Hoelang duurt je WW in 2026? Duur, rechten, bijverdienen en PAWW
Word je werkloos in 2026 en wil je weten waar je op kunt rekenen? In deze gids leggen we precies uit hoe hoog de WW-uitkering is, hoelang je er recht op hebt op basis van je arbeidsverleden en welke regels gelden voor bijverdienen en solliciteren. We rekenen ook een concreet voorbeeld door voor een werknemer met een bruto maandsalaris van € 3.500.
Wanneer heb je recht op WW?
De WW-uitkering (Werkloosheidswet) is een tijdelijke inkomensverzekering voor werknemers die buiten hun schuld werkloos worden. Om in aanmerking te komen, moet je aan twee wettelijke eisen voldoen: de wekeneis én de jareneis. Voldoe je aan beide, dan heb je recht op WW en kun je een aanvraag indienen bij het UWV.
De wekeneis houdt in dat je in de 36 weken direct voorafgaand aan je werkloosheid minimaal 26 weken als werknemer hebt gewerkt. Hierbij telt elke week mee waarin je minstens één werkdag hebt gewerkt. Werk je in loondienst bij meerdere werkgevers tegelijkertijd, dan telt dat als één werkweek. De wekeneis is de basisdrempel en bepaalt of je überhaupt een WW-uitkering kunt aanvragen.
Naast de wekeneis geldt de jareneis: in de vijf kalenderjaren direct voorafgaand aan het jaar van je werkloosheid moet je in minimaal vier jaar ten minste 52 dagen hebben gewerkt. De jareneis bepaalt de duur van de uitkering — hier komen we later uitgebreid op terug. Voldoe je alleen aan de wekeneis maar niet aan de jareneis, dan heb je recht op een kortdurende WW van maximaal 3 maanden.
Geen recht op WW heb je als je zelf ontslag hebt genomen zonder dat de werkgever daarvoor een dringende reden heeft gegeven. Het UWV noemt dit 'verwijtbare werkloosheid': jij hebt de werkloosheid veroorzaakt. Hetzelfde geldt als je bent ontslagen wegens ernstig verwijtbaar gedrag, zoals herhaaldelijk te laat komen na waarschuwingen of fraude. Twijfel je over jouw situatie? Vraag altijd advies bij het UWV of een juridisch adviseur vóórdat je een vaststellingsovereenkomst tekent — de formulering van het ontslag bepaalt je WW-recht. Meer over ontslag en een eventuele transitievergoeding lees je in onze separate gids.
Hoe hoog is de WW-uitkering in 2026?
De hoogte van de WW-uitkering is gekoppeld aan het dagloon: het gemiddelde brutoloon per dag dat je verdiende in de twaalf maanden voorafgaand aan je werkloosheid. Het UWV berekent het dagloon door je totale bruto jaarloon (inclusief vakantiegeld, vaste toeslagen en 13e maand) te delen door 261 — het gemiddelde aantal werkdagen per jaar.
De eerste twee maanden bedraagt de WW-uitkering 75% van het dagloon. Vanaf de derde maand daalt de uitkering naar 70% van het dagloon. Dit onderscheid is ingevoerd om werklozen te stimuleren actief te zoeken naar werk in de beginfase. Het verschil tussen 75% en 70% bedraagt op het maximum dagloon ruim € 330 bruto per maand.
Het maximum dagloon bedraagt sinds 1 juli 2026 € 309,91 bruto (daarvoor € 304,25). Het ministerie van Sociale Zaken beslist twee keer per jaar — op 1 januari en 1 juli — of dit bedrag meestijgt met het wettelijk minimumloon. Reken dus niet met een bedrag uit een oude tabel. Verdien je meer dan dit maximum, dan telt het meerdere niet mee voor de WW-berekening. In de eerste twee maanden ontvang je maximaal 75% × € 309,91 × 21,75 werkdagen per maand = circa € 5.055 bruto per maand. Vanaf maand drie is het maximum 70% × € 309,91 × 21,75 ≈ € 4.718 bruto per maand. Er is geen wettelijk minimumdagloon voor de WW — de uitkering is altijd gebaseerd op het werkelijk verdiende loon. Wel mag de uitkering niet lager zijn dan de bijstandsnorm; mocht dat het geval zijn, dan kun je aanvullende bijstand aanvragen. Gebruik de WW-uitkering-calculator om jouw exacte uitkeringshoogte te berekenen op basis van jouw dagloon.
Hoogte WW-uitkering per inkomensniveau (overzichtstabel)
De tabel hieronder laat zien hoe hoog de WW-uitkering is bij verschillende daglonen. Het maandbedrag is berekend op basis van 21,75 werkdagen per maand (261 werkdagen per jaar ÷ 12). Alle bedragen zijn bruto; de netto-uitkering is afhankelijk van je persoonlijke heffingskortingen en eventuele toeslagen.
Let op: boven het maximum dagloon van € 309,91 per dag maakt een hoger salaris geen verschil meer voor de WW-hoogte. Wie € 8.000 per maand verdiende, ontvangt dezelfde maximale WW als wie € 6.741 per maand verdiende — het plafond is bereikt. Gebruik de bruto-naar-netto-calculator om de netto-uitkering te schatten na inhouding van loonheffing.
Voor een goed beeld: het gemiddeld bruto maandsalaris in Nederland ligt in 2026 rond de € 3.800. Een gemiddelde werknemer ontvangt in de eerste twee maanden WW circa € 2.850 bruto per maand (75% van het dagloon), en daarna circa € 2.660 bruto per maand (70%). Dat is een forse inkomensdaling die goede financiële voorbereiding vergt — vandaar het belang van het vroeg aanvragen van toeslagen en het snel starten met actief solliciteren.
| Bruto maandsalaris | Dagloon (÷ 21,75) | WW maand 1-2 (75%) | WW vanaf maand 3 (70%) |
|---|---|---|---|
| € 1.740 / mnd | € 80,00 / dag | € 1.305 / mnd | € 1.218 / mnd |
| € 2.610 / mnd | € 120,00 / dag | € 1.957 / mnd | € 1.827 / mnd |
| € 3.480 / mnd | € 160,00 / dag | € 2.610 / mnd | € 2.436 / mnd |
| € 4.350 / mnd | € 200,00 / dag | € 3.263 / mnd | € 3.045 / mnd |
| € 6.741+ / mnd | € 309,91 / dag (max) | € 5.055 / mnd (max) | € 4.718 / mnd (max) |
Hoe lang duurt de WW-uitkering? (arbeidsverleden)
De duur van je WW hangt af van je arbeidsverleden, maar níet met één maand per gewerkt jaar — dat is het hardnekkigste misverstand over de WW. Sinds 2016 telt een gewerkt jaar nog maar half mee zodra je de tien jaar voorbij bent. De regel van UWV luidt: voor de eerste 10 volledige kalenderjaren arbeidsverleden krijg je 1 maand WW per jaar. Houd je daarna nog jaren over, dan geldt voor jaren tot en met 2015 nog 1 maand, en voor jaren vanaf 2016 nog maar 0,5 maand. Voldoe je alleen aan de wekeneis en niet aan de jareneis, dan blijft het bij 3 maanden.
Dat verschil loopt hard op. Met 24 jaar arbeidsverleden kom je niet op 24 maanden uit, zoals vaak wordt gedacht, maar afhankelijk van in welke kalenderjaren je werkte op ongeveer 17 tot 19 maanden. Het wettelijke maximum van 24 maanden haal je in de praktijk alleen met een lang arbeidsverleden dat grotendeels vóór 2016 ligt.
Het arbeidsverleden voor de WW telt twee soorten: het feitelijke arbeidsverleden (alle jaren na 1998 waarbij je minstens 52 dagen per jaar werkte als werknemer) en het fictieve arbeidsverleden (alle jaren van 1978 tot 1998 dat je 18 jaar of ouder was). Het fictieve arbeidsverleden is een erfenis van de overgangsregeling bij de invoering van de huidige WW-systematiek en geldt automatisch voor iedereen die vóór 1998 al werkte. Dit betekent dat mensen die al langere tijd op de arbeidsmarkt zijn, snel het maximum van 24 maanden bereiken.
Concreet: wie 8 jaar heeft gewerkt zit nog binnen de eerste tien jaar en heeft recht op 8 maanden WW. Een starter met 3 jaar arbeidsverleden komt uit op de ondergrens van 3 maanden — een goed argument om ook als jongere een financiële buffer aan te houden. Wie 20 jaar werkte, krijgt 10 maanden voor de eerste tien jaar plus een halve maand per jaar daarna: samen zo'n 15 maanden.
De tabel hieronder is de uitkomst van onze WW-calculator, die voor de jaren boven de tien uitgaat van 0,5 maand — de voorzichtige aanname. Werkte je een deel van die jaren vóór 2016, dan valt je duur hoger uit. Je eigen, officiële arbeidsverleden staat in Mijn UWV.
| Arbeidsverleden | Duur WW-uitkering |
|---|---|
| 1 jaar | 3 maanden (ondergrens bij wekeneis) |
| 3 jaar | 3 maanden |
| 5 jaar | 5 maanden |
| 8 jaar | 8 maanden |
| 10 jaar | 10 maanden (einde 1 maand per jaar) |
| 12 jaar | 11 maanden |
| 16 jaar | 13 maanden |
| 20 jaar | 15 maanden |
| 24 jaar | 17 maanden |
| 30 jaar | 20 maanden |
| 40 jaar | 24 maanden (wettelijk maximum) |
PAWW: de reden dat je '38 maanden WW' leest
Zoek je op de duur van de WW, dan kom je regelmatig 38 maanden tegen. Dat klopt niet met de wettelijke WW, die sinds 1 april 2019 op maximaal 24 maanden staat. Het verschil heet PAWW — Private Aanvulling WW en WGA.
Toen de maximale WW-duur in 2016 werd teruggebracht van 38 naar 24 maanden, spraken vakbonden en werkgevers af dat de weggevallen maanden privaat gerepareerd konden worden. Loopt je wettelijke WW af, dan neemt de PAWW-uitkering het over, tot een totale duur van maximaal 38 maanden — mits je arbeidsverleden lang genoeg is.
De belangrijkste nuance: PAWW is geen overheidsregeling en geldt niet automatisch. Je valt er alleen onder als jouw cao is aangesloten. De premie betaal je zelf: in 2026 is dat 0,1% van je brutoloon, ingehouden op je salaris. Kijk op je loonstrook — staat er een inhouding 'PAWW', dan bouw je die extra maanden op. Staat die er niet, dan stopt je uitkering bij het wettelijke maximum.
Onze WW-calculator rekent alleen met de wettelijke WW en telt een eventuele PAWW-aanvulling dus niet mee. Of jouw cao meedoet, controleer je bij Stichting PAWW.
Berekening stap voor stap: praktisch voorbeeld (€ 3.500/mnd)
Stel: Maria werkt al 10 jaar in loondienst en verdient € 3.500 bruto per maand. Ze ontvangt 8% vakantiegeld en geen 13e maand. Haar werkgever reorganiseert en Maria wordt boventallig verklaard. Ze meldt zich op de eerste werkloosheidsdag bij het UWV. Hoe hoog is haar WW-uitkering en hoe lang ontvangt ze die?
Stap 1 — Dagloon berekenen: het jaarsalaris inclusief vakantiegeld is (€ 3.500 × 12) + 8% = € 42.000 + € 3.360 = € 45.360. Gedeeld door 261 werkdagen: € 45.360 ÷ 261 = € 173,79 dagloon. Dit ligt ruim onder het maximum van € 309,91, dus het volledige dagloon telt mee.
Stap 2 — Hoogte uitkering berekenen: de eerste twee maanden ontvangt Maria 75% × € 173,79 × 21,75 werkdagen = 75% × € 3.780 = € 2.835 bruto per maand. Vanaf maand drie daalt dit naar 70% × € 173,79 × 21,75 = 70% × € 3.780 = € 2.646 bruto per maand. Het verschil met haar oude salaris is aanzienlijk: in de eerste fase ontvangt ze 81% (inclusief vakantiegeld in grondslag), daarna 75,6% van haar netto-equivalent.
Stap 3 — Duur WW bepalen: Maria heeft een arbeidsverleden van 10 jaar. Ze heeft dus recht op 10 maanden WW. Inclusief de eerste twee maanden met 75%-tarief ontvangt ze in totaal 2 × € 2.835 + 8 × € 2.646 = € 5.670 + € 21.168 = € 26.838 bruto over de gehele WW-periode. Wil je de berekening voor jouw eigen situatie automatisch laten uitvoeren, gebruik dan de WW-uitkering-calculator op RekenmachinePro.
Stap 4 — Netto-uitkering schatten: WW is belastbaar inkomen in box 1. Loonheffing wordt ingehouden door het UWV. Op basis van het schijventarief en de van toepassing zijnde heffingskortingen houdt Maria netto circa € 2.050-€ 2.200 per maand over uit haar WW (afhankelijk van haar persoonlijke situatie). Combineer de WW-calculator met de bruto-naar-netto-calculator voor een nauwkeurige netto-schatting.
Bijverdienen tijdens WW: regels en limieten
Bijverdienen tijdens de WW is toegestaan en wordt zelfs gestimuleerd, maar er zijn strikte regels. Het doel is dat werken altijd lonend is ten opzichte van uitsluitend uitkering ontvangen. Het UWV hanteert hiervoor een specifieke aftrekregel die ervoor zorgt dat een deel van je bijverdiensten wordt ingehouden op de WW.
In de eerste twee maanden WW mag je bijverdienen zonder dat dit gevolgen heeft voor je uitkering. Dit is de zogenoemde vrijlatingsperiode: het UWV wil werklozen stimuleren om direct aan de slag te gaan, ook in deeltijd. Na deze twee maanden gaat de aftrekregel in: het UWV trekt 70% van je bijverdiensten af van je WW-uitkering. Dat klinkt hard, maar in de praktijk blijf je er altijd op vooruit: je houdt netto altijd 30% van elke bijverdiende euro bovenop je uitkering.
Concreet voorbeeld: Maria verdient in maand 3 van haar WW € 500 bruto per maand bij als freelancer. Haar WW van € 2.646 wordt verminderd met 70% × € 500 = € 350. Ze ontvangt dus € 2.296 WW + € 500 bijverdiensten = € 2.796 bruto totaal — € 150 meer dan alleen WW. Werkt ze meer uren dan bij de WW-aanvraag opgegeven beschikbare uren, dan kan ze ook worden afgemeld als WW-gerechtigde voor die uren.
Belangrijk: je bent verplicht alle bijverdiensten tijdig door te geven via het UWV-portaal (Mijn UWV). Te laat of niet opgeven kan leiden tot terugvordering en een boete. Het UWV controleert bijverdiensten steekproefsgewijs via de Belastingdienst. Verdien je zo veel bij dat je feitelijk niet meer werkloos bent, dan eindigt je WW-uitkering volledig. Wil je weten hoeveel je mag bijverdienen zonder je uitkering te verliezen, gebruik dan de bijverdienen-uitkering-calculator op RekenmachinePro.
Sollicitatieplicht en controle door het UWV
Als WW-gerechtigde ben je verplicht actief te zoeken naar werk. Dit heet de sollicitatieplicht. Het UWV stelt als eis dat je minimaal twee keer per week concreet solliciteert — dit kunnen zowel directe sollicitaties zijn als netwerkmomenten, inschrijvingen bij uitzendbureaus of het bezoeken van open sollicitatiedagen. Het bijhouden van een sollicitatiedagboek of overzicht is verstandig.
Iedere vier weken moet je via Mijn UWV opgeven hoeveel je hebt gesolliciteerd en of je bijverdiensten hebt gehad. Dit is de zogeheten werkbriefje-verplichting, tegenwoordig digitaal via de UWV-app of website. Het UWV kan steekproeven uitvoeren en je oproepen voor een gesprek om je sollicitatieactiviteiten toe te lichten. Kun je geen bewijs overleggen, dan riskeert je een maatregel: een tijdelijke verlaging of opschorting van de uitkering.
Het UWV beoordeelt ook of je passend werk accepteert. In de eerste zes maanden mag je werk weigeren dat duidelijk onder je niveau ligt; daarna wordt het begrip 'passend werk' breder en moet je in principe elk aanbod serieus overwegen. Wijs je herhaaldelijk redelijk passend werk af, dan kan het UWV je uitkering korten. De sancties variëren van een waarschuwing tot een verlaging van de uitkering met 25% gedurende vier weken bij een eerste overtreding, oplopend bij herhaling.
Naast de sollicitatieplicht geldt ook de informatieplicht: je moet het UWV direct informeren over wijzigingen in je situatie, zoals het starten van een onderneming, het accepteren van een deeltijdbaan of het vertrekken naar het buitenland. Vergeet je dit te melden, dan kan het UWV de ten onrechte uitbetaalde WW terugvorderen — inclusief een boete van maximaal 100% van het teruggevorderde bedrag bij opzet.
ZZP starten vanuit WW: de startersregeling
Wil je tijdens je WW een eigen onderneming starten? Dat is mogelijk dankzij de UWV-startersregeling. Deze regeling geeft je 26 weken de ruimte om als ZZP'er aan de slag te gaan, terwijl je WW-uitkering deels doorloopt. Dit is een aantrekkelijke optie voor werklozen die al langer een ondernemersidee hadden of die freelance werk hebben gevonden.
Hoe werkt de startersregeling precies? Je vraagt toestemming aan het UWV om te starten. Gedurende de startersperiode van 26 weken wordt het recht op WW 'bevroren': je WW-duur loopt niet door, maar je ontvangt ook geen uitkering zolang je als ondernemer actief bent. Je bent vrijgesteld van de sollicitatieplicht. Na de 26 weken heb je drie keuzes: je onderneming is winstgevend genoeg om zelfstandig voort te zetten, je keert terug naar de WW (met de nog resterende duur), of je beëindigt de WW definitief.
Aandachtspunt: de startersregeling is bedoeld voor een serieuze onderneming, niet voor schijnzelfstandigheid of het omzeilen van de bijverdienstregels. Het UWV beoordeelt of er sprake is van een reële onderneming op basis van criteria zoals inschrijving bij de KvK, het hebben van meerdere opdrachtgevers, een ondernemingsplan en voldoende omzet. Zorg dat je papieren op orde zijn voordat je toestemming aanvraagt. Meer over de financiële kant van ZZP-zijn lees je in onze gids over het zzp-uurtarief berekenen.
Naast de startersregeling bestaat er de mogelijkheid om als deeltijd-ZZP'er bij te verdienen terwijl je WW ontvangt — dan gelden de reguliere bijverdienstregels (70%-aftrek na de vrijlatingsperiode van twee maanden). De startersregeling is alleen zinvol als je je volledig op de onderneming wilt richten en de bijverdienstregels te beperkend zijn voor de opbouwfase van je bedrijf.
WW en belasting: wat je moet weten
De WW-uitkering is belastbaar inkomen in box 1. Het UWV houdt loonheffing in op de uitkering, op dezelfde manier als een werkgever dat doet bij salaris. Je ontvangt een jaaropgave van het UWV die je opneemt in de aangifte inkomstenbelasting. De ingehouden loonheffing is een voorheffing; bij de definitieve aanslag worden de heffingskortingen (arbeidskorting, algemene heffingskorting) verrekend.
Belangrijk verschil met salaris: over de WW ontvang je doorgaans een lagere arbeidskorting dan over loon uit dienstbetrekking, omdat de arbeidskorting bij uitkeringen lager is vastgesteld. Tegelijkertijd kun je de algemene heffingskorting volledig benutten als je geen of weinig ander inkomen hebt. Per saldo betaal je over de WW-uitkering effectief minder belasting dan over een vergelijkbaar salaris — maar dat compenseert de uitkeringsdaling slechts gedeeltelijk.
Tijdens de WW kun je ook recht hebben op toeslagen van de Belastingdienst. De zorgtoeslag is voor veel WW-gerechtigden direct van toepassing: jouw toetsingsinkomen daalt fors, waardoor de zorgtoeslag stijgt. Hetzelfde geldt voor de huurtoeslag als je een sociale huurwoning bewoont. Vraag toeslagen aan via de Belastingdienst direct nadat je WW ingaat — toeslagen worden maximaal 3 maanden met terugwerkende kracht toegekend. Heb je kinderen, vergeet dan ook de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget niet te checken.
Let op de middelingregel bij de aangifte: als je in het jaar van werkloosheid zowel salaris als WW hebt ontvangen, kan de totale belastingdruk over het jaar meevallen doordat het jaarinkomen lager uitvalt dan je maandelijkse belastingschijfindeling suggereert. De Belastingdienst rekent op jaarbasis. Gebruik de salaris-calculator 2026 om een schatting te maken van je totale belastingdruk over het overgangsjaar.
Veelgemaakte fouten bij de WW-aanvraag en uitkering
De eerste en meest ingrijpende fout is te laat aanvragen. De WW gaat in op de eerste werkloosheidsdag, maar je moet de aanvraag indienen uiterlijk een week na het intreden van de werkloosheid. Dien je later in, dan gaat de uitkering in op de aanvraagdatum — je verliest de tussenliggende periode definitief. Meld je daarom direct op de eerste werkloosheidsdag aan bij het UWV via uwv.nl, ook als je verwacht snel een nieuwe baan te vinden.
Een tweede veelvoorkomende fout is het ondertekenen van een vaststellingsovereenkomst zonder de formulering te controleren. Als in de VSO staat dat je zelf ontslag neemt of dat de reden van ontslag aan jou te wijten is, weigert het UWV de WW-aanvraag op grond van verwijtbare werkloosheid. Laat een VSO altijd controleren door een jurist of de vakbond vóórdat je tekent. De transitievergoeding en de WW staan volledig los van elkaar: je kunt beide tegelijkertijd ontvangen als de VSO correct is geformuleerd.
Vergeten bijverdiensten doorgeven is een derde veelgemaakte fout. Het UWV koppelt zijn systemen periodiek aan de Belastingdienst om inkomen te controleren. Bijverdiensten die je niet hebt opgegeven, worden achteraf gecorrigeerd — met rente en mogelijk een boete. Geef elk inkomen tijdig door via het digitale werkbriefje, ook als het om een klein bedrag gaat.
Tot slot overschatten mensen regelmatig hun recht op bijverdienen. De vrijlatingsperiode van twee maanden geldt per WW-periode, niet per werkgever of per jaar. Wie na een eerdere WW-periode opnieuw werkloos wordt, begint weliswaar een nieuwe WW-periode, maar behoudt een lager arbeidsverleden na aftrek van de eerder gebruikte maanden. Houd ook rekening met de AOW-leeftijd: WW eindigt automatisch als je de AOW-leeftijd bereikt, die in 2026 op 67 jaar ligt. Lees meer over de AOW-leeftijd en pensioen in onze gids over AOW-leeftijd en pensioenleeftijd.
Tot slot
De WW-uitkering in 2026 biedt een tijdelijk vangnet van 75% van het dagloon in de eerste twee maanden en 70% daarna, met een maximum dagloon van € 309,91. De duur is één maand per gewerkt jaar, met een maximum van 24 maanden. Om in aanmerking te komen, moet je voldoen aan de wekeneis (26 van 36 weken gewerkt) en bij voorkeur ook aan de jareneis voor de volledige uitkeringsduur.
Wees proactief: vraag WW aan op de eerste werkloosheidsdag, controleer je VSO op de juiste ontslagformulering, vraag direct toeslagen aan bij de Belastingdienst en geef alle bijverdiensten tijdig door via het UWV-portaal. Combineer de WW-uitkering-calculator met de bruto-naar-netto-calculator voor een volledig beeld van je financiële situatie tijdens de werkloosheidsperiode.
Sta je voor een ontslagsituatie en wil je weten wat je kunt verwachten? Gebruik de tools op RekenmachinePro om snel inzicht te krijgen in je uitkering, nettobedrag na belasting en de financiële impact van bijverdienen — zodat je goed voorbereid bent op de periode na je ontslag.
Bronnen
- UWV — WW-uitkering aanvragen en berekenen
- Rijksoverheid — Werkloosheidsuitkering (WW)
- Werkloosheidswet (WW) — wetten.overheid.nl
- Belastingdienst — Uitkering en belasting: loonheffing op WW
- Belastingdienst — Toeslagen bij lagere inkomsten
- UWV — Maximum dagloon en uitkeringsbedragen 2026
- Rechtspraak.nl — Jurisprudentie WW verwijtbare werkloosheid
Bijbehorende calculators
Lees ook
Bruto naar netto in 2026: zo bereken je je nettoloon
Wat houd je in 2026 echt over van je brutoloon? In deze gids zetten we de officiële cijfers uit het Belastingplan 2026 op een rij — schijven, heffingskortingen, sociale premies, pensioen en de 30%-regeling — en rekenen we twee complete voorbeelden uit, zodat je precies ziet hoe het bedrag op je loonstrook tot stand komt.
Vakantiegeld berekenen in 2026: complete gids (bruto, netto, part-time en Wajong)
Vakantiegeld is voor de meeste werknemers een welkom extraatje in mei of juni, maar hoe hoog is het precies, wanneer ontvang je het en waarom valt het nettobedrag vaak tegen? In deze gids leggen we de wettelijke regels voor 2026 uit, rekenen we concrete voorbeelden door voor voltijd, part-time en Wajong-ontvangers, en geven we praktische tips om je vakantiegeld zo slim mogelijk in te zetten.
AOW-leeftijd uitgelegd: wanneer ga jij met pensioen?
De AOW is voor de meeste Nederlanders het fundament van hun pensioen. Maar wanneer je hem precies krijgt — en hoe hoog hij is — verandert geregeld. In deze gids zetten we de huidige stand van zaken op een rij: welke AOW-leeftijd voor jouw geboortejaar geldt, hoeveel je in 2026 ontvangt, hoe het zit met doorwerken, eerder stoppen en het beruchte AOW-gat.
Laatst bijgewerkt: 17 juli 2026