WWS-punten berekenen: wat mag jouw huur maximaal zijn? (2026)
Sinds de Wet betaalbare huur op 1 juli 2024 in werking trad, bepaalt het woningwaarderingsstelsel (WWS) voor véél meer huurders wat de verhuurder maximaal mag vragen. Tel je woning t/m 143 punten, dan is het sociale huur met een maximum van €932,93 per maand. Tussen 144 en 186 punten zit je in het middensegment, met €1.228,07 als plafond bij 186 punten. Pas vanaf 187 punten geldt de vrije sector. In deze gids zie je waar die punten vandaan komen, wat je energielabel en WOZ-waarde ermee doen, en wat je kunt ondernemen als je huur te hoog blijkt.
Wat is het WWS — en waarom geldt het nu voor veel meer huurders?
Het woningwaarderingsstelsel, kortweg WWS, is een puntensysteem. Je woning krijgt punten voor haar kwaliteit: hoe groot is ze, wat is de WOZ-waarde, welk energielabel heeft ze, hoe zijn de keuken en de badkamer, is er een balkon of tuin. Al die punten bij elkaar leveren één getal op. En bij dat getal hoort een wettelijk maximum: de hoogste kale huurprijs die je verhuurder mag vragen. Het puntentotaal bepaalt dus je huurplafond — niet wat de markt toevallig wil betalen.
Tot 2024 was dat systeem in de praktijk tandeloos boven de sociale huurgrens. Woningen die boven die grens uitkwamen zaten in de vrije sector, en daar mocht een verhuurder vragen wat hij wilde. Op 1 juli 2024 trad de Wet betaalbare huur in werking en dat veranderde op twee manieren fundamenteel. Ten eerste werd het WWS dwingend: verhuurders zijn sindsdien verplicht zich te houden aan de maximale huurprijs die bij de kwaliteit van de woning past. Het is geen richtlijn meer waar je als huurder zelf achteraan moest, maar een norm.
Ten tweede kwam er een compleet nieuw gereguleerd segment bij: de middenhuur. Woningen die tussen de sociale huurgrens en 186 punten scoren vallen nu óók onder het puntenplafond. Dat is precies het segment waar veel particuliere verhuur zit — het appartement in de stad, de bovenwoning, de studio. Volgens Volkshuisvesting Nederland moet de maatregel bij ongeveer 163.000 woningen tot huurverlaging leiden, gemiddeld €145 per maand.
Daar komt nog een praktische verplichting bij. Sinds 1 januari 2025 moeten alle verhuurders een puntentelling van de huurwoning aan de huurder verstrekken — bijvoorbeeld als bijlage bij het huurcontract. Heb je die nooit gekregen, dan is dat op zichzelf al een signaal. En je kunt de belangrijkste ingrediënten zelf natrekken: begin met je energielabel via de energielabel punten calculator.
Hoe het puntensysteem werkt: waar komen de punten vandaan?
De puntentelling is geen zwarte doos. Ze bestaat uit een reeks rubrieken die je één voor één afloopt en optelt. De vier zwaarwegende blokken zijn oppervlakte, WOZ-waarde, energielabel en voorzieningen — de rest is fijnafstelling.
Oppervlakte is de basis en meestal de grootste post. Vertrekken (woonkamer, slaapkamers, keuken, badkamer) leveren 1 punt per m² op. Overige ruimten zoals een berging, zolder of schuur tellen voor 0,75 punt per m². De Huurcommissie meet binnenmaats, van muur tot muur op 1,50 meter hoogte. Een vertrek telt pas mee vanaf 4,00 m², een overige ruimte vanaf 2,00 m².
De WOZ-waarde vertaalt de locatie naar punten: een woning in Amsterdam scoort hierop veel hoger dan dezelfde woning in Emmen. Er zitten wel remmen op, waarover verderop meer. Het energielabel kan tientallen punten toevoegen — of punten afsnoepen, want de labels E, F en G leveren een negatieve score op.
Dan de voorzieningen. Verwarming: 2 punten per verwarmd vertrek, 1 punt per verwarmde overige ruimte (maximaal 4). Keuken: een aanrecht van 1 tot 2 meter is 4 punten, langer dan 2 meter 7 punten, met extra's voor een inductiekookplaat (1,75), een inbouwoven (1) of een vaatwasser (1,5). Sanitair: een toilet 3 punten, een wastafel 1, een douche 4, een bad 6. Buitenruimte: privé-buitenruimte levert 2 punten plus 0,35 punt per m² op, gedeelde buitenruimte 0,75 punt per m² gedeeld door het aantal adressen — samen maximaal 15 punten.
Tot slot de monumenten. Die krijgen geen extra punten, maar een opslag op de uitkomst: een rijksmonument mag bij huurcontracten vanaf 1 juli 2024 35% boven de maximale huurprijs zitten, een gemeentelijk of provinciaal monument 15%, en een woning in een beschermd stads- of dorpsgezicht 5%.
De puntengrenzen 2026: sociaal, middenhuur of vrije sector?
Het puntentotaal bepaalt in welk segment je woning valt, en daarmee of er überhaupt een wettelijk maximum geldt. De grenzen zijn per 1 januari 2026 aangepast: de bedragen van 1 januari 2025 zijn geïndexeerd met 3,65%, de inflatie tussen juli 2024 en juli 2025. Let op de datum — de huurprijstabel loopt van 1 januari tot 1 januari. De jaarlijkse huurverhóging is iets anders en gaat wél meestal per 1 juli in; verwar die twee niet met elkaar.
De uitkomst is drie segmenten. Tot en met 143 punten zit je in de sociale huur, met een plafond van €932,93. Van 144 tot en met 186 punten geldt de middenhuur, oplopend van €939,73 tot €1.228,07. Vanaf 187 punten is het vrije sector en geldt er geen wettelijk maximum meer — dan mag de verhuurder in beginsel vragen wat hij wil.
Zie je hoe scherp die randen zijn? Het verschil tussen 186 en 187 punten is één punt, maar het is het verschil tussen een huurplafond van €1.228,07 en géén plafond. Precies daarom loont het om je telling na te lopen: één punt te weinig toegekend in de vrije sector kan betekenen dat je woning eigenlijk gereguleerd is. Zit je in de sociale huur, controleer dan ook meteen of je recht hebt op ondersteuning met de huurtoeslag calculator — die kijkt naar je kale huur, je inkomen en je huishouden.
| Segment | Puntenaantal | Maximale kale huurprijs (per 1 januari 2026) |
|---|---|---|
| Sociale huur | t/m 143 punten | tot en met €932,93 per maand |
| Middenhuur (gereguleerd) | 144 t/m 186 punten | €939,73 tot en met €1.228,07 per maand |
| Vrije sector | 187 punten of meer | geen wettelijk maximum |
Energielabel: de grootste knop waar je aan kunt draaien
Van alle rubrieken is het energielabel de meest beweeglijke. Je oppervlakte ligt vast, je WOZ-waarde stelt de gemeente vast, maar een label kún je verbeteren — met isolatie, glas, een warmtepomp of zonnepanelen. En de puntenwinst is fors: het verschil tussen label G en label A++++ is bij een eengezinswoning 77 punten.
Er is één addertje dat veel mensen missen: een slecht label trekt punten af. Label E kost je 4 punten, label F 9 punten en label G maar liefst 15 punten. Die aftrek is voor eengezins- en meergezinswoningen gelijk. Woon je in een slecht geïsoleerde woning met een hoge huur, dan is de kans dus reëel dat de telling onder de grens uitkomt waar de verhuurder van uitging.
Het onderscheid tussen woningtypen is simpel: bij een eengezinswoning zit er geen andere woning boven of onder je — denk aan een rijtjeshuis, twee-onder-een-kap of vrijstaande woning. Alles met buren boven of onder is een meergezinswoning (een appartement of duplex). Eengezinswoningen scoren bij de goede labels iets hoger.
Nog een valkuil: het label moet geldig zijn op de peildatum. De Huurcommissie neemt een verlopen energielabel niet mee in de puntentelling. Dat kan je zomaar tientallen punten kosten. Onderstaande tabel geldt voor woningen van 40 m² of groter, met een label dat is afgegeven op of na 1 januari 2021; voor kleinere woningen gelden aparte tabellen.
Wil je weten wat jouw label precies oplevert en wat een labelstap zou doen met je puntentotaal? Reken het door met de energielabel punten calculator.
| Energielabel | Eengezinswoning | Meergezinswoning / duplex |
|---|---|---|
| A++++ | 62 punten | 58 punten |
| A+++ | 57 punten | 53 punten |
| A++ | 52 punten | 48 punten |
| A+ | 47 punten | 43 punten |
| A | 41 punten | 37 punten |
| B | 34 punten | 30 punten |
| C | 22 punten | 15 punten |
| D | 14 punten | 11 punten |
| E | −4 punten | −4 punten |
| F | −9 punten | −9 punten |
| G | −15 punten | −15 punten |
De WOZ-waarde in het WWS — en waarom de cap in dure steden uitmaakt
De WOZ-waarde is de manier waarop het WWS locatie meeweegt. De berekening bestaat uit twee onderdelen die je bij elkaar optelt. Onderdeel I is de WOZ-waarde gedeeld door €16.954. Onderdeel II is de WOZ-waarde gedeeld door de oppervlakte, en die uitkomst gedeeld door €268. Bij een WOZ-waarde van €300.000 en 60 m² levert dat 17,69 + 18,66 = 36,25 punten op. Ligt de WOZ-waarde lager dan het minimum van €85.806 (bedrag 2026), dan wordt met dat minimum gerekend.
Onderdeel II is de reden dat kleine woningen in dure steden zo hard scoren: je deelt door de oppervlakte, dus hoe kleiner het huis bij dezelfde waarde, hoe meer punten. Een compacte studio in Amsterdam kan zo puur op WOZ-punten al richting de vrijesectorgrens klimmen, terwijl de woning zelf nauwelijks kwaliteit toevoegt. Precies dat effect wilde de wetgever afremmen.
Daarvoor is de WOZ-cap er. Komt een woning op 187 punten of meer uit, dan mogen de WOZ-punten voor niet meer dan 33% van het totale puntenaantal meetellen. Zakt de woning door die aftopping onder de 187 punten, dan wordt het puntentotaal op 186 gezet — de woning valt dan net binnen het gereguleerde middensegment, maar niet dieper.
Er is één uitzondering, bedoeld om nieuwbouw niet te straffen. Voor woningen die in de jaren 2015 tot en met 2019 zijn opgeleverd of gerenoveerd geldt een minimum van 40 WOZ-punten, mits de woning ten minste 110 punten scoort op de overige onderdelen. Die afwijkende rekenwijze vervalt op 1 januari 2039.
Vind je je WOZ-waarde te hoog? Bezwaar maken kan bij je gemeente, en dat kan dus twee kanten op werken: als huurder verlaagt een lagere WOZ-waarde je puntentotaal (en daarmee je huurplafond), als eigenaar verlaagt het je eigenwoningforfait. Reken vooraf uit wat het effect is voordat je bezwaar maakt.
Rekenvoorbeeld: van woning naar maximale huurprijs
Neem een appartement van 65 m² met een berging van 6 m², vier verwarmde vertrekken, energielabel C, een aanrecht van meer dan 2 meter, een badkamer met toilet, wastafel en douche, een balkon van 6 m² en een WOZ-waarde van €300.000. Het is een meergezinswoning, want er wonen buren boven en onder.
De telling loopt zo. Oppervlakte vertrekken: 65 × 1 = 65 punten. Berging: 6 × 0,75 = 4,5 punten. Verwarming: 4 × 2 = 8 punten. Energielabel C bij een meergezinswoning: 15 punten. Keuken met aanrecht boven 2 meter: 7 punten. Sanitair: 3 + 1 + 4 = 8 punten. Balkon: 2 + (6 × 0,35) = 4,1 punten.
Dan de WOZ. Onderdeel I: €300.000 ÷ €16.954 = 17,69. Onderdeel II: €300.000 ÷ 65 m² = €4.615,38, gedeeld door €268 = 17,22. Samen 34,91 punten. Dat is 23,7% van het totaal en de woning blijft onder de 187 punten, dus de WOZ-cap komt hier niet in beeld.
Alles opgeteld: 65 + 4,5 + 8 + 15 + 7 + 8 + 4,1 + 34,91 = 146,51, afgerond 147 punten. In de huurprijstabel per 1 januari 2026 hoort daar een maximale kale huurprijs van €960,33 per maand bij. De woning zit dus in de middenhuur, en een huurprijs van bijvoorbeeld €1.250 is bij dit puntentotaal simpelweg niet toegestaan.
Nu het interessante deel. Zou dezelfde woning label A hebben in plaats van label C, dan levert het label 37 in plaats van 15 punten op: +22 punten. Het totaal wordt 168,51, afgerond 169 punten, en dat hoort bij een maximum van €1.111,39 per maand. Eén labelsprong is in dit voorbeeld dus €151,06 per maand waard — ruim €1.800 per jaar. Reken je eigen labelscenario door met de energielabel punten calculator.
Let op dat dit een vereenvoudigd voorbeeld is. De volledige telling kent nog meer rubrieken, zoals gemeenschappelijke ruimten, bijzondere voorzieningen en zorgwoningen. De officiële telling doe je met het beleidsboek van de Huurcommissie of via een Huurprijscheck.
| Onderdeel | Berekening | Punten |
|---|---|---|
| Vertrekken | 65 m² × 1 | 65 |
| Overige ruimte (berging) | 6 m² × 0,75 | 4,5 |
| Verwarming | 4 verwarmde vertrekken × 2 | 8 |
| Energielabel C (meergezins) | vaste waarde | 15 |
| Keuken (aanrecht > 2 m) | vaste waarde | 7 |
| Sanitair | toilet 3 + wastafel 1 + douche 4 | 8 |
| Buitenruimte (balkon 6 m²) | 2 + (6 × 0,35) | 4,1 |
| WOZ-waarde €300.000 | 17,69 + 17,22 | 34,91 |
| Totaal | afgerond | 147 |
| Maximale kale huurprijs | huurprijstabel 1-1-2026 | €960,33 |
Je huur is te hoog — en nu?
Kom je op minder punten uit dan je huurprijs suggereert, dan heb je een zaak. Welke route je neemt, hangt af van hoe lang je er al woont.
Woon je er korter dan 6 maanden, dan is de snelste weg de toets van de aanvangshuurprijs. Je kunt de Huurcommissie binnen 6 maanden na ingang van je huurcontract vragen te beoordelen of de afgesproken kale huur klopt. Een onderzoeker komt langs, doet de Huurprijscheck en telt de punten. Blijkt de huur te hoog, dan verlaagt de Huurcommissie hem met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum van het contract. Wel moet je zelf om terugbetaling van te veel betaalde huur vragen bij je verhuurder.
Huur je in de vrije sector met een contract van op of na 1 juli 2024? Dan verlaagt de Huurcommissie de huur als de maximale huurprijs onder de middenhuurgrens van 186 punten uitkomt. Voor contracten van vóór 1 juli 2024 gold nog de oude, veel strengere lat: alleen als de woning onder de toenmalige sociale huurgrens van 148 punten (€884,54) uitkwam.
Woon je er langer dan 6 maanden en zit je in het gereguleerde segment, dan verloopt het anders. Je doet dan eerst zelf een voorstel tot huurverlaging aan je verhuurder. De nieuwe huurprijs mag niet eerder ingaan dan 2 volle kalendermaanden na verzending van je voorstel. Gaat je verhuurder niet akkoord of reageert hij niet, dan leg je het voorstel voor aan de Huurcommissie.
Wat het kost: als huurder betaal je een voorschot van €25. Win je de zaak, dan krijg je dat terug en draagt de tegenpartij de kosten. Een verhuurder betaalt €500 voorschot, oplopend bij herhaald verlies binnen vier kalenderjaren naar €700, €1.400 en €1.750. Heb je een minimuminkomen, dan kun je via MijnHuurcommissie met DigiD vrijstelling van de kosten aanvragen.
En als de verhuurder niet meewerkt? Voor woningen in het sociale en middensegment is de uitspraak van de Huurcommissie bindend — de verhuurder moet zich eraan houden. Weigert hij alsnog, dan kun je naar de kantonrechter. Daarnaast houdt sinds 1 januari 2025 je gemeente toezicht en kan die handhavend optreden.
- Verzamel je gegevens: meet je woning op, zoek je energielabel op en vraag je WOZ-beschikking bij de gemeente op.
- Vraag de puntentelling op bij je verhuurder — die is sinds 1 januari 2025 verplicht die te verstrekken.
- Tel zelf na met het beleidsboek van de Huurcommissie of doe de Huurprijscheck; check vooral je energielabel en de WOZ-onderdelen.
- Korter dan 6 maanden in de woning? Dien direct een verzoek tot toetsing van de aanvangshuurprijs in bij de Huurcommissie (€25 voorschot).
- Langer dan 6 maanden en gereguleerd? Stuur je verhuurder eerst schriftelijk een voorstel tot huurverlaging, met ingangsdatum minstens 2 volle kalendermaanden later.
- Geen akkoord? Leg je voorstel binnen de termijn voor aan de Huurcommissie — de uitspraak is bindend in het sociale en middensegment.
- Vraag te veel betaalde huur terug bij je verhuurder; de verlaging van de aanvangshuur werkt terug tot de ingangsdatum van het contract.
Wat dit betekent voor verhuurders
Verhuur je zelf een woning, dan is de kern kort: je bent sinds 1 juli 2024 verplicht je te houden aan de maximale huurprijs die bij het puntentotaal past, zodra de woning in het sociale of middensegment valt. Vraag je meer, dan overtreed je een dwingende norm — ook als de huurder ermee instemde.
Daarnaast moet je sinds 1 januari 2025 een puntentelling aan je huurder verstrekken, bijvoorbeeld als bijlage bij het huurcontract. Doe je dat niet, dan is dat op zichzelf al een tekortkoming die de gemeente kan aanpakken.
De handhaving ligt sinds 1 januari 2025 bij de gemeente. Die bepaalt zelf hoe ze handhaaft en mag daarbij waarschuwingen en boetes inzetten. In de praktijk werken gemeenten met een escalatieladder: bij een eerste overtreding volgt doorgaans een waarschuwing om het te herstellen, met de aankondiging dat een bestuurlijke boete volgt bij een volgende overtreding. De gemeente kan ook een last onder dwangsom opleggen om herhaling te voorkomen.
Praktisch gezien is de meest zinvolle actie het puntentotaal kennen vóórdat je een prijs vraagt — en weten waar de ruimte zit. Het energielabel is daarbij verreweg de grootste knop; bereken met de energielabel punten calculator wat een labelsprong met je maximale huurprijs doet. En houd er rekening mee dat ook de jaarlijkse huurverhoging binnen het gereguleerde segment nooit boven het puntenplafond mag uitkomen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel WWS-punten heb ik nodig voor de vrije sector in 2026? Vanaf 187 punten valt een zelfstandige woning in de vrije sector en geldt er geen wettelijk maximum meer. Tot en met 186 punten is de woning gereguleerd: t/m 143 punten sociale huur, van 144 t/m 186 punten middenhuur.
Wat is de maximale huur bij 143 punten? Bij 143 punten is de maximale kale huurprijs €932,93 per maand (per 1 januari 2026). Dat is meteen de bovengrens van de sociale huur. Bij 144 punten begint de middenhuur met €939,73, en bij 186 punten ligt het plafond op €1.228,07.
Zijn de puntengrenzen per 1 juli 2026 geïndexeerd? Nee. De maximale huurprijsgrenzen zijn per 1 januari 2026 aangepast met 3,65%, de inflatie tussen juli 2024 en juli 2025. De huurprijstabel loopt van 1 januari tot 1 januari; de jaarlijkse huurverhoging gaat wél meestal per 1 juli in.
Kan een slecht energielabel punten kosten? Ja. Label E kost 4 punten, label F 9 punten en label G maar liefst 15 punten, zowel bij eengezins- als bij meergezinswoningen. Een slecht geïsoleerde woning zakt daardoor sneller onder de vrijesector- of middenhuurgrens dan verhuurders vaak verwachten.
Wat is de WOZ-cap in het woningwaarderingsstelsel? Komt een woning op 187 punten of meer uit, dan tellen de WOZ-punten mee voor maximaal 33% van het totale puntenaantal. Zakt de woning door die aftopping onder de 187 punten, dan wordt het puntentotaal op 186 gezet en valt de woning in de middenhuur.
Hoelang heb ik om mijn huur te laten toetsen? Voor de toets van de aanvangshuurprijs heb je 6 maanden na de ingang van je huurcontract. Woon je er langer en zit je in het gereguleerde segment, dan doe je eerst zelf een voorstel tot huurverlaging aan je verhuurder, met een ingangsdatum van minimaal 2 volle kalendermaanden later.
Wat kost een procedure bij de Huurcommissie? Een huurder betaalt €25 voorschot, een verhuurder €500. Win je de zaak, dan krijg je het voorschot terug en betaalt de tegenpartij de kosten. Bij een minimuminkomen kun je via MijnHuurcommissie met DigiD vrijstelling van de kosten aanvragen.
Moet mijn verhuurder mij een puntentelling geven? Ja. Sinds 1 januari 2025 zijn alle verhuurders verplicht een puntentelling van de huurwoning aan de huurder te verstrekken, bijvoorbeeld als bijlage bij het huurcontract. Krijg je die niet, vraag er dan schriftelijk om en meld het eventueel bij je gemeente.
Tot slot
Het WWS is sinds de Wet betaalbare huur geen theorie meer, maar een harde grens. Tel je woning t/m 143 punten, dan mag de kale huur in 2026 niet boven €932,93 uitkomen; tussen 144 en 186 punten loopt het plafond op tot €1.228,07. Pas vanaf 187 punten is er geen wettelijk maximum. Omdat één punt het verschil kan maken tussen wél en géén huurplafond, loont het om je telling na te lopen in plaats van erop te vertrouwen dat je verhuurder het goed heeft gedaan.
De grootste losse variabele is je energielabel. In ons rekenvoorbeeld scheelde de sprong van label C naar label A 22 punten, en dat vertaalde zich in €151,06 per maand aan extra huurruimte — voor huurder én verhuurder een bedrag dat telt. Een slecht label werkt precies andersom: label G kost je 15 punten. Controleer daarom altijd of je label geldig is op de peildatum, want een verlopen label telt bij de Huurcommissie niet mee.
Begin met het onderdeel dat het snelst duidelijkheid geeft: bereken wat jouw energielabel aan punten oplevert met de energielabel punten calculator. Kom je onder de grens uit waar je huurprijs bij hoort, kijk dan of je binnen de zes maanden zit voor een toets van de aanvangshuurprijs. Zit je in de sociale huur, check dan ook je recht op huurtoeslag en reken de aangekondigde verhoging na met de huurverhoging calculator — ook die mag nooit boven het puntenplafond uitkomen.
Bronnen
- Volkshuisvesting Nederland — Maximale huurprijsgrenzen (per 1 januari 2026)
- Huurcommissie — Bijlage 3: Maximale huurprijsgrenzen voor zelfstandige woningen
- Huurcommissie — Het woningwaarderingsstelsel voor een zelfstandige woning
- Rijksoverheid — Welke invloed heeft het energielabel op de huurpunten van mijn woning?
- Volkshuisvesting Nederland — Dwingend maken WWS (Wet betaalbare huur)
- Huurcommissie — Wat kost een procedure?
Bijbehorende calculators
Lees ook
Huurverhoging 2026: maximale percentages, regels en bezwaar maken
Per 1 juli 2026 mogen verhuurders de huur opnieuw verhogen. Voor sociale huurwoningen gelden inkomensgerelateerde percentages: van maximaal 5,3% voor lage inkomens tot maximaal 8,3% voor hoge inkomens. Huurders in de vrije sector zitten aan een maximum van 4,1%, gebaseerd op de inflatie van 2025. In dit artikel leest u precies welke percentages voor u gelden, wanneer een verhuurder de huur mag aanpassen, hoe u bezwaar maakt bij de Huurcommissie en wat een huurstijging betekent voor uw huurtoeslag.
Huurtoeslag 2026 berekenen: grenzen, aanvragen en rekenvoorbeelden
Huurtoeslag is een rijksbijdrage die huurders met een laag inkomen helpt de huur te betalen. In 2026 hebben ruim 1,3 miljoen huishoudens in Nederland recht op deze toeslag. Toch laten veel mensen geld liggen doordat zij niet weten of zij in aanmerking komen, de aanvraag te laat doen of onjuiste gegevens doorgeven. In deze gids leest u precies wat de grenzen zijn voor 2026, hoe de berekening werkt, welke valkuilen er zijn en hoe u de toeslag eenvoudig aanvraagt via Mijn Toeslagen.
Energielabel huis verbeteren in 2026 — kosten, maatregelen en wat het oplevert
Je energielabel zegt meer over je huis dan je denkt. Het bepaalt mede je hypotheekrente, je verkoopprijs en — niet onbelangrijk — je maandelijkse energierekening. In 2026 is het verbeteren van een energielabel geen theoretische exercitie meer: het is concreet geld dat je op tafel laat liggen als je het niet aanpakt.
Eigenwoningforfait 2026: tarieven, WOZ-waarde en de Wet Hillen uitgelegd
Elk jaar als de gemeentelijke WOZ-beschikking op de mat valt, dringt dezelfde vraag zich op: wat betekent dit eigenlijk voor mijn belastingaangifte? Het eigenwoningforfait is een van de meest misvegrepen posten in de inkomstenbelasting. U wordt belast op een inkomen dat u nooit hebt ontvangen — het zogenoemde fictieve rendement op uw eigen woning. In dit artikel leggen we uit hoe het eigenwoningforfait in 2026 precies werkt, welke tarieven gelden, hoe de WOZ-waarde wordt vastgesteld en wat de Wet Hillen nog voor u betekent. Met concrete rekenvoorbeelden voor een middenklasse en een bovengemiddelde koopwoning.
Laatst bijgewerkt: 14 juli 2026