 ÷ 3 = 15. Dat is hetzelfde als 4,5 ÷ 0,3 = 15. Nog een voorbeeld: 7,25 ÷ 0,5 = 72,5 ÷ 5 = 14,5. Onze calculator herkent zowel komma's als punten als decimaalteken — Nederlandse invoer (10,5) en internationale invoer (10.5) werken beide.
Delen in het dagelijks leven
Delen kom je overal tegen, vaak zonder dat je het door hebt. Hieronder zeven praktische situaties:
| Situatie | Voorbeeld | Berekening | Antwoord |
|---|---|---|---|
| Rekening splitsen | €86 met 4 personen | 86 ÷ 4 | €21,50 per persoon |
| Eenheidsprijs | 12 eieren voor €3,60 | 3,60 ÷ 12 | €0,30 per ei |
| Snelheid | 180 km in 2,5 uur | 180 ÷ 2,5 | 72 km/uur |
| Verbruik | 50 liter / 600 km | 50 ÷ 6 | 8,33 L per 100 km |
| Gemiddelde | Cijfers 7+8+6+9 = 30 over 4 toetsen | 30 ÷ 4 | 7,5 |
| Korting per stuk | €15 korting op 5 stuks | 15 ÷ 5 | €3 per stuk |
| Schaalverkleining | Tekening 1:50, 250 cm in werkelijkheid | 250 ÷ 50 | 5 cm op tekening |
Notatie en symbolen voor delen
Door de jaren heen zijn er verschillende symbolen voor delen ontstaan. In Nederlandstalig basisonderwijs gebruik je de dubbele punt (12 : 3 = 4). In rekenmachines en computers is de schuine streep / standaard (12/3). Het ÷-symbool (obelus) is internationaal en stamt uit 1659 — bedacht door de Zwitserse wiskundige Johann Rahn.
In wetenschappelijke notatie en hogere wiskunde wordt delen vaak weergegeven als breuk (de teller boven de noemer) of als macht met negatief exponent (a ÷ b = a × b⁻¹). Voor onze calculator maakt het niet uit: alle notaties leveren hetzelfde resultaat.
Formule
Basisformule:
X ÷ Y = Z waarvoor Z × Y = X
Met rest (gehele getallen):
X = q × Y + r
q = quotiënt, r = rest, met 0 ≤ r < |Y|
Voorbeelden:
21 ÷ 2 = 10,5 (decimaal)
21 ÷ 2 = 10 rest 1 (geheel + rest)
21 ÷ 2 = 21/2 (als breuk)
100 ÷ 3 = 33,333… (oneindig herhalend)
Niet gedefinieerd:
X ÷ 0 bestaat niet — geen enkel getal × 0 levert X op (tenzij X = 0,
en dan is de uitkomst onbepaald).Voorbeelden
- 21 gedeeld door 210,5 (of 10 rest 1)
- 100 gedeeld door 425
- 9 gedeeld door 33
- 50 gedeeld door 68,333… (of 8 rest 2)
Veelgestelde vragen
Hoe bereken ik 21 gedeeld door 2?
Wat is X gedeeld door Y?
Waarom kun je niet door 0 delen?
Hoe deel ik met komma's of decimalen?
Wat is een staartdeling?
Hoeveel is 100 gedeeld door 3?
Wat is het verschil tussen quotiënt en rest?
Hoe deel je een breuk?
Wat als de deler groter is dan het deeltal?
Kun je negatieve getallen delen?
Waar gebruik je delen in het dagelijks leven?
Gerelateerde tools
Uitgelichte artikelen
Alle artikelenDelen berekenen: staartdeling, breuken en decimalen (complete uitleg)
Delen lijkt simpel: 12 ÷ 3 = 4. Maar zodra de getallen groter worden, decimalen erbij komen of de uitkomst geen rond getal is, raken veel mensen het overzicht kwijt. Wat is 21 gedeeld door 2 — 10,5 of 10 rest 1? Hoe deel ik 1.234 door 7 zonder rekenmachine? En wanneer is een getal überhaupt deelbaar door 3, 9 of 11? In deze gids leggen we delen volledig uit: van eenvoudige gehele delingen via staartdeling tot delen met decimalen en breuken. Met onze online deling-calculator kun je elke berekening direct controleren.
Breuken berekenen: complete uitleg met voorbeelden (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen)
Breuken zijn een van de eerste 'lastige' onderdelen van de wiskunde — en tegelijk een van de meest praktische. Of je nu een recept halveert, een korting uitrekent, een schaal interpreteert of huiswerk voor groep 7–8 helpt: breuken zitten overal. Toch raken veel mensen het overzicht kwijt zodra de noemers verschillen of er gemengde getallen in spel komen. In deze complete gids leggen we elke breukbewerking stap voor stap uit, met formules, praktijkvoorbeelden en de belangrijkste valkuilen — zodat breuken voor jou (en je kinderen) net zo makkelijk worden als gewoon optellen.
Online rekenmachine 2026: de beste gratis tools voor elke berekening
Een rekenmachine online gebruiken is in 2026 veel slimmer dan een fysiek apparaat meesleuren. De beste gratis online rekenmachines berekenen alles van BTW tot bruto-netto, van hypotheeklasten tot BMI — direct in je browser, zonder installatie en zonder account. In deze gids laat je zien welke tools je het snelst antwoord geven en hoe je de juiste kiest voor jouw situatie.
Laatst bijgewerkt: 16 april 2026