Transitievergoeding berekenen in 2026: alles wat je moet weten
Bij ontslag heb je in Nederland recht op een transitievergoeding. Maar hoeveel is dat precies, wanneer heb je er recht op en wat hou je netto over na belasting? In deze gids leggen we de berekening stap voor stap uit, behandelen we het maximum van € 98.000 in 2026 en gaan we in op bijzondere situaties zoals tijdelijke contracten, ziekte en de onderhandelingen bij een vaststellingsovereenkomst.
Wat is een transitievergoeding?
Een transitievergoeding is een wettelijke ontslagvergoeding die de werkgever moet betalen wanneer hij de arbeidsovereenkomst beëindigt of niet verlengt. Het doel is tweeledig: compensatie voor het verlies van de baan en financiële ondersteuning bij de overgang naar nieuw werk (de 'transitie'). De regeling is vastgelegd in artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek en geldt voor vrijwel alle werknemers in Nederland, ongeacht de contractvorm.
Vóór de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) die op 1 januari 2020 in werking trad, had je pas recht op transitievergoeding na twee jaar dienstverband. Die drempel is per 2020 afgeschaft: je hebt nu recht op transitievergoeding vanaf de eerste dag van je dienstverband. Ook werknemers met een tijdelijk contract van een dag hebben er in principe recht op als de werkgever besluit het contract niet te verlengen. Dit is een van de meest ingrijpende wijzigingen in het ontslagrecht van de afgelopen decennia.
De transitievergoeding is nadrukkelijk bedoeld voor de werknemer en is niet hetzelfde als een ontslagvergoeding die partijen vrij kunnen afspreken. Bij een vaststellingsovereenkomst (VSO) kunnen werkgever en werknemer een hogere vergoeding overeenkomen dan de wettelijke transitievergoeding, maar de transitievergoeding vormt altijd het wettelijke minimum waarop de werknemer aanspraak kan maken.
Recht op transitievergoeding: wanneer wel en niet?
Je hebt recht op een transitievergoeding als de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigt. Dat omvat ontslag via het UWV of de kantonrechter, het niet verlengen van een tijdelijk contract op initiatief van de werkgever en ontslag na twee jaar ziekte. Ook als je zelf ontslag neemt wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever — de zogenoemde ontslagname op staande voet door de werknemer — heb je recht op een transitievergoeding.
Er zijn situaties waarin je géén recht hebt. Je hebt geen recht als je zelf ontslag neemt zonder dat sprake is van ernstig verwijtbaar werkgeversgedrag: het initiatief om te vertrekken ligt dan volledig bij jou. Ook vervalt het recht als je zelf ernstig verwijtbaar hebt gehandeld, zoals fraude of grove verwaarlozing van plichten. De rechter kan in dat laatste geval de transitievergoeding geheel of gedeeltelijk toekennen als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, maar dat is uitzonderlijk. Verder hoef je bij het bereiken van de AOW-leeftijd geen transitievergoeding te betalen: een dienstverband eindigt van rechtswege en er is geen sprake van ontslag door de werkgever.
Bijzondere aandacht verdient het ontslag met wederzijds goedvinden via een VSO. Hierbij spreken werkgever en werknemer samen af hoe het dienstverband eindigt. De transitievergoeding is daarbij het wettelijke minimumvertrekpunt, maar partijen zijn vrij om een hogere vergoeding overeen te komen. Laat een VSO altijd controleren door een jurist of vakbond voordat je tekent: je geeft je recht om de ontbinding aan te vechten op dat moment doorgaans op. Naast de transitievergoeding heb je bij ontslag ook recht op uitbetaling van opgebouwd vakantiegeld — vergeet dit niet mee te nemen in de onderhandelingen.
Hoe bereken je de transitievergoeding 2026?
De wettelijke formule is: 1/3 bruto maandsalaris voor elk volledig of gedeeltelijk gewerkt jaar. Partiële jaren worden pro rata berekend: wie 2 jaar en 4 maanden heeft gewerkt, krijgt (2 + 4/12) × 1/3 maandsalaris. Er is geen minimum dienstjaar meer vereist; ook een contract van drie maanden levert een transitievergoeding op van (3/12) × 1/3 maandsalaris.
Het bruto maandsalaris voor de berekening is ruimer dan alleen het vaste loon. Je neemt mee: het vaste bruto maandloon, vaste overeengekomen toeslagen (ploegendienst, onregelmatigheid), 1/12 van een eventuele 13e maand of jaarlijkse bonus, en 1/12 van het vakantiegeld (8% × maandloon / 12). Variabele bonussen die niet contractueel zijn gegarandeerd tellen doorgaans niet mee tenzij de rechter anders oordeelt op basis van de omstandigheden.
Vier concrete voorbeelden voor 2026 illustreren de schaal: een werknemer met € 2.500 bruto per maand en 2 jaar dienst ontvangt 2 × (1/3 × € 2.500) = € 1.667 bruto. Bij € 3.500 per maand en 5 jaar dienst is dat 5 × (1/3 × € 3.500) = € 5.833 bruto. Bij € 5.000 per maand en 10 jaar dienst wordt dat 10 × (1/3 × € 5.000) = € 16.667 bruto. En bij € 7.500 per maand en 25 jaar dienst kom je uit op 25 × (1/3 × € 7.500) = € 62.500 bruto. Gebruik de transitievergoeding-calculator op RekenmachinePro om het precieze bedrag voor jouw situatie te berekenen, inclusief partiële jaren.
Maximum transitievergoeding 2026: € 98.000
De transitievergoeding is in 2026 wettelijk gemaximeerd op € 98.000 bruto. Dit maximum wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van de contractlonen. Voor werknemers wier jaarsalaris hoger is dan € 98.000, geldt een afwijkende regel: het maximum is dan niet € 98.000 maar één jaarsalaris, als dat hoger uitkomt. Dit beschermt hooggekwalificeerde werknemers met een hoog salaris, bij wie een jaar loon de ontslagpijn adequater dekt dan het absolute maximum.
In de praktijk bereiken de meeste werknemers het maximum pas bij een langdurig dienstverband en een bovengemiddeld salaris. Een werknemer die € 5.000 per maand verdient, bereikt het plafond na 58 jaar (5.000/3 × 58 ≈ € 96.667, na 59 jaar > € 98.000). In de praktijk treedt bij hoge salarissen het alternatieve maximum van één jaarsalaris al eerder in werking. Voor een werknemer die € 10.000 per maand verdient, is het maximum € 120.000 per jaar, maar de transitievergoeding is gemaximeerd op het lagere van € 98.000 of één jaarsalaris — bij € 10.000/mnd is dat € 120.000, zodat hier het absolute plafond van € 98.000 geldt.
Denk je dat je in de buurt van het maximum zit? De transitievergoeding-calculator berekent automatisch welk maximum van toepassing is op jouw combinatie van salaris en dienstjaren, zodat je niet handmatig hoeft te vergelijken.
Transitievergoeding bruto vs netto: hoeveel hou je over?
De transitievergoeding is belast als bijzondere beloning. Dat betekent dat de werkgever loonbelasting inhoudt via de tabel bijzondere beloningen, op dezelfde manier als bij vakantiegeld of een bonus. Het effectieve tarief hangt af van je jaarinkomen inclusief de transitievergoeding en bedraagt in de meeste gevallen 35% tot 49%. Bij hogere vergoedingen die de bovengrens van schijf 2 (€ 78.426) overstijgen, gaat een deel van de vergoeding zelfs tegen 49,50% tarief.
Een praktisch voorbeeld: een werknemer met een maandsalaris van € 3.500 en 6 jaar dienst ontvangt 6 × (1/3 × € 3.750 inclusief vakantiegeld-component) ≈ € 7.500 bruto transitievergoeding. Zijn reguliere jaarloon van € 42.000 valt in schijf 1 en 2. De transitievergoeding wordt belast als bijzondere beloning: het effectieve tarief komt hier op circa 40-45%, waardoor hij netto € 4.100 tot € 4.500 overhoudt. Bij een bruto transitievergoeding van € 6.930 — het bedrag dat in de wetsgeschiedenis als referentiepunt wordt gehanteerd — hou je netto ruwweg € 4.200 tot € 4.600 over, afhankelijk van je totale jaarloon.
Belang van de aangifte: de inhouding bij uitbetaling is een voorheffing. Als je na ontslag geen of minder inkomen hebt in de resterende maanden van het belastingjaar, kan je belastbare jaarinkomen lager uitvallen dan waarmee de bijzondere beloningstabel rekening hield. In dat geval krijg je bij de aangifte inkomstenbelasting geld terug. Combineer de transitievergoeding-calculator met de bruto-naar-netto-calculator om een realistische schatting te maken van je netto-ontvangst over het hele ontslagjaar.
Transitievergoeding bij tijdelijk contract
Werknemers met een tijdelijk contract hebben recht op transitievergoeding als de werkgever het contract niet verlengt. Dit geldt ongeacht de duur van het contract: ook een proefperiode van twee maanden die niet wordt omgezet in een vast contract, geeft recht op een vergoeding. Dat is een fundamentele wijziging ten opzichte van de situatie voor 2020, toen je twee jaar in dienst moest zijn geweest.
Voor oproepkrachten en mensen met een nul-urencontract is de berekening van het maandsalaris iets complexer. Het UWV hanteert hier een gemiddeld loon over de twaalf maanden voorafgaand aan het einde van het contract als grondslag, of over de hele contractduur als het contract korter dan een jaar heeft geduurd. Dit gemiddelde vormt dan het 'maandsalaris' in de 1/3-formule.
Werkgevers in sectoren met veel tijdelijk personeel — zoals de horeca, het onderwijs en de agrarische sector — merken de financiële impact van de bredere transitievergoedingsplicht. Dat heeft in sommige cao's geleid tot een sectorale reserveringsregeling waarbij werkgevers periodiek bijdragen in een fonds. Controleer je cao om te zien of een dergelijke regeling bestaat en wat dat betekent voor de manier waarop jouw vergoeding wordt berekend en uitbetaald.
Transitievergoeding bij ziekte
Na twee jaar arbeidsongeschiktheid mag de werkgever het dienstverband beëindigen, ook als de werknemer nog steeds ziek is. In dat geval heeft de werknemer recht op een transitievergoeding, berekend over de volledige dienstverband-duur inclusief de twee ziektejaren. De zieke werknemer krijgt dus een vergoeding voor de jaren dat hij niet of nauwelijks geproduceerd heeft — wat werkgevers als onrechtvaardig ervoeren.
Om dit te compenseren heeft de wetgever per 1 april 2020 een compensatieregeling ingevoerd: werkgevers kunnen de betaalde transitievergoeding na twee jaar ziekte terugkrijgen van het UWV. De compensatie is gemaximeerd op het bedrag dat verschuldigd zou zijn geweest op de dag dat de werknemer twee jaar ziek werd, én op het totaalbedrag aan loon dat de werkgever tijdens de ziekteperiode heeft doorbetaald. Werkgevers moeten de aanvraag indienen via het UWV-portaal binnen zes maanden na betaling van de vergoeding.
Voor de werknemer verandert er niets in het recht op de vergoeding: die ontvangt gewoon de wettelijke transitievergoeding bij beëindiging na twee jaar ziekte. De financiering van die vergoeding is een zaak tussen werkgever en UWV. Wil je weten hoe hoog de vergoeding is bij ontslag na ziekte, gebruik dan de transitievergoeding-calculator met de volledige diensttijd inclusief de ziekteperiode.
Onderhandelen bij ontslag: transitievergoeding vs vaststellingsovereenkomst
De transitievergoeding is het wettelijke minimum, maar bij een vaststellingsovereenkomst (VSO) is er ruimte om meer te bedingen. Werkgevers zijn soms bereid een hogere vergoeding aan te bieden om een snelle en geruisloze beëindiging te bereiken, zonder gang naar rechter of UWV. Een VSO biedt ook de kans om andere zaken te regelen, zoals een langere opzegtermijn, outplacementbegeleiding, medewerking aan referenties of een concurrentiebeding dat vervalt.
Het onderhandelingsresultaat hangt af van de sterkte van de rechtspositie van beide partijen. Als de werkgever een dossier heeft opgebouwd of de UWV-procedure minder risico voor hem heeft, is zijn onderhandelingsruimte groter en zal hij minder snel boven de transitievergoeding uitkomen. Als de werkgever moeite heeft met het aantonen van een geldig ontslaggrond, is de kans op een hogere vergoeding groter. Een arbeidsrechtadvocaat of vakbondsondersteuning kan hier het verschil maken.
Een praktisch aandachtspunt bij de VSO: controleer altijd of de VSO recht geeft op WW. Als in de VSO staat dat je zelf ontslag neemt of dat ontslag te wijten is aan eigen gedrag, verlies je je recht op WW. De formulering moet neutralen zijn: ontslag op initiatief van de werkgever, wegens bedrijfseconomische redenen of reorganisatie. Het UWV beoordeelt dit kritisch. Zorg ook dat de einddatum van de VSO overeenkomt met de wettelijke opzegtermijn — een kortere einddatum kan eveneens leiden tot afwijzing van de WW-aanvraag.
Tot slot
De transitievergoeding in 2026 bedraagt 1/3 bruto maandsalaris per gewerkt jaar, met een maximum van € 98.000 bruto (of één jaarsalaris als dat hoger is). Het recht bestaat vanaf de eerste werkdag, geldt ook bij tijdelijke contracten en na twee jaar ziekte, en vervalt alleen bij eigen initiatief of ernstig verwijtbaar gedrag. Netto hou je na belasting doorgaans 55-65% van het brutobedrag over, afhankelijk van je totale jaarinkomen in het ontslagjaar.
Bereken je exacte vergoeding met de transitievergoeding-calculator op RekenmachinePro: vul je bruto maandsalaris inclusief vaste toeslagen en het 1/12-deel van vakantiegeld en eventuele 13e maand in, en geef de startdatum en einddatum van het dienstverband op. Wil je weten wat je netto overhoudt, combineer dan de berekening met de bruto-naar-netto-calculator. Sta je voor onderhandelingen over een VSO, laat je dan altijd bijstaan door een jurist — de transitievergoeding is het minimum, niet het maximum.
Bronnen
- Burgerlijk Wetboek art. 7:673 — Transitievergoeding
- Rijksoverheid — Transitievergoeding bij ontslag
- UWV — Compensatie transitievergoeding na langdurige ziekte
- Belastingdienst — Tabel bijzondere beloningen 2026
- Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) — Memorie van toelichting
- Rijksoverheid — Maximum transitievergoeding 2026
Bijbehorende calculators
Lees ook
Bruto naar netto in 2026: zo bereken je je nettoloon
Wat houd je in 2026 echt over van je brutoloon? In deze gids zetten we de officiële cijfers uit het Belastingplan 2026 op een rij — schijven, heffingskortingen, sociale premies, pensioen en de 30%-regeling — en rekenen we twee complete voorbeelden uit, zodat je precies ziet hoe het bedrag op je loonstrook tot stand komt.
Vakantiegeld berekenen in 2026: complete gids (bruto, netto, part-time en Wajong)
Vakantiegeld is voor de meeste werknemers een welkom extraatje in mei of juni, maar hoe hoog is het precies, wanneer ontvang je het en waarom valt het nettobedrag vaak tegen? In deze gids leggen we de wettelijke regels voor 2026 uit, rekenen we concrete voorbeelden door voor voltijd, part-time en Wajong-ontvangers, en geven we praktische tips om je vakantiegeld zo slim mogelijk in te zetten.
Laatst bijgewerkt: 19 april 2026