Winstmarge & opslag berekenen

Bereken je winstmarge óf opslag (markup) — of reken terug naar de verkoopprijs vanuit een gewenst rendement.

Hoe vind je deze calculator?

Marge en opslag worden vaak verwisseld, maar geven heel verschillende uitkomsten. Marge berekent het rendement op de verkoopprijs (uit hoeveel van elke verkochte euro winst is). Opslag berekent het rendement op de inkoopprijs (hoeveel je bovenop je inkoop legt). Bij een inkoop van € 100 en verkoop van € 150 is de marge 33,3% maar de opslag 50%. Met deze calculator kies je je modus en zie je direct beide waarden — handig voor offertes, prijslijsten en margebewaking.

Marge vs opslag — het verschil

Vuistregel: opslag is altijd hoger dan marge. Bij een marge van 50% is de opslag 100% (verkoop is twee keer de inkoop). Bij een marge van 33,3% is de opslag 50%.

InkoopVerkoopWinstMargeOpslag
€ 100€ 125€ 2520,0%25,0%
€ 100€ 150€ 5033,3%50,0%
€ 100€ 200€ 10050,0%100,0%
€ 100€ 250€ 15060,0%150,0%

Wanneer gebruik je welke?

Marge gebruik je als je vanuit klantperspectief redeneert ("hoeveel van wat de klant betaalt is winst?"). Het is de standaardmaat in de boekhouding en P&L-rapporten.

Opslag gebruik je in de inkoop / handel: "hoeveel zet ik bovenop de inkoopprijs?". Veel groothandels en webshops werken met vaste opslagpercentages (bv. 'kostprijs × 2,5').

Let op: marges zijn altijd ex BTW

Marge en opslag reken je altijd over bedragen exclusief BTW. Een verkoopprijs van € 121 incl. BTW is € 100 excl. BTW (bij 21%). Reken je per ongeluk inclusief, dan lijkt je marge hoger dan hij is. Gebruik onze BTW-calculator om snel om te rekenen.

Formule

Marge%  =  (verkoop − inkoop) ÷ verkoop × 100
Opslag% =  (verkoop − inkoop) ÷ inkoop × 100

Uit marge:   verkoop = inkoop ÷ (1 − marge%/100)
Uit opslag:  verkoop = inkoop × (1 + opslag%/100)

Voorbeelden

  • Inkoop € 100, verkoop € 150
    Marge 33,3% · opslag 50% · winst € 50
  • Inkoop € 80, gewenste marge 40%
    Verkoopprijs € 133,33
  • Inkoop € 200, opslag 75%
    Verkoopprijs € 350 · marge 42,9%
  • Inkoop € 50, verkoop € 75
    Marge 33,3% · opslag 50%

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen marge en opslag?
Marge rekent over de verkoopprijs — uit hoeveel van wat de klant betaalt is winst. Opslag rekent over de inkoopprijs — hoeveel zet je bovenop. Bij dezelfde euro's winst is opslag altijd het hogere getal.
Welke marge is normaal in retail?
Sterk afhankelijk van branche: supermarkt 2–5% (bruto), kleding 50–60%, sieraden 60–80%, restaurants 60–70% op food en 70–80% op drank, software-licenties 80–95%. Vergelijk altijd met je sector, niet algemeen.
Hoe bereken ik mijn verkoopprijs uit een gewenste marge?
Verkoop = inkoop ÷ (1 − marge%/100). Voor inkoop € 80 en gewenste marge 40%: € 80 ÷ 0,60 = € 133,33. Niet € 80 × 1,40 (= € 112) — dat is de opslag-formule en geeft maar 28,6% marge.
Reken ik marge inclusief of exclusief BTW?
Altijd exclusief BTW. BTW is geen omzet die jij houdt — die draag je af aan de Belastingdienst. Reken eerst je inkoop en verkoop terug naar ex-BTW, dan pas marge berekenen.
Wat is een 'keystone' opslag?
Engelse handelsterm voor opslag = 100% (verkoopprijs is 2× inkoop). Veel kleinhandel hanteert dit als basisprincipe. Komt overeen met een marge van 50%.
Waarom is mijn marge lager dan ik dacht?
Vergeten BTW eraf te halen, of opslag verwarren met marge. Voorbeeld: 'ik leg er 50% bovenop' is opslag 50% = marge 33,3%. Wil je écht 50% marge, dan is je opslag 100%.

Gerelateerde tools

Uitgelichte artikelen

Financiën14 min leestijd

BTW berekenen 2026: complete gids voor ondernemers en ZZP'ers

BTW is voor de meeste ondernemers en ZZP'ers de meest tijdrovende belasting in de administratie — en tegelijk de plek waar de meeste fouten worden gemaakt. In deze complete gids zetten we het hele BTW-stelsel van 2026 uiteen: van de drie tarieven en de aangifte-cyclus tot de KOR-regeling, internationale handel en de klassieke rekenfouten die je geld kosten. Gebruik de BTW-calculator van RekenmachinePro om elk bedrag direct te controleren.

15 april 2026Lezen
Financiën13 min leestijd

Box 3 belasting 2026: vermogensrendementsheffing berekenen en minimaliseren

Box 3 is al jaren het meest besproken onderdeel van de Nederlandse inkomstenbelasting — en dat is niet voor niets. Na het baanbrekende Kerstarrest van de Hoge Raad in 2021 en de daaropvolgende overgangsrechtspraak staat het stelsel opnieuw onder druk, terwijl de wetgever werkt aan een definitief 'werkelijk rendement'-systeem dat pas op zijn vroegst in 2028 van kracht wordt. In 2026 geldt een aangepast fictief-rendementsstelsel met drie vermogenscategorieën. Deze gids legt stap voor stap uit hoe de berekening werkt, wat de tarieven zijn en hoe u uw box 3-last legaal kunt beperken.

15 april 2026Lezen
Financiën12 min leestijd

Inflatie 2026: wat doet het met jouw spaargeld en koopkracht?

Inflatie is de stille sluipmoordenaar van koopkracht: u merkt het pas goed als de boodschappen weer duurder zijn of uw spaarsaldo in reële termen is gekrompen. In Nederland schommelde de inflatie de afgelopen jaren fors — van historisch lage niveaus rond 1% naar een piek van bijna 14% in 2022, gevolgd door een daling richting de 2-3% ECB-doelstelling in 2025 en 2026. In dit artikel leggen we uit hoe inflatie wordt gemeten, wat het concreet betekent voor uw spaargeld, hypotheek en pensioen, en hoe u de inflatie-calculator van RekenmachinePro gebruikt om uw eigen koopkrachtverlies te berekenen.

15 april 2026Lezen

Laatst bijgewerkt: 17 april 2026