Kabeldoorsnede berekenen
Bepaal de juiste kabeldikte (mm²) voor elke installatie — 1-fase of 3-fase, op basis van stroom, lengte en spanningsverlies.
Samengesteld en gecontroleerd door de RekenmachinePro-redactie.
Een te dunne kabel kiezen is gevaarlijk: de kabel wordt heet, het spanningsverlies is te groot en in het ergste geval ontstaat brand. Een te dikke kabel is veilig maar duur. Met deze gratis kabeldoorsnede calculator bereken je direct de minimale koperen kabeldoorsnede (in mm²) voor 1-fase of 3-fase installaties, op basis van de stroom, de kabellengte en het maximaal toegestane spanningsverlies. De formule volgt de klassieke elektrotechnische berekening met koper als geleider (γ = 56) en rondt automatisch af naar de eerstvolgende standaardmaat.
Waarom is de juiste kabeldoorsnede cruciaal?
Een elektrische kabel heeft weerstand. Hoe dunner de kabel en hoe langer het traject, hoe meer spanning er onderweg verloren gaat. Bij te veel spanningsverlies functioneren apparaten slecht (motoren trekken meer stroom, LED's flikkeren), warmt de kabel ongezond op en wordt het installatierendement slecht.
Volgens de Nederlandse NEN 1010 is het maximaal toegestane spanningsverlies in verlichtingskringen 3% en in krachtkringen 5%. In de praktijk houden veel installateurs 2–3% aan voor een degelijke installatie.
De formule
Voor een enkelfasige installatie: A = (2 × L × I × cosφ) ÷ (γ × ΔU). Voor een driefasige installatie vervang je de factor 2 door √3 (≈ 1,732).
Waarbij A de doorsnede in mm² is, L de kabellengte in meter, I de stroom in ampère, γ de geleidbaarheid van koper (56 S·m/mm²) en ΔU het toegestane spanningsverlies in volt (percentage × voedingsspanning). Cosφ (arbeidsfactor) is voor resistieve belastingen 1; voor motoren vaak 0,8.
Standaard koperkabelmaten
Kopercabels worden verkocht in vaste doorsneden. Deze calculator berekent eerst de theoretische minimum-doorsnede en rondt vervolgens af naar de eerstvolgende standaardmaat hierboven.
| Doorsnede | Typisch gebruik | Max. belasting (bij benadering) |
|---|---|---|
| 1,5 mm² | Verlichting | 16 A |
| 2,5 mm² | Stopcontactgroepen | 20 A |
| 4 mm² | Zware stopcontactgroepen, kookplaten | 25 A |
| 6 mm² | Fornuis, boiler | 32 A |
| 10 mm² | Laadpalen, krachtgroepen | 40–50 A |
| 16 mm² | Hoofdaansluiting particulier | 63 A |
| 25 mm² en hoger | Bedrijfsinstallaties, zware industrie | 80 A en hoger |
Praktijkvoorbeelden
Een paar typische scenario's en welke kabeldoorsnede daar minimaal bij hoort.
| Scenario | Stroom | Lengte | Fase | Theoretisch min | Standaard |
|---|---|---|---|---|---|
| Stopcontactgroep | 16 A | 20 m | 1-fase 230V | 1,66 mm² | 2,5 mm² |
| Stopcontactgroep | 16 A | 20 m | 3-fase 400V | 0,82 mm² | 1 mm² |
| Tuinhuis verlichting | 6 A | 30 m | 1-fase | 0,47 mm² | 1,5 mm² |
| Elektrische kookplaat | 32 A | 10 m | 3-fase | 0,82 mm² | 1 mm² |
| Werkplaats buiten | 25 A | 50 m | 3-fase | 3,22 mm² | 4 mm² |
1-fase of 3-fase: wat maakt het uit?
Bij 1-fase loopt de stroom via één fasedraad (L1) heen en via de nul terug — de kabel telt dus tweemaal. Bij 3-fase verdeelt de stroom zich over drie fasedraden en is de effectieve lengte korter, waardoor je bij dezelfde belasting een dunnere kabel nodig hebt.
Voor zware toepassingen (laadpaal, warmtepomp, werkplaats) is 3-fase vrijwel altijd beter: minder spanningsverlies en hogere betrouwbaarheid. Bij lichtere toepassingen (stopcontacten, verlichting) volstaat 1-fase.
Veiligheid en wetgeving
Let op: deze calculator berekent het theoretische minimum op basis van spanningsverlies. In de praktijk spelen ook andere factoren mee, zoals de beveiliging (zekeringwaarde), omgevingstemperatuur, legmethode en het aantal kabels dat naast elkaar ligt. Voor vaste installaties in een woning of bedrijfspand geldt de NEN 1010 en moet een gediplomeerde installateur het werk uitvoeren en keuren.
Formule
A (mm²) = (f × L × I) ÷ (γ × ΔU) f = 2 (1-fase) of √3 (3-fase), γ = 56 (koper), ΔU = U × %/100
Voorbeelden
- 16A, 20m, 1-fase, 3% verlies2,5 mm² (theoretisch 1,66)
- 16A, 20m, 3-fase, 3% verlies1 mm² (theoretisch 0,82)
- 32A, 10m, 3-fase, 3% verlies1 mm² (theoretisch 0,82)
- 25A, 50m, 3-fase, 3% verlies4 mm² (theoretisch 3,22)
- 10A, 40m, 1-fase, 5% verlies1,5 mm² (theoretisch 1,24)
Veelgestelde vragen
Waarom koper en niet aluminium?
Wat is een veilig percentage spanningsverlies?
Telt de retourdraad ook mee?
Kan ik deze berekening ook gebruiken voor zonnepanelen?
Welke cosφ moet ik kiezen?
Moet ik een installateur inschakelen?
Waar komt die factor 56 vandaan?
Wat gebeurt er als ik een te dunne kabel kies?
Gerelateerde tools
Uitgelichte artikelen
Alle artikelenGas m³ naar kWh omrekenen: hoeveel energie zit er in een kuub gas?
Eén kuub aardgas bevat 9,769 kWh aan energie. Dat is de rekenfactor waarmee heel energieleverend Nederland werkt — en waarmee je je gasverbruik in één keer vergelijkbaar maakt met je stroomverbruik. Handig, want je gasmeter telt in m³ en je stroommeter in kWh, en zolang je die twee niet op dezelfde noemer krijgt, kun je niet zien waar je energie én je geld werkelijk heen gaan. In deze gids reken je m³ om naar kWh en MJ, zie je waar dat vreemde getal 9,769 vandaan komt, en — belangrijker — waarom een kWh uit gas en een kWh uit stroom géén gelijkwaardige dingen zijn. Precies dát verschil bepaalt of een warmtepomp voor jou goedkoper uitpakt.
Wat kost 1 kWh stroom in 2026? Prijs, opbouw en rekenvoorbeelden
Eén kilowattuur stroom kost in 2026 gemiddeld ongeveer € 0,26 all-in — dat is inclusief energiebelasting en btw. Afhankelijk van je leverancier en contractvorm betaal je in de praktijk tussen de € 0,24 en € 0,31 per kWh; begin 2026 lag het gemiddelde rond € 0,24 tot € 0,26. In dit artikel zie je precies waar die prijs uit is opgebouwd, wat je verbruik per jaar kost bij 1.000, 2.500 en 3.500 kWh, en hoe je contractkeuze je kWh-prijs beïnvloedt. Wil je direct rekenen met je eigen tarief? Gebruik dan de kWh naar euro calculator.
Energiecontract vast of variabel 2026: welke past bij jouw verbruik?
Begin 2026 is de Nederlandse energiemarkt grotendeels gestabiliseerd na de turbulente jaren 2022-2024, maar de keuze tussen een vast en variabel energiecontract blijft een dilemma. Een vast contract geeft je 1, 2 of 3 jaar prijszekerheid — voor ongeveer 1 tot 3 cent per kWh premie. Een variabel contract is gemiddeld goedkoper maar past zich elk half jaar of kwartaal aan de markt aan. Welke keuze het beste past hangt af van je verbruik, je risicobereidheid en je verwachting van de markt. In deze gids vind je de actuele 2026-cijfers, vier praktische profielen en een stappenplan om de juiste keuze te maken.
Laatst bijgewerkt: 10 april 2026