Box 3 belasting berekenen
Bereken je vermogensrendementsheffing in box 3 voor belastingjaar 2025 of 2026, inclusief banktegoeden, beleggingen en schulden.
Box 3 is de belasting op vermogen — sparen, beleggingen, een tweede huis. In Nederland werkt dit (nog) volgens een 'forfaitair' systeem: de Belastingdienst neemt aan dat je een bepaald rendement haalt op je vermogen, en heft daar belasting over. Hoe hoog dat fictieve rendement is, hangt af van het type vermogen: voor banktegoeden geldt een laag percentage (gebaseerd op gemiddelde spaarrentes), voor beleggingen en vastgoed een hoog percentage. Met deze calculator zie je in seconden hoeveel je verschuldigd bent voor de aangifte over 2025 (deadline 1 mei 2026), of voor een schatting van je 2026-aanslag.
Wat is box 3 precies?
Het Nederlandse belastingstelsel kent drie 'boxen'. Box 1 is voor inkomen uit werk en eigen woning, box 2 voor aanmerkelijk belang in een eigen bv, en box 3 voor inkomen uit sparen en beleggen. Alles wat je op 1 januari hebt aan banktegoeden, beleggingen, vakantiehuisjes, cryptovaluta, en uitgeleend geld telt mee voor box 3 — minus je schulden (excl. de hypotheek op je eigen woning, want die zit in box 1).
Het bijzondere aan box 3 is dat je niet wordt belast op je werkelijke rendement, maar op een 'forfaitair' (fictief) rendement. Dat zorgde jarenlang voor pijn bij spaarders die nauwelijks rente kregen maar toch belasting moesten betalen alsof hun spaargeld jaarlijks 4% opbracht. De Hoge Raad oordeelde in 2021, 2024 en 2025 dat dit in strijd was met het Europese eigendomsrecht — sindsdien geldt een tijdelijk overbruggingsstelsel én kun je via de tegenbewijsregeling je werkelijk rendement opgeven.
Forfaitaire rendementen en heffingvrij vermogen 2025
Voor de aangifte over belastingjaar 2025 (in te dienen vóór 1 mei 2026) gelden de volgende officieel vastgestelde percentages:
| Categorie | 2025 (definitief) | 2026 (stand nu) |
|---|---|---|
| Banktegoeden (sparen, betaalrekening, contant) | 1,37 % | 1,28 % (voorlopig) |
| Overige bezittingen (beleggingen, vastgoed, crypto) | 5,88 % | 6,00 % (definitief) |
| Schulden | 2,70 % | 2,70 % (voorlopig) |
| Tarief box 3 | 36 % | 36 % |
| Heffingvrij vermogen alleenstaand | € 57.684 | € 59.357 |
| Heffingvrij vermogen fiscaal partners samen | € 115.368 | € 118.714 |
| Drempel schulden alleenstaand | € 3.800 | € 3.800 |
| Drempel schulden partners | € 7.600 | € 7.600 |
Hoe wordt box 3 stap voor stap berekend?
Box 3 is geen simpel percentage over je vermogen. Het systeem werkt in zes stappen:
- **Bepaal je grondslag per categorie** op 1 januari: banktegoeden, overige bezittingen, schulden.
- **Trek de schuldendrempel af** (€ 3.800 alleenstaand / € 7.600 partners) — het deel boven de drempel telt mee.
- **Bereken het forfaitaire rendement per categorie** (2025): bank × 1,37%, overig × 5,88%, schuld × 2,70%.
- **Tel ze op**: rendement bank + rendement overig − rendement schuld = totaal forfaitair rendement.
- **Bereken de rendementsgrondslag**: bezittingen − schulden boven drempel. Trek dan het heffingvrij vermogen af om het 'belastbaar vermogen' te krijgen.
- **Bereken het belastbaar inkomen**: belastbaar vermogen × (totaal forfait / rendementsgrondslag). Vermenigvuldig met 36% — dat is je box 3 belasting.
Praktijkvoorbeeld: € 100k spaar + € 50k beleggingen
Stel: je bent alleenstaand, hebt op 1 januari 2025 € 100.000 op een spaarrekening en € 50.000 in indexfondsen, en geen schulden. De berekening voor de aangifte 2025:
| Stap | Berekening | Bedrag |
|---|---|---|
| Grondslag bank | € 100.000 | € 100.000 |
| Grondslag overig | € 50.000 | € 50.000 |
| Rendementsgrondslag totaal | 100.000 + 50.000 | € 150.000 |
| Heffingvrij vermogen | alleenstaand 2025 | − € 57.684 |
| Grondslag sparen en beleggen | 150.000 − 57.684 | € 92.316 |
| Forfait bank | 100.000 × 1,37% | € 1.370 |
| Forfait overig | 50.000 × 5,88% | € 2.940 |
| Belastbaar rendement | 1.370 + 2.940 | € 4.310 |
| Aandeel | 92.316 / 150.000 | 61,544 % |
| Voordeel sparen en beleggen | 4.310 × 61,544% | € 2.652,55 |
| Box 3 belasting | 2.652,55 × 36% | ≈ € 955 |
De tegenbewijsregeling: betaal over je werkelijke rendement
Sinds de Hoge Raad-arresten van juni 2024 en de Wet tegenbewijsregeling box 3 mag je laten zien dat je werkelijk rendement lager was dan het forfait. Als dat zo is, betaal je over je werkelijke rendement in plaats van over het forfaitaire. Vooral voor spaarders die in 2025 minder dan 1,37% kregen, of beleggers die een verliesjaar hadden, kan dit honderden tot duizenden euro's schelen.
Voor de oude jaren (2017–2024) gebruik je het aparte formulier 'Opgaaf Werkelijk Rendement' (OWR) dat sinds juli 2025 beschikbaar is in MijnBelastingdienst. Per december 2025 waren er al ruim 476.000 OWR-formulieren ingediend. **Voor belastingjaar 2025 en later geldt iets anders**: er is géén apart OWR-formulier meer — het werkelijk rendement geef je rechtstreeks in je aangifte inkomstenbelasting op.
Wat telt mee als 'werkelijk rendement'? Volgens de uitleg van de Belastingdienst en de arresten van de Hoge Raad: rente, dividend, huur, pacht én ongerealiseerde waardestijgingen of -dalingen van beleggingen en vastgoed (vermogensaanwas-benadering). Dat laatste is belangrijk: als je aandelen in 2025 met 15% zijn gestegen, telt dat ook als rendement, ook al heb je niets verkocht. Andersom geldt het ook bij dalingen. Kostenaftrek is niet toegestaan, behalve voor onroerende zaken.
Tegenbewijs is alleen voordelig als je werkelijk rendement écht lager is. Bij twijfel: bereken eerst de forfaitaire belasting met deze tool, vergelijk met je werkelijk rendement, en kies wat het laagste uitkomt.
Wat tellen schulden in box 3 mee?
Niet álle schulden tellen mee in box 3. De hypotheek op je eigen woning zit in box 1 (en levert eigenwoningforfait + renteaftrek op), niet hier. Wat wél meetelt:
- Persoonlijke leningen, doorlopend krediet, creditcardschuld
- Studieleningen bij DUO
- Schulden aan familie of vrienden
- Hypotheek op een tweede huis of beleggingspand
- Belastingschulden ouder dan een jaar
Wanneer komt het nieuwe stelsel?
De Wet werkelijk rendement box 3 is meermaals uitgesteld — eerst van 2026 naar 2027, en vervolgens naar **1 januari 2028**. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel op 12 februari 2026 aangenomen; de Eerste Kamer behandelt het nu (wetsvoorstel 36.748). Tot 2028 blijft het huidige overbruggingsstelsel van kracht, met de tegenbewijsregeling als vangnet voor mensen met een laag werkelijk rendement.
In het nieuwe stelsel betaal je belasting over je werkelijke rendement: vermogensaanwasbelasting (jaarlijks belasting over waardestijgingen) voor financiële vermogensbestanddelen, en vermogenswinstbelasting (bij realisatie) voor onroerende zaken en startups.
Voor 2026 is het percentage voor overige bezittingen al **definitief** vastgesteld op 6,00% (tegen 5,88% in 2025). Het banktegoeden-percentage 2026 staat voorlopig op 1,28% en wordt pas begin 2027 definitief, op basis van de gemiddelde spaarrente over heel 2026. Het heffingvrij vermogen stijgt in 2026 wel mee: van € 57.684 naar **€ 59.357** per persoon.
Belangrijke data voor je box 3 aangifte
De aangifte over belastingjaar 2025 moet vóór 1 mei 2026 worden ingediend. Een paar tips om je voor te bereiden:
- **Peildatum**: 1 januari van het belastingjaar. Wat je op 1 januari 2025 had, telt — niet wat je later in het jaar bijkocht of opnam.
- **Spaarsaldi**: je krijgt automatisch een jaaropgave van je banken (IB60-formulier). Deze worden meestal vóór 1 maart toegestuurd en zijn al vooraf ingevuld in MijnBelastingdienst.
- **Beleggingen**: brokers zoals DEGIRO, Binck en Saxo sturen ook een jaaropgave met de waarde op 1 januari.
- **Crypto**: je moet zelf de waarde op 1 januari (in euro's) opgeven. Veel exchanges hebben hier een download-functie voor.
- **Tweede woning**: gebruik de WOZ-waarde 2024 (peildatum 1 januari 2024) voor de aangifte over 2025.
- **Uitstel aanvragen**: tot 1 mei 2026 kun je gratis uitstel aanvragen tot 1 september 2026 — handig als je nog gegevens moet verzamelen.
Formule
Box 3 berekening (overbruggingsstelsel 2025): rendementBank = banktegoeden × 1,37% rendementOverig = overigeBezittingen × 5,88% rendementSchuld = max(0, schulden − drempel) × 2,70% belastbaarRendement = rendementBank + rendementOverig − rendementSchuld rendementsgrondslag = banktegoeden + overigeBezittingen − max(0, schulden − drempel) grondslagSparenBeleggen = max(0, rendementsgrondslag − heffingvrij) aandeel = grondslagSparenBeleggen / rendementsgrondslag voordeelSparenBeleggen = belastbaarRendement × aandeel belasting = voordeelSparenBeleggen × 36% Drempels en vrijstelling 2025 / 2026: heffingvrij alleenstaand : € 57.684 / € 59.357 heffingvrij partners : € 115.368 / € 118.714 drempel schuld alleenstaand: € 3.800 / € 3.800 drempel schuld partners : € 7.600 / € 7.600
Voorbeelden
- € 100.000 spaar + € 50.000 beleggingen, alleenstaand 2025≈ € 955 box 3 belasting
- € 50.000 spaar, alleenstaand 2025€ 0 (onder heffingvrij vermogen)
- € 200.000 spaar, fiscaal partners 2025≈ € 417 box 3 belasting
- € 80.000 beleggingen, alleenstaand 2025≈ € 472 box 3 belasting
- € 300.000 spaar + € 100.000 beleggingen, partners 2025≈ € 2.559 box 3 belasting
Veelgestelde vragen
Wat is box 3?
Hoeveel vermogen mag ik belastingvrij hebben in 2025 en 2026?
Wat zijn de forfaitaire rendementen 2025 en 2026?
Wat is het tarief in box 3?
Wat is de tegenbewijsregeling box 3?
Wanneer moet ik aangifte doen over 2025?
Wat is de peildatum voor box 3?
Telt mijn eigen woning mee in box 3?
Hoe zit het met crypto in box 3?
Tellen schulden mee in box 3?
Wanneer komt het nieuwe stelsel met werkelijk rendement?
Kan ik box 3 belasting verlagen?
Gerelateerde tools
Laatst bijgewerkt: 11 april 2026