Uren berekenen voor je urenregistratie: pauze, nachtdienst en de wet
Gewerkte uren bereken je door de eindtijd min de begintijd te nemen en daar de pauze van af te trekken: pauze is geen arbeidstijd. Reken daarna om naar decimale uren, want 7:20 is 7,33 uur en niet 7,20. Vanaf 5,5 uur dienst is minimaal 30 minuten pauze verplicht.
Je urentotaal aan het eind van de week is zelden een kwestie van simpel optellen. Er zit een pauze in die er wettelijk uit moet, er staat misschien een dienst tussen die om 23:00 begint en om 07:00 eindigt, en zodra je het totaal in je urenregistratie zet moet het van de klok naar een decimaal getal — precies de stap waar de meeste fouten ontstaan. Deze gids loopt de vier plekken langs waar een urentotaal misgaat, met de regels uit de Arbeidstijdenwet erbij zoals die er letterlijk staan.
Wat telt als arbeidstijd — en wat er dus uit moet
De Arbeidstijdenwet definieert pauze in artikel 1:7 als een periode van ten minste 15 achtereenvolgende minuten waarmee de arbeid tijdens de dienst wordt onderbroken en waarin de werknemer geen enkele verplichting heeft ten aanzien van de bedongen arbeid. Die definitie doet twee dingen tegelijk, en allebei zijn ze relevant voor je optelsom.
Ten eerste: een onderbreking van tien minuten is wettelijk geen pauze. Je haalt hem dus niet van je arbeidstijd af — die tien minuten tellen gewoon mee als gewerkte tijd. Een werkgever die drie koffiemomenten van tien minuten van je dagtotaal aftrekt, trekt een half uur af dat volgens de wet geen pauze was.
Ten tweede: de voorwaarde 'geen enkele verplichting' is streng. Een lunchpauze waarin je de telefoon moet aannemen, of een pauze waarin je op de zaak moet blijven omdat je kunt worden opgeroepen, voldoet niet aan de definitie. Dan is het geen pauze maar arbeidstijd, en hoort die tijd in je urentotaal thuis.
Het rekenwerk zelf is daarna eenvoudig: eindtijd min begintijd, min de pauzes die aan de definitie voldoen. Dat is precies de som die de tijdcalculator voor je doet als je de regels onder elkaar zet.
Hoeveel pauze er verplicht van je dienst af gaat
Artikel 5:4 van de Arbeidstijdenwet zet er harde grenzen op, en die verschillen per lengte van de dienst. Voor werknemers van 18 jaar of ouder geldt: wie meer dan 5,5 uur per dienst werkt, krijgt minimaal 30 minuten pauze, die gesplitst mag worden in blokken van elk minimaal 15 minuten. Wie meer dan 10 uur per dienst werkt, krijgt minimaal 45 minuten, opnieuw in blokken van minimaal 15 minuten.
Voor jeugdige werknemers — onder de 18 — ligt de drempel lager: daar begint de verplichting al bij meer dan 4,5 uur arbeid per dienst, ook met minimaal 30 minuten.
Er is één afwijking, en het is er een waar veel mensen mee te maken hebben. Lid 3 van hetzelfde artikel staat toe dat bij collectieve regeling — in de praktijk je cao — van de hoofdregel wordt afgeweken, maar met een ondergrens: bij een dienst van meer dan 5,5 uur moet de pauze dan nog altijd minimaal 15 minuten zijn. Elke afspraak die daar op een andere manier van afwijkt is volgens de wettekst nietig.
Voor je urenregistratie betekent dit dat je eerst je cao moet raadplegen voordat je weet hoeveel er van je bruto dienstduur af gaat. De wet geeft je de bodem, niet het bedrag.
Van de klok naar decimale uren: waarom 7:20 geen 7,20 is
Dit is de fout die het vaakst geld kost, en hij is volledig onzichtbaar zolang je alleen naar de klok kijkt. Een urenregistratie of salarisadministratie rekent in decimale uren, en een klok rekent in zestigtallen. Die twee lopen alleen gelijk op het hele uur.
De omrekening is delen door 60, niet de komma verplaatsen. 7 uur en 20 minuten is 20 ÷ 60 = 0,33, dus 7,33 uur. Wie 7,20 invult, schrijft zichzelf 0,13 uur per dag te weinig toe. Over een werkweek van vijf van zulke dagen is dat ruim een half uur dat verdwijnt zonder dat iemand het opmerkt.
Het gaat ook de andere kant op mis. 7,5 uur in een systeem is 7 uur en 30 minuten op de klok, niet 7 uur en 50. En 6,25 uur is 6:15, want 0,25 × 60 = 15 minuten. De veelvoorkomende waarden zijn het onthouden waard: 0,25 uur is een kwartier, 0,33 uur is 20 minuten, 0,5 uur is een half uur en 0,75 uur is drie kwartier.
Wanneer merk je het verschil? Zodra je je urentotaal vermenigvuldigt met een uurtarief of uurloon. Bij het wettelijk minimumuurloon van € 14,99 voor 21 jaar en ouder scheelt die ene verkeerd genoteerde dag van 7:20 al bijna twee euro — en dat elke dag opnieuw.
Diensten die over middernacht heen lopen
Een dienst van 23:00 tot 07:00 levert bij naïef aftrekken een negatieve uitkomst op: 7 min 23 is min 16. De oplossing is de eindtijd 24 uur op te hogen wanneer die vóór de begintijd ligt — 07:00 wordt dan 31:00, en 31 min 23 geeft de 8 uur die je werkelijk hebt gewerkt. De tijdcalculator doet dat automatisch zodra je de tijden als losse regels invoert.
Zo'n dienst heeft bovendien een eigen naam in de wet. De Arbeidstijdenwet noemt in artikel 1:7 een nachtdienst: een dienst waarin meer dan een uur arbeid wordt verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur. Dat is een scherpe grens en geen gevoelskwestie. Een dienst tot 01:00 is een nachtdienst; een dienst tot 00.30 uur is dat niet, want dan werk je maar een half uur in het venster.
Waarom dat uitmaakt voor je administratie: aan de kwalificatie nachtdienst hangen eigen maximumtijden en rusttijden, en veel cao's koppelen er een onregelmatigheidstoeslag aan. Als je uren over middernacht heen lopen, is de vraag dus niet alleen hoeveel uur je hebt gewerkt, maar ook hoeveel daarvan in het venster van 00.00 tot 06.00 uur viel.
Let er ten slotte op dat een dienst volgens diezelfde wet de periode is tussen twee opeenvolgende onafgebroken rusttijden van ten minste 8 uur. Twee blokken werk met vier uur ertussen zijn samen één dienst, geen twee — ook voor de pauzeregels hierboven.
De grenzen waar je urentotaal tegenaan loopt
Artikel 5:7 zet drie maxima op de arbeidstijd van een werknemer van 18 jaar of ouder, en ze gelden naast elkaar: ten hoogste 12 uur per dienst, ten hoogste 60 uur per week, en gemiddeld ten hoogste 48 uur per week in elke periode van 16 aaneengesloten weken.
Daar komt een vierde bij die vaker knelt dan de andere drie: gemiddeld ten hoogste 55 uur per week in elke periode van 4 aaneengesloten weken. Van juist die grens mag bij collectieve regeling worden afgeweken, mits de 12 uur per dienst en de 60 uur per week overeind blijven.
Voor jeugdige werknemers liggen alle grenzen lager: 9 uur per dienst, 45 uur per week en gemiddeld 40 uur per week in elke periode van 4 aaneengesloten weken.
Dit zijn de getallen om tegenaan te houden zodra je een periodetotaal berekent. Een week van 58 uur is op zichzelf toegestaan; vier van zulke weken achter elkaar niet, want dan kom je boven het gemiddelde van 55 uit.
Je werkgever moet je uren bijhouden — en jij mag ze narekenen
Artikel 4:3 van de Arbeidstijdenwet legt de verplichting eenduidig bij de werkgever: die voert een deugdelijke registratie ter zake van de arbeids- en rusttijden die het toezicht op de naleving van de wet mogelijk maakt. Er staat geen vorm voorgeschreven in de wet zelf — een prikklok, een app en een spreadsheet zijn alle drie toegestaan — maar de registratie moet controleerbaar zijn.
Dat is precies waarom je eigen optelling waarde heeft. Wie zijn begin- en eindtijden per dag noteert en de pauzes apart bijhoudt, heeft bij een verschil van mening iets om naast de registratie van de werkgever te leggen. Zonder eigen aantekeningen sta je met lege handen, want de wet verplicht jou tot niets.
Houd je aantekeningen zo dicht mogelijk bij de bron: de werkelijke begintijd en eindtijd, en de pauzes als losse regels met hun eigen duur. Een dagtotaal dat je achteraf uit je hoofd reconstrueert is geen tegenbewijs. Vier losse regels die optellen tot dat totaal wel.
Veelgestelde vragen over uren berekenen
Moet ik mijn pauze van mijn gewerkte uren aftrekken? Ja. Pauze is volgens de Arbeidstijdenwet geen arbeidstijd, dus hij hoort niet in je urentotaal en wordt in de regel ook niet uitbetaald. Wat je cao daarover afspreekt kan gunstiger zijn: sommige cao's kennen een betaalde pauze, maar dat is een afspraak bovenop de wet en geen hoofdregel.
Tellen korte onderbrekingen van vijf of tien minuten mee als werktijd? Ja. De wet noemt pas iets een pauze vanaf 15 achtereenvolgende minuten. Alles korter dan dat is arbeidstijd en hoort in je totaal, ook als je in die minuten koffie hebt gehaald.
Hoe reken ik 7 uur en 45 minuten om naar decimale uren? Deel de minuten door 60 en tel ze bij de uren op: 45 ÷ 60 = 0,75, dus 7,75 uur. Verschuif nooit de komma — 7,45 zou 7 uur en 27 minuten betekenen.
Hoe lang moet mijn werkgever de urenregistratie bewaren? De Arbeidstijdenwet schrijft in artikel 4:3 een deugdelijke registratie voor die toezicht mogelijk maakt, maar noemt zelf geen bewaartermijn; die volgt uit de regels die op basis van dat artikel zijn gesteld. Vraag er bij twijfel naar bij de Nederlandse Arbeidsinspectie, die op naleving toeziet.
Wat als mijn dienst om 22:00 begint en om 06:00 eindigt? Tel de eindtijd op bij 24 uur voordat je aftrekt: 30 min 22 is 8 uur. Deze dienst is bovendien een nachtdienst, want er wordt meer dan een uur gewerkt tussen 00.00 en 06.00 uur.
Tot slot
Een urentotaal dat klopt bestaat uit drie stappen die elk hun eigen valkuil hebben: haal de pauzes eruit die volgens de wet pauze zijn, tel diensten die over middernacht lopen op via de 24-uursophoging, en reken het eindresultaat om naar decimale uren door de minuten door 60 te delen. Die laatste stap is de stilste — 7:20 dat als 7,20 wordt genoteerd verdwijnt zonder foutmelding en zonder dat iemand het merkt.
De wettelijke grenzen eromheen zijn het waard om te kennen, ook als je alleen je eigen uren bijhoudt: 30 minuten pauze vanaf 5,5 uur, 45 minuten vanaf 10 uur, en maxima van 12 uur per dienst en 60 uur per week. Zet je uren als losse regels in de tijdcalculator, dan houd je het totaal en de onderbouwing bij elkaar.
Bronnen
Bijbehorende calculators
Lees ook
Overuren berekenen bruto en netto: de complete gids (2026)
Overuren maken kan lonend zijn, maar hoeveel je er netto aan overhoudt hangt af van je uurloon, de toeslag in je cao en het belastingtarief dat op uw inkomen van toepassing is. In deze gids leggen we stap voor stap uit hoe overuren officieel worden gedefinieerd, welke vergoedingen gangbaar zijn per sector, hoe u bruto overuren berekent en wat er na belasting van overblijft — inclusief de actuele schijven van 2026.
Netto uurloon berekenen: van bruto naar netto per uur (2026)
Wat verdien je nu écht per uur? In deze gids reken je stap voor stap van je maandsalaris naar je bruto uurloon en vervolgens naar je netto uurloon in 2026 — inclusief loonheffing, heffingskortingen, vakantiegeld en het minimumuurloon.
Uurloon bij 36, 38 of 40 uur: waarom korter werken meer per uur oplevert
Twee collega's verdienen precies €3.000 bruto per maand. De één werkt 36 uur, de ander 40 uur. Wie heeft het hogere uurloon? De meeste mensen gokken 'even hoog', maar dat klopt niet: bij hetzelfde maandsalaris levert een kortere werkweek een hoger uurloon op. In deze gids leggen we uit waarom dat zo is, rekenen we het per uur voor je uit en laten we zien waarom dit ertoe doet als je contracten vergelijkt of over je uren onderhandelt.
Weekloon of 4-wekenloon omrekenen naar maandsalaris en uurloon
Werk je bij een uitzendbureau, in de retail of de horeca? Dan is de kans groot dat je loon niet per maand, maar per week of per 4 weken wordt uitbetaald. Handig voor de administratie, maar lastig als je je inkomen wilt vergelijken met een maandsalaris of wilt weten wat je per uur verdient. In deze gids reken je in drie stappen je weekloon om naar een maandsalaris en een uurloon — met concrete voorbeelden, zoals € 600 per week dat neerkomt op € 2.600 per maand en € 15,00 per uur.
Laatst bijgewerkt: 8 september 2026