Aftrekking berekenen
Trek snel twee getallen van elkaar af en zie het verschil — ook als de uitkomst negatief is. Met absolute waarde en duidelijke formule.
Samengesteld en gecontroleerd door de RekenmachinePro-redactie.
Aftrekken is samen met optellen de basis van alle rekenkunde. Je gebruikt het bij wisselgeld berekenen, leeftijdsverschil bepalen, kilometerstanden vergelijken en duizend andere dagelijkse situaties. Onze aftrek-rekenmachine geeft je direct het verschil tussen twee getallen — ook als de uitkomst negatief is. Bij negatieve resultaten toont de calculator óók de absolute waarde (de afstand tot 0), want vaak is dát waar je naar zoekt. Werkt met gehele getallen, decimalen en negatieve invoer.
Wat is aftrekken?
Aftrekken is het tegenovergestelde van optellen. Bij een aftrekking X − Y noemen we X het 'aftrektal' (het getal waar iets vanaf gaat) en Y de 'aftrekker' (wat eraf gaat). De uitkomst heet het 'verschil'.
In tegenstelling tot optellen is aftrekken niet commutatief: 8 − 3 = 5, maar 3 − 8 = −5. De volgorde maakt dus wél uit. Wel is er een verband: a − b = −(b − a).
Wat als de uitkomst negatief is?
Bij 5 − 8 ga je 'onder nul'. Het antwoord is −3. In het dagelijks leven kom je negatieve getallen tegen bij temperatuur (−5 °C is 5 graden onder nul), bij bankrekeningen (saldo −€120 is een schuld) en bij hoogtemetingen (−2 meter is onder zeeniveau).
De absolute waarde van een getal is de afstand tot 0, altijd positief. |−5| = 5 en |5| = 5. Onze calculator toont bij een negatief verschil ook de absolute waarde — handig bij vragen als 'wat is het verschil?' (waarbij het teken er meestal niet toe doet).
Aftrekken met decimalen
Net als bij optellen: zorg dat de komma's onder elkaar staan en vul nullen aan tot beide getallen evenveel decimalen hebben.
Voorbeeld: 25,3 − 4,75. Schrijf onder elkaar: 25,30 − 4,75 = 20,55. Tip: wanneer je 'meer aftrekt dan er staat' (zoals 0 − 5 in een kolom), leen je 1 van de volgende kolom — net als bij gewone aftrekkingen.
Aftrekken in het dagelijks leven
Acht typische dagelijkse situaties waar je aftrekt:
| Situatie | Voorbeeld | Berekening | Resultaat |
|---|---|---|---|
| Wisselgeld | Betaalt €20 voor €13,75 | 20 − 13,75 | €6,25 |
| Leeftijdsverschil | Geboren 1985, vandaag 2026 | 2026 − 1985 | 41 jaar |
| Kilometerstand | Eindstand 12.682 − beginstand 12.450 | 12682 − 12450 | 232 km |
| Korting bedrag | Originele prijs €89 − nieuwe prijs €69 | 89 − 69 | €20 korting |
| Tijd over | Deadline 16:00 − nu 13:30 | 16:00 − 13:30 | 2,5 uur |
| Bankrekening | Saldo €450 − afschrijving €580 | 450 − 580 | −€130 (rood) |
| Temperatuur | Vandaag 18°C − gisteren 22°C | 18 − 22 | −4°C kouder |
| Restant gewicht | 5 kg meel − 1,75 kg gebruikt | 5 − 1,75 | 3,25 kg over |
Slimme rekentrucs voor aftrekken
Drie trucjes om sneller uit het hoofd af te trekken:
Truc 1: 'Aanvullen tot rond getal'. 100 − 67 → tel op vanaf 67: 67 + 3 = 70 + 30 = 100. Dus 100 − 67 = 33. Werkt vooral goed bij wisselgeld.
Truc 2: 'Beide getallen verhogen of verlagen'. 73 − 28 → maak er 75 − 30 = 45 van. Door beide met 2 te verhogen blijft het verschil gelijk.
Truc 3: 'Eerst optellen tot ronde, dan rest aftrekken'. 200 − 137 → 200 − 100 = 100, dan 100 − 37 = 63. Splits de aftrekker in handelbare brokken.
Formule
Basisformule: a − b = c Met tekens: +5 − +3 = +2 +5 − −3 = +8 (min een negatief getal = optellen) −5 − +3 = −8 −5 − −3 = −2 Absolute waarde: |a − b| = afstand tussen a en b op de getallenlijn altijd positief Voorbeelden: 100 − 37 = 63 25,3 − 4,75 = 20,55 5 − 8 = −3 |verschil| = 3 −10 − −7 = −3 |verschil| = 3
Voorbeelden
- 100 − 3763
- 25,30 − 4,7520,55
- 5 − 8−3 (absoluut: 3)
- −10 − (−7)−3
Veelgestelde vragen
Wat is X min Y?
Wat als het antwoord negatief is?
Hoe trek ik twee decimale getallen af?
Min een negatief getal — wat gebeurt er?
Is aftrekken commutatief?
Hoeveel is 100 min 37?
Wat is een absolute waarde?
Kan ik tijden aftrekken?
Hoe controleer ik mijn aftrekking?
Wat is het verschil tussen 'aftrekken' en 'verschil'?
Gerelateerde tools
Uitgelichte artikelen
Alle artikelenWetenschappelijke rekenmachine gebruiken: de complete gids
Een wetenschappelijke rekenmachine kan veel meer dan optellen en aftrekken: machten en wortels, sinus, cosinus en tangens, logaritmen, haakjes, geheugen en wetenschappelijke notatie. Maar al die knoppen maken hem voor veel mensen ook verwarrend. In deze complete gids leg ik — als wiskundedocent — stap voor stap uit hoe je elke functiegroep gebruikt, hoe de rekenmachine de volgorde van bewerkingen aanhoudt, en waarom de Nederlandse komma er soms voor zorgt dat een som 'fout' lijkt. Aan het eind reken je elke opgave moeiteloos uit, of je nu in de brugklas zit, examen doet of gewoon snel een percentage wilt weten.
Sin, cos en tan berekenen: uitleg met de eenheidscirkel
Sinus, cosinus en tangens zijn de bouwstenen van de goniometrie. Je gebruikt ze om in een rechthoekige driehoek een onbekende zijde of hoek te vinden — bij wiskunde, natuurkunde, techniek en bouwkunde. In dit artikel leg ik als wiskundedocent uit wat sin, cos en tan precies betekenen, hoe je ze onthoudt met de ezelsbrug SOS-CAS-TOA, hoe de eenheidscirkel ze in beeld brengt, en — het belangrijkste struikelblok — waarom je rekenmachine in DEG (graden) of RAD (radialen) moet staan. Met voorbeelden die je meteen kunt natikken op onze rekenmachine.
Machten en wortels berekenen (met de volgorde van bewerkingen)
Machten en wortels horen bij elkaar als optellen en aftrekken: een wortel maakt een macht ongedaan. In dit artikel leg ik als wiskundedocent uit hoe machtsverheffen en worteltrekken werken, wat een negatieve of gebroken exponent betekent, en hoe je ze foutloos op je rekenmachine intikt. We behandelen ook de beruchte valkuil −3² (is dat −9 of 9?) en de volgorde van bewerkingen, zodat je nooit meer de verkeerde uitkomst krijgt. Alle voorbeelden kun je meteen natikken op onze wetenschappelijke rekenmachine.
Laatst bijgewerkt: 16 april 2026